English
Zoeken
Digitale krant
App
Menu
Voorpagina Achtergrond Wetenschap Studentenleven Nieuws Cultuur Columns & opinie Podcast  

Menu

Categorieën

  • Voorpagina
  • Achtergrond
  • Wetenschap
  • Studentenleven
  • Nieuws
  • Cultuur
  • Columns & opinie
  • Podcast

Algemeen

  • Archief
  • Contact
  • Colofon
  • App
  • Digitale krant
  • English
Cultuur
Eeuwenoud Leids liedboekje gerestaureerd: zo zongen ze in de zeventiende eeuw
Het vrolijke huisgezin, Jan Havicksz. Steen, 1668
Else van der Steeg
donderdag 10 september 2026
Met restanten van twee eeuwenoude boekjes reconstrueerden Olga van Marion en Jampie van Ginneken vergeten Leidse liedjes ínclusief bijpassende melodie. ‘Met één regel waren we middagen bezig.’

Daer van daen ben ik gescheiden,
Na de pens hal met begeer,
Om myn zoo wat te vermeyden:
Maer ik viel daer schier om veer,
Want de Waeltjes drongen zeer:
Krielden als de mieren;
Sonder treur, Lap de Leur!
Koopt, giliaem en pieren.

‘We hebben dagen gediscussieerd’, zegt universitair docent Olga van Marion. ‘Wat zijn giliaem en pieren? Pieren, dat zijn misschien vissen. Palingen. En giliaem? We hebben ons gek gezocht. Toen kwam jij op het idee dat het Franse namen zijn.’

‘Guillaume en Pierre’, beaamt gesprekspartner Jampie van Ginneken, tot 2025 leraar Nederlands op het Stedelijk Gymnasium in Leiden die samen met Van Marion een bundel samenstelde met liederen uit de zeventiende eeuw: Leidse Liedjes: Brouwers, Wevers en Viswijven. Het doel: de teksten en melodieën redden van de vergetelheid. 

Van Marion: ‘Na het Leidse beleg en ontzet was de stad halfleeg en zwaar verpauperd. Tegelijk kwamen er vanuit de Zuidelijke Nederlanden, het huidige België, religieuze en economische vluchtelingen. Die waren in de arme stad erg welkom, vanwege de opbloeiende lakenhandel. 

‘Maar daardoor bestond Leiden op een gegeven moment uit zeventig procent import. Er moesten nieuwe wijken worden gebouwd. En dat betekende dat het in het centrum heel druk was met Franstaligen. Die spraken niet opeens goed Nederlands en ze waren nog arm.

‘De ik-persoon uit het liedje loopt te midden van de immigranten en zegt: “Het krioelt van de Waaltjes hier op de pensmarkt”. Want die gingen naar de goedkopere penshal tussen de Breestraat en de Langebrug, en niet naar de dure vleeshal onder het stadhuis. De tekst is dus een aansporing: koop, Guillaume en Pierre! Maar dat is één regel van het liedje, hè? En daar hebben we middagen op gezeten.’

Die uitgebreide speurtocht begon allemaal met een kopie van een oud Leids liedboekje dat Van Marion in handen had gekregen. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bleek een tweede versie van hetzelfde boekje te hebben. Maar het bleef een puzzel: bij een van de twee boekjes waren pagina’s versleten of verscheurd, aldus Van Marion. ‘Maar de andere heeft een slechtere tekstzetter gehad, die soms regels is vergeten. Dus we hadden een wat completer boekje met een slechte tekst en een incompleet boekje met een goede tekst.’ Omdat bij beide versies de omslag ontbreekt, blijft het gissen naar het exacte jaartal. ‘Ergens voor 1667.’

‘Het is een goedkope manier van amusement: hoe arm je ook bent, je kunt altijd zingen’

Vol enthousiasme begint ze ‘Nieuw Lied, van de Brouwereijen, binnen Leiden’ te zingen, waarin de bierbrouwers van toen werden bezongen, waaronder De Klimmende Leeuw. Na twee woorden valt Van Ginneken haar bij.

