Cultuur
Ploegendienst is niet langer 100% anti-alles: ‘Je moet het niet te serieus nemen’
Ploegendienst wil op het derde album GEEN TITEL meer dan ‘noise maken met drie akkoorden’, zegt bassist Bastiaan Bosma. Zaterdag speelt de punkband in de Wibar. ‘Op dit album staan bijna-ballads.’
Carmen Brouwer
donderdag 16 april 2026
Ploegendienst, met bassist Bastiaan Bosma (links), zanger Ray Fuego (voor), gitarist Michiel Beffers (achter) en Bram Swarte (rechts)

‘Toen ik een jaar of dertien was, ging ik heel vaak naar het LVC om bandjes te kijken’, zegt Bastiaan Bosma, bassist van de punkband Ploegendienst, over het toenmalige poppodium aan de Breestraat, de voorganger van de Nobel. 

‘In die tijd kreeg ik mavo-havo-advies. Mijn ouders beloofden me dat ik een basgitaar zou krijgen als ik naar het vwo ging. Ik ging toen heel erg mijn best doen op school, kreeg die bas, en ging daarna meteen weer naar de havo. Sindsdien heb ik altijd in bandjes gespeeld.’

Kan je leven van muziek?
‘Vroeger had ik een soort gabber-punkbandje, Aux Raus. Daar kon ik wel een tijdje van leven. Maar ik heb ook pakketjes rondgebracht en op de vuilniswagen gestaan. Als je muziek wil maken zonder dat je meteen helemaal bent doorgebroken, moet je er wel iets naast doen.

‘Ploegendienst is ook meestal niet het middelpunt van mijn leven, voor ons allemaal niet. Nu wel eventjes, omdat er een nieuwe plaat uit is. Maar je moet het ook niet te serieus nemen.’

Waarom niet?
‘Het gevaar is dat je te veel in jezelf gaat geloven. Dan word je een vervelend mens. We zijn geen Radiohead, we veranderen geen levens. Ik denk dat het ook iets met ouder worden te maken heeft: vroeger wilde ik voor de muziek leven, maar uiteindelijk is het heel hard werken en moet je gewoon genieten van de momenten die je samen op het podium hebt. Je moet leren om je ego een beetje uit te schakelen als je in een band zit.’

Toch staat jullie frontman Ray Fuego helemaal vooraan op de cover van het nieuwe album GEEN TITEL, en jullie achteraan.
‘Dat is gewoon hoe het werkt. Een goede frontman is het allerbelangrijkste wat er is, en Ray is gewoon een heel goede. Hij is het uithangbord. Ray is iemand die door verschillende fases gaat en zichzelf heel erg ontwikkelt. Ik vind het heel interessant om daar een platform voor te zijn. Zonder Ray was er geen Ploegendienst. Ik denk dat wij, de rest van de band, redelijk inwisselbaar zijn.

‘Het is heel leuk als er één iemand aan het roer staat. We werken natuurlijk heel veel samen en iedereen drukt zijn eigen stempel op de muziek, maar hij bepaalt de richting. En natuurlijk sturen wij hem wel bij, maar hij is de kapitein van het schip.

‘Een democratie in een band werkt niet echt. Je moet allemaal iets van zeggenschap hebben, maar uiteindelijk moet er wel een... geen dictator, maar er moet wel iemand zijn die uiteindelijk beslist wat er gebeurt.’

 

‘We zijn eigenlijk allemaal heel saai geworden’

Gaat het er wild aan toe op tour?
‘Ray is nu alweer een paar jaar helemaal nuchter, en ik vind hem alleen maar beter geworden sinds hij gestopt is met drank en drugs. De rest van de band is hartstikke oud, we zijn allemaal in de veertig, dus wij kunnen dat ook niet meer volhouden. Michiel en ik rookten nog wel heel veel, maar daar zijn we ook mee gestopt. We zijn eigenlijk allemaal heel saai geworden.

‘Nu de eerste shows erop zitten, zijn we op ons gelukkigst. Tijdens een tour zitten we lekker samen in de bus met elkaar en we genieten van elkaars aanwezigheid. Live spelen is bijzonder: je wekt samen met het publiek een energie op. Maar we hebben ook heel vaak geen plezier, omdat het best wel pittig is, omdat we pittige persoonlijkheden zijn en onze visies niet altijd overeenkomen.’

Jullie zeiden vroeger dat Ploegendienst ‘100% anti-alles’ is. Zijn jullie inmiddels al voor iets?
‘Dat “100% anti-alles” is altijd een soort grap geweest, omdat je dat natuurlijk nooit kan zijn. Het is een grappige, heel domme, nihilistische term. Het is marketing, maar dan op een manier die we zelf grappig vinden.

‘Je kan nu niet meer echt zeggen dat we dat willen uitdragen. Ik denk dat we zelf ook wel zijn uitgekeken op die heel harde punkmuziek. We hebben laten zien dat we dat kunnen. We zoeken in GEEN TITEL de grenzen van onze sound op. In het begin maakten we 100% anti-alles-punk, op dit album staan bijna-ballads. Nu moeten we nadenken over wat de volgende stap wordt.

‘Een goed liedje schrijven is het moeilijkste wat er is. Iedereen kan noise maken en heel hard drie akkoorden spelen, maar het is moeilijk om mooie structuren te bedenken en de energie en urgentie erin te houden.

‘De meeste liedjes op het nieuwe album heb ik in twee weken tijd geschreven. Het klinkt een beetje pretentieus, maar Picasso had ook zulke periodes, zijn blauwe of rode periode. Je zit in een flow en alles wat uit je handen komt heeft ongeveer dezelfde stijl. Op een gegeven moment is het ook weer weg. Je hebt tijd en ruimte nodig om dat moment te kunnen grijpen.’

Wanneer weet je dat het een goed liedje is?
‘Dat voel je. Niemand van ons is muzikaal geschoold, maar we hebben een instinct ontwikkeld. Het is moeilijk om te beschrijven. Soms kun je in tien minuten een heel liedje schrijven, soms ben je maanden eindeloos aan het sleutelen. We hebben ook weleens twee keer precies hetzelfde nummer opgenomen zonder dat we dat doorhadden.’

Naast punk in Ploegendienst maak je met je andere band MICH juist new wave, krautrock en shoegaze. Hoe is die combinatie?
‘Het is heerlijk om die afwisseling te hebben, om met andere mensen met een heel andere werkwijze te spelen. Je speelt dan weer andere shows, met een ander publiek. Toen ik negen jaar geleden samen met Michiel (Beffers, gitarist) en Bram (Swarte, drummer, red.) Ploegendienst oprichtte, speelden we ook allemaal in drie bandjes tegelijkertijd. Daar komt de naam ook vandaan, want we waren allemaal aan het werk.’

Ploegendienst, GEEN TITEL
Optreden in de Wibar, zaterdag 18 april, 19:00 u. €22,50