Columns & opinie
Brieven: De waanzin van wetenschappers
Anne Kamsteeg
zondag 3 februari 2019
WO in Actie-demonstratie in Den Haag op 14 december

Brief: 'Hoe gek moet je zijn?'

Marit de Roij heeft in haar column ‘De waanzin van WO in Actie’ (Mare 15, 24 januari) één puntje gemist: het wetenschappelijk personeel is waanzinnig bezig. Januari en de zomermaanden juni-juli-augustus zijn de tijd dat er geen colleges hoeven te worden gegeven en volgens mevrouw de Roij is er dan ‘een stuk minder te doen’. Hier een overzicht van wat wetenschappelijk personeel zoal doet in die periode:

(Her)tentamens maken en nakijken, scripties lezen en becommentariëren, essays nakijken die studenten schreven als eindwerkstuk van een vak, studenten en/of promovendi die vastzitten met hun scriptie/proefschrift weer op weg helpen, artikelen lezen waarvoor een tijdschrift een peer review vraagt, de review schrijven, een congreslezing voorbereiden, naar een congres gaan, een Studium Generale-lezing voorbereiden, een artikel schrijven met collega’s, feedback geven op proefschrifthoofdstukken van promovendi, bedenken van een nieuw onderzoeksvoorstel, sollicitatiegesprekken houden met promovendi of collega’s, onderzoeksdata verzamelen op veldwerk, scholen, in een archief, bibliotheek of laboratorium, die data coderen, invoeren en analyseren, een draft van een artikel schrijven, een ander artikel herschrijven dat van een tijdschrift terugkwam met het advies ‘revise and resubmit’, aanbevelingsbrieven schrijven ten bate van de sollicitaties of geldaanvragen van studenten en promovendi, een review schrijven voor een onderzoeksvoorstel op verzoek van NWO of een buitenlands fonds, onderzoeksaanvragen van collega’s proeflezen, R&O-gesprekken houden, commissievergaderingen bijwonen van de opleiding, lezingen binnen onderzoeksinstituut bijwonen, meedraaien in een facultaire commissie of raad, een landelijke master of PhD-cursus geven, een gratis gastlezing geven bij een lokale gemeente, je publicaties en lezingen invoeren in het repository, je inlezen voor een nieuw vak dat je overneemt van een collega die overspannen thuis zit.

En dan vinden die mensen óók nog tijd om massaal de Personeelsmonitor 2018 in te vullen, waarin o.a. de hoge werkdruk werd gemeten.. Volgens De Roij een niet serieus te nemen enquête over een ‘kolderieke’ discussie. Maar wel een enquête met 2821 respondenten (ruim 57 procent respons) 

En hé, dan maken die wetenschappers zich óók nog druk over de kwaliteitsdaling van het onderwijs, door WO in Actie te steunen! En net als advocaten en verpleegkundigen werken ze regelmatig over – of nee, niet regelmatig, in principe altijd (‘Zomaar een werkweek’, Mare 5, 11 okt 2018). 

Hoe gek moet je zijn? En dan krijgen ze voor dat overwerk, anders dan advocaten of verpleegkundigen, ook nog geen cent betaald - totaal waanzinnig.

Marian Klamer, Austronesische en Papua Taalkunde, LUCL/LIAS

Brief: Geen tijd om te lanterfanten

In haar column ‘De waanzin van WO in Actie’ (Mare 15, 24 januari) plaatst Marit de Roij klagende WO’ers-in-Actie tegenover hardwerkende verpleegkundigen, advocaten en bouwvakkers. Die manke vergelijkingen laten we voor de retorische trucs die ze zijn. Net als de sneren over ‘mooie salarissen’ voor wetenschappers, die de valse suggestie wekken dat er wordt gezeurd om hogere lonen. Dat is niet het onderwerp van discussie.

WO in Actie is een beweging van studenten en medewerkers – inmiddels breed gesteund, ook door universiteitsbesturen en de VSNU – tegen de toegenomen werkdruk en de bedreigde kwaliteit van het onderwijs op universiteiten, twee problemen veroorzaakt door netto-bezuinigingen. Dit standpunt onderbouwt WO in Actie cijfermatig in een overzichtelijke grafiek. De Roij heeft tamelijk onnavolgbare aanmerkingen op de y-as daarvan, dus schrijven we het hier uit: terwijl sinds het jaar 2000 het aantal studenten in Nederland ruim anderhalf keer zo groot werd, nam de overheidsbijdrage per student met een kwart af. Dat betekent dat docenten meer vakken moeten geven aan meer studenten per vak – terwijl het aantal uren in hun aanstelling gelijk blijft. Zo neemt door minder geld de werkdruk toe en de kwaliteit van het onderwijs af.

De Roij voert ‘experts in kranten’ op alsof die de cijfers zouden aanvechten. Maar hier gaat de nuance in het argument langs haar heen. Dat zit zo: een deel van het afgeknabbelde onderwijsbudget komt met een U-bocht terug op een andere plaats in de academie, namelijk via de beurzen voor onderzoek. Je kunt erover twisten of dat een goede maatregel is: het schrijven van aanvragen slurpt tijd, de succeskans is bedroevend laag, en onderzoeksgeld gaat nauwelijks naar onderwijsfaciliteiten. 

WO in Actie pleit daarom voor het terugdraaien van deze zogeheten ‘lumpsumkorting’. En zelfs de expert die De Roij aanhaalt omdat hij deze manier van financieren op zich niet problematisch vindt – expert in enkelvoud, overigens – , zegt dat de extreme werkdruk ook uit zijn onderzoek naar voren komt, en dat hij de protesten daarover dus wel begrijpt.

Bovendien suggereert De Roij dat slechts een minderheid van de academici zou klagen; vast matige wetenschappers die de hele zomer en winter luieren. Ook hier wat ontnuchterende context: de onderwijsvrije periodes gebruiken medewerkers voor hun onderzoek. 

Wie in plaats daarvan lanterfant, bemachtigt na een bijna eindeloze reeks tijdelijke aanstellingen nooit die felbegeerde vaste UD-plaats, want de competitie is moordend – zo erkent De Roij overigens ook in de openingsalinea van haar column.

In de laatste personeelsmonitor van deze universiteit (voorjaar 2018) reageerde ruim de helft van alle wetenschappelijk medewerkers. Van hen vindt 35 procent dat ze te weinig tijd hebben voor onderwijs, en 90 procent zegt dat over onderzoek. De werkdruk is zó hoog, dat deze regelmatig leidt tot lichamelijke en psychische klachten. Bovendien komt de onderwijskwaliteit in het geding. Wel degelijk een groot probleem.

Fleur Praal & Sophia Hendrikx, Looi van Kessel, Andrea Reyes Elizondo, Lieke Smits, Anna Volkmar, promovendi en docenten verbonden aan het LUCAS