Ik moet mijn hele gewicht gebruiken om ze open te krijgen. Als ik dan duw, glijden mijn voeten weg tot ik diagonaal tegen de deur leun, die dan eindelijk meegeeft.
Ik heb twee tussenuren en studeer in P.J. Veth, waar ik uitzicht heb op de dagjesmensen in de hortus. Zij verschijnen eerst een voor een op het balkon dat uit de kas steekt als een duikplank. Even later zie ik ze de buitentuin in druppelen. Het zijn vaak twee vriendinnen met grijs haar of gezinnen met een kind dat alles filmt.
Ik stop de korte verhalen die ik moet lezen terug in mijn tas en duw mezelf een weg naar buiten. Ik loop naar de markt voordat ik weer terug moet naar de universiteit voor mijn volgende werkcollege. Mijn oma drukt me regelmatig op het hart om meer vette vis te eten omdat je daar slim van wordt, dus koop ik een broodje haring.
Als ik uitgegeten ben, blijf ik zitten op het trappetje, op de brug tegenover het stadhuis. Het carillon speelt een lied dat ik herken, maar niet kan plaatsen. Het enige waar het me aan doet denken is ‘My Way’ van Olivia Rodrigo, maar dat is het zeker niet.
Het frustreert me, want bij elk refrein ligt het weer op het puntje van mijn tong. Degene die het speelt, hapert soms, alsof ze het lied nog niet goed in de vingers heeft. Of vuisten eigenlijk, want zo bespeel je een carillon.
Ik loop naar Lipsius en neem de zij-ingang met de langzame automatische schuifdeur. Die gaat niet open voor de vrouw voor mij, maar wel als er een lange man naast haar komt staan.
Het is nog te vroeg voor mijn werkcollege en ik ga via de achteruitgang van Lipsius op een steiger zitten om mijn leeswerk af te maken. Ik kijk naar de toeristen die voorbijkomen in bootjes met een gids die hen wijst op de studenten op de kade.
In tegenstelling tot de dagjesmensen in de hortus lijken dit vaker buitenlandse stellen. Ze kijken naar ons alsof ze zich proberen voor te stellen hoe het zou zijn om hier te studeren. Hoe is het om die vrouw met dat boek en die rode jurk te zijn? Om jong te zijn en toegang te hebben tot al deze gebouwen.
Terug in Lipsius neem ik de lift. Als de deur openschuift, valt er een paneel uit het mechaniek. Het lijkt op een isolatielaag die los is geraakt, half naar buiten hangt en wanneer de deur dichtgaat terug op zijn plek wordt geduwd. Op de tweede verdieping zie ik het verborgen paneel opnieuw tevoorschijn komen.
Ik loop naar mijn les en ga aan de deurklink hangen om naar binnen te kunnen.
Giselle Maria Timmers studeert literatuurwetenschap