Nieuws
Defensie en universiteiten werken nog inniger samen
De Nederlandse universiteiten en het ministerie van Defensie willen intensiever gaan samenwerken.
Mark Reid
donderdag 24 september 2026
Foto: Defensie

Staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk en voorzitter van universiteitskoepel UNL Caspar van den Berg ondertekenden maandag een intentieverklaring waarin ze afspraken bestaande samenwerkingen verder te ontwikkelen en nieuwe mogelijkheden voor gezamenlijk onderzoek te verkennen. De samenwerking kan verschillende vormen hebben, bijvoorbeeld via onderzoeksprogramma’s van NWO of rechtstreeks contractonderzoek tussen Defensie en universiteiten.

‘Met onafhankelijk onderzoek, kritisch denken en het opleiden van nieuwe generaties talent leveren universiteiten onmisbare inzichten om in te spelen op een wereld die onveiliger wordt door toenemende dreigingen en geopolitieke spanningen’, zei staatssecretaris Boswijk in het bijbehorende persbericht. Daarbij merkt UNL op dat academische vrijheid voorop blijft staan. ‘Onderzoekers en universiteiten bepalen zelf welke samenwerkingen zij aangaan. Bij onderzoek wordt daarnaast aangesloten bij bestaande Nederlandse en Europese afspraken en richtlijnen op het gebied van open science, kennisveiligheid en intellectueel eigendom.’

Academische vrijheid

‘Met behulp van deze intentieverklaring breiden we de onderlinge samenwerking op het gebied van onderzoek naar veiligheid en maatschappelijke weerbaarheid verder uit’, vertelt Timo Kos, vicevoorzitter van het college van bestuur op de website van de universiteit. ‘Een belangrijke ontwikkeling, zeker binnen het huidige tijdsgewricht. Vanzelfsprekend blijven academische vrijheid en open science het uitgangspunt bij deze ontwikkeling, en kunnen onderzoekers zelf kiezen of ze met Defensieonderdelen willen samenwerken.’

‘Langzaam maar zeker gaat deze samenwerking steeds verder dan alleen maar incidenteel’

Studentenvakbond LSVb laat weten niet blij te zijn met de plannen. Volgens hen komt de academische vrijheid juist in het gedrang door de samenwerking. ‘Als onderwijsinstellingen (deels) afhankelijk worden door geld van buitenaf, hebben ze minder vrijheid in het kiezen van hun eigen onderzoeksactiviteiten. Het gaat hier dan niet enkel om geld, maar ook over de impact op welke onderwerpen worden onderzocht en welke minder.

‘Het maatschappelijke vertrouwen in de wetenschap is momenteel hoger dan in de politiek, de media en de rechtspraak. Dit vertrouwen neemt af als invloed van buitenaf, Defensie in dit geval, wetenschappelijk onderzoek beïnvloedt.’

In Leiden heeft de universiteitsraad zich al eerder kritisch uitgesproken over de toenemende samenwerking. Toen de universiteit eind 2025 ‘defensie’ tot een van de profileringsthema’s voor onderzoek wilde aanwijzen gaf de raad een negatief advies en waarschuwde dat het beeld kon ontstaan dat bezuinigingen konden worden ondervangen door geld te halen uit deze samenwerking. De raad stemde uiteindelijk niet in met het wijzigen van de profileringsthema’s.

Dialoog

Toen de universiteit eerder dit jaar in samenwerking met Defensie twee minoren wilde toevoegen aan het studieprogramma was de raad ontevreden. ‘Langzaam maar zeker gaat deze samenwerking steeds verder dan alleen maar incidenteel’, zei raadslid Patrick Klaassen (UB) toen. 

‘In de raad hadden we al eerder uitgesproken dat we niet die kant op willen gaan. Daar is toen terughoudend op gereageerd door het college. Een visie hierop moest nog worden geformuleerd. Nu zie ik dat er toch op meer samenwerking wordt voorgesorteerd. Hoe zit dat en waarom is dat? En vooral: stuurt het college hierop?’

Rector Sarah de Rijcke zei destijds dat het minorenaanbod een facultaire aangelegenheid is. Collegevoorzitter Luc Sels vroeg de raad ook na te denken over de vraag ‘wat het alternatief is als we dit soort minoren niet aanbieden’.

Volgens Sels worden ze dan elders aangeboden, ‘en misschien met minder democratisch toezicht dan we binnen een civiele universiteit hebben. De implicaties van het niet zetten van deze stap kunnen ook groot zijn.’

De Rijcke zei een dialoog op te willen zetten over dit soort moeilijke onderwerpen ‘zodat het in de toekomst hopelijk niet zo ver komt dat deze punten op het allerlaatste moment nog in de universiteitsraad moeten worden opgeworpen’.

Raadsleden laten aan Mare weten niet op de hoogte te zijn gesteld van de intentieverklaring. Personeelspartij LAG kondigt aan vragen te gaan stellen.