‘Ik had eigenlijk geen plan’, vertelt fotograaf Richard Koek, als hij de zware deuren van de tentoonstelling ‘Tokyo Tokyo’ opent in Japanmuseum SieboldHuis. Het is maandag en het museum is na een druk openingsweekend gesloten. Koek is vanwege de naar zijn boek vernoemde expositie in Nederland. Een dag later vliegt hij terug naar zijn woonplaats New York.
Koeks vrouw is Japans-Amerikaans en toen zij in 2019 voor werk naar Tokio ging, vloog hij spontaan met haar mee. ‘Ik dacht: ik ga gewoon op pad. Ik had nog helemaal geen fotografie-idee voor ogen.’ Hij had net het succesvolle fotoboek New York New York gepubliceerd en tijdens de trip begon het al snel te kriebelen. ‘Ik stuurde wat foto’s naar mijn uitgever en met de Olympische Spelen in 2020 in Tokio op komst was hij natuurlijk meteen verkocht. Maar het hele plan viel in duigen door corona.’
Alleen stond zijn boek al te koop op Amazon. ‘Ik kreeg al berichten van mensen waar het bleef, dat ze online al hadden besteld. Maar ik had nog niet één foto geschoten. Japan was in november 2022 een van de laatste landen die na de pandemie openging.’
Slecht voorbereid
Zodra het kon, boekte hij twee reizen, in de lente en in de herfst, zodat hij meerdere seizoenen kon fotograferen. Pas toen hij was aangekomen in zijn studio in een buitenwijk van Tokio besloot hij de stad te bestuderen op Google Maps. ‘Ik raakte meteen helemaal in paniek, want ik had geen flauw idee hoe groot Tokio wel niet was. Eigenlijk had ik me gewoon heel slecht voorbereid. Ik dacht: dit wordt een mislukking. Hoe kan ik een stad als deze in slechts één boek representeren?’
De volgende ochtend ging hij meteen vroeg op pad. ‘Ik moest gewoon beginnen en zien wat ervan komt. Als je een boek maakt, moet je ongeveer driehonderd acceptabele foto’s hebben. Maar ik schiet er natuurlijk duizenden.’
Hij wilde zijn ontmoeting met Tokio tonen, zegt hij in de volgende zaal. ‘Daarvoor is dit het perfecte land.’ Er zit een duidelijke opbouw in de beelden: de gebouwen op de foto’s komen steeds dichterbij, tot we haastige mensen over de beroemde Shibuya Crossing, een extreem druk verkeerskruispunt, zien rennen.
Clichés
‘Wat ik lastig vond is dat iedereen die me tips gaf voor Tokio, met dezelfde clichés kwam aanzetten. Van het kruispunt zijn al ontelbare Instagramfoto’s gemaakt, waarop het overigens veel groter lijkt dan het daadwerkelijk is. Maar wat mij opviel is dat mensen vlak voordat het rood wordt, toch nog even snel oversteken. Dat levert een heel actief beeld op waarin je het echte leven herkent. Het is heel menselijk om toch nog even snel over te steken, dat doen we overal.’
Net als in zijn eerdere werk wil Koek het gewone leven laten zien. ‘Daarbij probeer ik ook de stereotypen te vangen, want die zijn er niet voor niets. Maar iedereen heeft die al laten zien, dus ik wil ook graag verder kijken dan dat.’
Op een foto loopt een vrouw over een dijk. De lucht is half bewolkt en de wind trekt door het hoge gras. De scène doet sterk denken aan een typisch Nederlands landschap. ‘Daarom heb ik ‘m ook gekozen. Iedereen observeert de wereld vanuit zijn eigen perspectief. Als mensen door mijn werk bladeren, vertellen ze allemaal een ander verhaal. Voor mij was dit zo duidelijk Hollands. Ik probeer een verbinding te leggen, in plaats van te focussen op de dingen die anders zijn.’