Op! Op myn vlugge Pen, Wyl ik genegen ben
Te roemen zoo ik ken: Van ’t Leids prieel

‘Een beetje laag’, merkt Van Ginneken op, voor ze verder zingen:

Komt Bachus geesten rat, Bemind het Edel nat
’t Werd in ons Leidze Stad Gebrouwt een deel,
Wilt met myn zingen of hoort ’t aen,
’t Mag zyn Beschreven, Want driemael zeven
Met een hier staen.

Van Ginneken ging tevergeefs op zoek naar locaties uit de tekst. ‘Om herberg de Klimmende Leeuw te vinden, moest ik in oude kaarten gaan zoeken. Want soms wordt de loop van een rivier net even verlegd, of was ergens vroeger water, maar later niet meer. Ze vond geen bewijs, behalve dat er tegenwoordig aan de Haarlemmerstraat een klein doodlopend steegje ligt: de Klimmende Leeuwensteeg. Waarschijnlijk heeft daar die Brouwerij Klimmende Leeuw gelegen.’

Zingen was in de zeventiende eeuw ontzettend belangrijk, vertelt Van Marion. ‘Het was alles wat je had. Zonder alle middelen van nu, was er alleen muziek als je het zelf maakte.’ 

Van Ginneken: ‘En het is ook een goedkope manier van amusement, hoe arm je ook bent, je kunt altijd zingen.’

Van Marion: ‘Er is een groot onderzoek geweest waarbij getest werd hoeveel melodieën mensen tegenwoordig herkennen. Dat zijn er gemiddeld 5000. Vroeger waren dat er veel meer: melodieën werden er met de paplepel ingegoten. De enige manier om iets te horen, vrolijk te worden, te dansen, is zelf muziek maken of naar de herbergen gaan, waar iemand fiedelt.’

Dagelijks leven

In de Nederlandse Republiek van de zeventiende eeuw waren dit soort zangboekjes erg populair. Ze waren goedkoop, werden heel vaak verkocht, en uitgevers verdienden er daardoor goed aan. Alleen de teksten werden gedrukt. Door aanwijzingen wist de lezer op welke wijs het liedje moest worden gezongen. Bovenaan de regels van liedje ‘Een klugtig Lied’ stond bijvoorbeeld: ‘Stem: Wat mag goozen dog gebruyken’. 

Voor de huidige bundel hebben geraadpleegde musicologen wel notenschrift toegevoegd. Bij de liedjes waar geen aanbevolen melodie bekend was, kozen ze oude melodieën die er het beste bijpassen.

Van Marion begint de droeve tonen te neuriën van het ‘Troost-Lied voor alle Menschen in deze bekommelyken tijd’. ‘Er komt ook armoede en verdriet in voor’, legt ze uit. ‘De lakenhandel, de economische kurk waar de stad op dreef, stortte in. Dan krijg je dus bedelende mensen, dat vind ik heel aangrijpend.’

Van Ginneken: ‘Je weet hoe de high society vroeger leefde, daar is veel over geschreven. Maar het gewone volk, daar werd niet zoveel aandacht aan besteed. Deze liedjes geven echt een inkijkje in het Leidse dagelijks leven, als een soort Zangeres Zonder Naam avant la lettre.’


Leidse liedjes: Brouwers, wevers en viswijven. Onder redactie van Olga van Marion en Jampie van Ginneken. Uitgeverij Ginkgo, € 20

Deel dit artikel:

Lees ook

Cultuur
K-pop van toen en nu op de Museumnacht
In het Wereldmuseum treedt de Koreaanse band NuMori op. Ze maken ‘hybrid-K-music’, een mix van K-pop, K-rock en traditionele Koreaanse muziek. ‘Oude Koreaanse folklore is geen versteend museumstuk.’
Cultuur
Marcel van Roosmalen: ‘Mopperen is mijn verdienmodel, dat melk ik uit’
Cultuur
Vocaal kwartet Or Sebastian zingt over gay porn: ‘Het gaat ons om de rare dialogen’
Cultuur
Met je kar van de schans (of lekker zen wellness clubben): dit zijn de leukste Leidse zomeractiviteiten
Cultuur
Hier kijk je geen WK op groot scherm, maar een Iraanse voetbalklucht
Download nu de Mare app voor je mobiel!
Downloaden
✕

Draai je telefoon een kwartslag, dan ziet onze site er een stuk beter uit!