Op 28 december 2025 overleed Loek Vredevoogd op 87-jarige leeftijd. Hij was voorzitter van het college van bestuur van onze universiteit van 1994 tot en met 2002. Daarvoor was hij dat zes jaar van de Universiteit Maastricht en nog eerder plaatsvervangend directeur-generaal van het Ministerie van Onderwijs. Na zijn Leidse bestuursperiode werd hij door de minister gevraagd als eerste voorzitter van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie voor kwaliteitszorg van het hoger onderwijs.
Bij zijn overlijdensbericht noemde de familie hem ‘bestuurder in hart en nieren’ en dat was hij! Wij hebben hem van dichtbij meegemaakt als collega in het college van bestuur en dat was een enerverende en inspirerende ervaring waar wij met veel plezier en respect aan terugdenken.
Loek Vredevoogd trad aan als interim-voorzitter van onze universiteit vanwege de bestuurlijke crisis in 1993-1994 en liet zich uiteindelijk overhalen om in Leiden te blijven. Hoewel de aanleiding tot deze crisis was gelegen in een conflict tussen het college van bestuur en de universiteitsraad over een nieuwbouwproject, lag de diepere oorzaak in de reeds langer verstoorde verhoudingen in de top van de universiteit.
Gefragmenteerd
Er was sprake van een sterk gefragmenteerde organisatie met verschillen in opvatting over de koers van de universiteit, over de wijze van besturen, over prioriteiten in beleid, over de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Over de bedrijfsvoering was veel ontevredenheid en de meningen over de oplossing verschilden.
Bij zijn aantreden koos Vredevoogd in de eerste plaats voortvarend voor een intensieve kennismaking. Hij ging op zoek naar wat de academische gemeenschap in essentie verenigde en door vele vooraanstaande wetenschappers nodig werd geacht. Dit leidde tot de strategienota ‘Koersen op Kwaliteit’. Daarin werden concrete doelen en hoge ambities geformuleerd. Kernbegrippen: selectie, differentiatie en flexibiliteit.
Een commissie onder leiding van de befaamde hoogleraar Joan van der Waals werd door Vredevoogd gevraagd de hele universiteit door te lichten op sterktes en zwaktes in het wetenschappelijk onderzoek.
Voor de verbetering van de prestaties in het onderwijs werd het ‘bindend studieadvies’ ingevoerd, een tot dan nooit gebruikt wettelijk instrument. Vredevoogd slaagde erin de studenten in de universiteitsraad ervan te overtuigen dat dit een juiste koers was, omdat het zowel het belang van de studenten als van de docenten diende. Deze overeenstemming werd landelijk als een uitzonderlijk fenomeen beschouwd en oogstte in eerste instantie veel kritiek.
Rond 1997 bleek er van de adviezen, met name op het gebied van de bedrijfsvoering, nog weinig gerealiseerd. Gezien de tijd die nodig is om de aanpak van complexe vraagstukken voor te bereiden en daarvoor ook draagvlak te verkrijgen, was dat niet zo verwonderlijk.
Goede samenwerking
De invoering van de Wet modernisering universitaire bestuursorganisatie werd door Vredevoogd effectief benut om het ingezette beleid te versterken: het benoemen van decanen en faculteitsbesturen door het college van bestuur, het invoeren van het bestuursberaad waarin het college regelmatig overleg voert met alle decanen en het investeren in goede samenwerking met de universiteitsraad nieuwe stijl.
Een tweede belangrijke invloed ging uit van het aantrekken van nieuwe collega’s, zoals Willem Albert Wagenaar als rector magnificus en Joris van Bergen als vicevoorzitter. Dit werd mogelijk door de nieuw ingestelde raad van toezicht onder voorzitterschap van Rob Hazelhoff, met wie Vredevoogd heel goed overweg kon.
Hij overtuigde eveneens bekende topambtenaren van de Universiteit van Amsterdam om naar Leiden over te stappen: Adriaan in ’t Groen voor strategie (Campus Den Haag, Faculteit der Kunsten) en Frans Dekker voor vastgoed (renovatie van het Kamerlingh Onnes Gebouw).
