De Spinozapremie is de belangrijkste wetenschapsprijs van Nederland en bestaat uit een geldbedrag van anderhalf miljoen euro vrij te besteden aan onderzoek.
‘Ik ben er heel blij mee, het is een supermooie prijs om te krijgen’, zegt Overkleeft in een eerste reactie tegenover de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) die de prijs jaarlijks toekent.
De Leidse hoogleraar geldt wereldwijd als een van de grondleggers van de chemische biologie en is medeoprichter van drie biotechnologiebedrijven die kankertherapieën ontwikkelen en een medicijn voor stofwisselingsziektes.
Om zijn werk uit te leggen vergelijkt hij cellen als een fabrieken met een lopende band waarin verschillende machines samenwerken om bijvoorbeeld eiwitten, vetten en kopieën van DNA te maken. Fouten in dat productieproces kunnen leiden tot ziekte.
Lampje
‘Wij kunnen heel specifiek kijken wat elk radertje in die fabriek doet’, aldus Overkleeft tegenover NWO. ‘Dat doen we door in het lab moleculen te maken die lijken op moleculen in een cel, bijvoorbeeld suikers. Door daar een lampje aan te koppelen, kunnen we ze volgen en zien welke interacties ze met zo’n machine van de lopende band, een enzym, aangaan. Op die manier proberen wij processen in het lichaam te begrijpen en te beïnvloeden. Het is fundamenteel onderzoek dat zich uiteindelijk naar medicijnen kan vertalen voor onder andere stofwisselingsziektes, bepaalde vormen van kanker en het griepvirus.’
Bij stofwisselingsziektes ontstaat schade in de hersenen en het zenuwstelsel doordat een zo’n ‘machine’ te langzaam werkt en stoffen zich ophopen.
‘We zorgen ervoor dat de rest van de fabriek zich aanpast aan de langzamere machine door een molecuul toe te voegen dat het proces afremt. Er worden dan minder producten gemaakt, maar daar kan je prima mee leven. Daarnaast kunnen we ook stappen in het proces blokkeren die leiden tot de vorming van giftige stoffen.’
Deze aanpak wordt inmiddels bij klinisch onderzoek op patiënten getest.
Delen
En Overkleeft en zijn collega’s delen hun moleculen ook met andere wetenschappers. ‘Ik dacht, ik kan wel de data beschikbaar maken, maar dan moeten andere onderzoekers de moleculen nog zelf gaan maken. Dat kost veel tijd. Op deze manier versnellen we onderzoek wereldwijd en het levert regelmatig mooie samenwerkingen op.’
Hij zegt vereerd te zijn met de prijs en heeft al ideeën waaraan hij het geld wil besteden.
‘Ik kan een aantal promovendi aannemen. En ik wil onderzoeken of we moleculen kunnen ontwikkelen die helpen om planten en bomen op een duurzame manier af te breken. De biotechnologie zit daar echt op te wachten, omdat je dan op een duurzamere manier biobrandstof kunt maken. Maar als eerste wil ik graag met collega’s binnen het Leids instituut voor chemisch onderzoek overleggen wat we gaan doen. Ik beschouw de Spinozapremie namelijk echt als een teamprijs.’