Hij loopt de trap op om naar het volgende deel van de tentoonstelling te gaan en vertelt dat zijn observerende aanpak voor afstand zorgde. ‘Ik ken de taal niet, begrijp niet wat mensen tegen me zeggen. Ik kan slechts, haast als een kind, observeren. Maar ik wist: ik moet connecties maken, langsgaan bij mensen thuis en meer van het leven zien. Anders wordt het een reisgids.’
Via sociale media vroeg hij rond hoe hij het beste mensen thuis kon bezoeken. Hij ontmoette op die manier kunstenaar Hiroko Takahashi, die de Adidas-schoenen ontwierp die Koek draagt. Via haar mocht hij fotograferen in een zogenoemde sumo stable: een plek waar professionele sumoworstelaars wonen, trainen en leven onder strikte begeleiding van een oyakata: de stalmeester.
‘Er wonen hier 25 sumoworstelaars. Ze slapen met z’n allen op de grond van de tweede verdieping, beneden is een arena om te trainen en that’s it.’ Wel hebben de mannen een eigen kok en een haarstylist, om de zogenoemde chonmage-knotjes voor hen te binden. ‘Elke sumoworstelaar eet dagelijks evenveel als vier volwassenen. De kok werkt keihard, want die kookt dus eigenlijk voor honderd man.’
Koek wijst naar een grote foto van een bijna volledig getatoeëerde naakte man die languit op een bank in een de tattooshop ligt. ‘Ergens in een buitenwijk driehoog achter ben ik in een heel kleine studio geweest. Dat was de enige keer dat ik een groothoeklens nodig had. Deze klant was bezig met een “body suit”. Dat wordt nog helemaal op de oude manier gedaan met handgereedschap. Hij is er al acht jaar mee bezig.’
De tatoeages stoppen abrupt boven zijn polsen. ‘Dit is gewoon een businessman van Puma. Ik heb gevraagd of hij zijn broek uit wilde trekken voor de foto, dus voor mij is hij naakt gegaan.’
Cosplay-verzet
Ook de coverfoto van het boek hangt prominent in de tentoonstelling. ‘Dit zijn cosplaymeisjes. Die kan je vinden in de wijk Shinjuku, bij Harajuku Station. Op bepaalde dagen hangen ze daar allemaal rond, maar ik kon deze dag helemaal niemand vinden. Pas toen ik wegging, kwam ik er twee tegen.’ Van de foto is ook een lichtroze speldje gemaakt, dat Koek op zijn zwarte das heeft gespeld.
Hij kon de vrouwen niet zomaar vastleggen, zegt hij. Pas nadat hij zijn Instagramaccount had laten zien, stemden ze in. ‘Ze worden heel erg gefetishiseerd, dus om daar even als oude kerel op af te stappen, voelt heel raar. Dat ze zich zo kleden is een activistische manier om zich te verzetten tegen het opgroeien als vrouw in een paternalistische samenleving, dus ze proberen altijd jong en schattig – kawaii – te blijven om die realiteit uit te stellen.’
Japan heeft zijn kijk op de wereld veranderd. ‘Ik stond in een overvolle metro naast een dame die haar kind voerde. Ik stond perplex en dacht: staat er nou niemand op voor haar? Het irriteerde me, dus ik tikte een jongen op zijn schouder, hij stond op, maar zij weigerde te zitten. Iedereen keek me aan van: waar bemoei je je mee? Ik kon wel door de grond zakken, maar ik leerde: mijn culturele normen en waarden gelden niet overal.’
Koek hoopt dat mensen dat ook meenemen. ‘We vergroten alleen maar de dingen waarmee we het niet eens zijn en besteden minder aandacht aan de connectie met elkaar vinden. Tokio is helemaal niet zo anders dan andere steden: mensen moeten van A naar B, papa’s halen hun kindjes van school en iedereen probeert de eindjes aan elkaar te knopen. Zeker in deze tijden van polarisatie is het belangrijk om de verbintenis te zoeken.’
Richard Koek, Tokyo Tokyo, Japanmuseum Sieboldhuis, te zien t/m 6 september, €12, studenten €7,50