Vredevoogd wilde minder afhankelijk worden van financiering door het Rijk en meer inkomsten uit andere bronnen halen. Om dat zichtbaar te maken werd het woord ‘Rijks’ uit de naam van de universiteit geschrapt en werd het voortaan Universiteit Leiden. Hij organiseerde een betere ondersteuning van het onderzoek in de derde geldstroom.
Grotere actieradius
Hij wilde ook de actieradius van de academie vergroten en zag kansen in Den Haag om in die stad van politiek, bestuur, internationaal recht en veiligheid studies te vestigen die daarbij aansloten. Jouke de Vries (sinds 2018 collegevoorzitter van de Rijksuniversiteit Groningen) werd benoemd als kwartiermaker en bouwde die campus op in samenwerking met Leidse faculteiten en het Haagse gemeentebestuur. Vredevoogd was de drijvende kracht achter de totstandkoming van de Haagse campus, die in de afgelopen 25 jaar een enorme groei heeft doorgemaakt.
Een ander voorbeeld is de oprichting van de eerste Faculteit der Kunsten in Nederland, waar hij samen met Willem Albert Wagenaar de schouders onder zette. Dat gebeurde in nauwe samenwerking met Frans de Ruiter, de toenmalige directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, die decaan werd van de nieuwe faculteit.
Dubbeltalenten
Deze was vooral bedoeld om Leidse studenten met ‘dubbeltalent’ de mogelijkheid te bieden om naast hun studie ook een deeltijdopleiding aan het conservatorium te volgen en Haagse studenten studieonderdelen in Leiden. Bovendien werd het mogelijk om in de uitvoerende kunsten te promoveren, wat in de afgelopen twintig jaar al bijna honderd keer is gebeurd.
Vredevoogd werd gaandeweg alom gewaardeerd om zijn vernieuwende en resultaatgerichte activiteiten en om zijn betrokken, betrouwbare en verbindende wijze van besturen. Hij stelde bijvoorbeeld de jaarlijkse strategische conferentie in met alle faculteitsbesturen en medewerkers van centrale diensten.
Niet alles wat hij wilde, lukte. Hij vond dat Leiden een MBA-opleiding nodig had, maar die kwam niet tot ontwikkeling. Hij protesteerde in 2000 tegen nieuwe Haagse bezuinigingen en toen hij op dovemansoren stuitte, dreigde hij om kostbaar cultureel erfgoed te verkopen om met de opbrengsten daarvan onderwijs en onderzoek te ontzien (bijvoorbeeld kaarten van de befaamde zeventiende-eeuwse cartograaf Joan Blaeu). Dat leidde vervolgens weer tot grote protesten en de verkoop – vooral bedoeld als signaal – ging niet door. Hij had zijn punt gemaakt: er gaat bij een universiteit niets boven onderwijs en onderzoek.
Hechte vriendschap
Eind 2002 werd op grootse wijze afscheid van Vredevoogd genomen met een feest in het Academiegebouw waarbij zelfs alle banken uit het Groot Auditorium waren gehaald om op die historische grond te kunnen dansen. Hem werd een profiel in brons aangeboden dat in de tuin van het bestuursgebouw werd geplaatst en vanaf dat moment heet die de ‘Vredevoogdtuin’.
De huidige collegevoorzitter, Luc Sels, heeft Loek Vredevoogd heel treffend op LinkedIn getypeerd als ‘iemand die bepalend is geweest voor de koers die we als universiteit en als sector zijn gegaan’. Dat blijkt ook uit het boek van universiteitshistoricus Pieter Slaman De Glazen Toren, Geschiedenis van de Universiteit Leiden van 1975–2020. Bij verscheidene onderwerpen wordt de naam Vredevoogd genoemd en geroemd. Vredevoogd heeft ons later toevertrouwd dat hij daar heel content mee was.
Ondergetekenden hebben al tijdens onze samenwerking in het college van bestuur met Loek Vredevoogd een hechte vriendschap opgebouwd. Die heeft ook na onze bestuursperiode, samen met onze partners, geleid tot talloze gezellige ontmoetingen en gezamenlijke reizen. Wij zullen hem missen en zijn nagedachtenis in hoge ere houden.
Joris van Bergen was vicevoorzitter van het college van bestuur, vanaf 1997 tot en met 2005
Douwe Breimer was rector magnificus vanaf 2001 tot en met 2007 (en de laatste twee jaar ook collegevoorzitter)