Achtergrond
Waarom we tegen onszelf praten: ‘Het helpt bij het oplossen van problemen’
Iedereen praat weleens tegen zichzelf. Taalkundige Martina Wiltschko onderzoekt wat die ‘gesprekken’ vertellen over taal, gedachten en zelfbesef. ‘Waarom praat dezelfde persoon tegen dezelfde persoon?’
Marciëlle van der Kraan
donderdag 24 september 2026

‘O, Martina, wat ben je toch een idioot’, zegt taalkundige Martina Wiltschko hardop tegen zichzelf om haar onderzoeksgebied te schetsen. ‘Waarom praat dezelfde persoon tegen dezelfde persoon? Waarom gedraagt de taal zich anders als ik mezelf met “ik” of met “jij” aanspreek? Dat vind ik fascinerend.’

Soms spreken we onszelf moed in, stellen we onszelf een vraag of geven we onszelf een opdracht. ‘Self-talk helpt als we ingewikkelde problemen proberen op te lossen.’ Hoe moeilijker een taak, hoe vaker mensen tegen zichzelf praten, blijkt uit psychologisch onderzoek. ‘We gebruiken het ook om onze emoties in bedwang te houden. Als je zenuwachtig bent, zeg je tegen jezelf: oké, rustig maar, je kan dit.’

Maar waarom zou je gedachten hardop uitspreken? ‘Taal en communicatie draaien niet alleen om het uitwisselen van informatie. Het kan je helpen nadenken als iets ingewikkeld is, je kunt jezelf ermee ondersteunen. Self-talk wordt daarom gezien als je innerlijke coach.’

Coach

In de sportpsychologie wordt aangeraden om jezelf met ‘jij’ aan te spreken. ‘Het idee is dat je daarmee afstand creëert, alsof de coach tegen je praat.’ Maar Wiltschko betwijfelt of ‘ik’ en ‘jij’ zo makkelijk aan bepaalde situaties te koppelen zijn. ‘Het lijkt heel persoonlijk. Sommige mensen vertellen: ik praat alleen tegen mezelf als ik mezelf bekritiseer. Anderen gebruiken juist “wij” als ze zichzelf willen motiveren: kom op, dit kunnen we.’

Hoewel psychologen en filosofen al langer onderzoek doen naar self-talk, is het voor taalkundigen nog vrijwel onontgonnen terrein. Wiltschko raakte gefascineerd door wat er grammaticaal gebeurt bij de wisseling tussen ‘ik’ en ‘jij’.

‘Bij “ik” is het alsof ik hardop denk. Maar bij “jij” voer ik echt een gesprek met mezelf. Ook al is er helemaal geen andere persoon, door “jij” te gebruiken is die aangesprokene grammaticaal wel degelijk aanwezig.’

‘Als we self-talk beter begrijpen, kunnen we misschien ook beter vaststellen of en wanneer een machine een zelf heeft’

Toch raken mensen daardoor niet in de war. Volgens Wiltschko is de ‘beste manier’ om dat uit te leggen door te kijken naar het Duitse woord voor meisje: das Mädchen. ‘Dat woord is grammaticaal onzijdig, maar daardoor denken Duitstaligen natuurlijk niet dat een meisje in werkelijkheid onzijdig is. De grammatica zegt het ene, terwijl we weten hoe het in de echte wereld zit.’

schizofrenie

Dat vanzelfsprekende besef van wie ‘ik’ is, kan verstoord raken. ‘Ik ben geen expert op het gebied van schizofrenie, maar daar lijkt iets te veranderen in hoe je jezelf ervaart.’ Bij gewone self-talk blijft dat zelfbesef intact, ook als we onszelf met ‘jij’ aanspreken. ‘We weten dat we dezelfde persoon zijn. Bij schizofrenie lijkt het besef verdwenen dat al die verschillende delen bij dezelfde persoon horen.’ Waar die grens precies ligt, wil Wiltschko nog onderzoeken.

Ook van kinderen kan Wiltschko veel leren. ‘Zij praten heel veel tegen zichzelf. Eerst brabbelen ze en daar hoeft helemaal niemand anders bij te zijn.’ Waarom, daarover bestond lange tijd onduidelijkheid. ‘De Zwitserse psycholoog Jean Piaget dacht dat kinderen eerst gedachten hebben en vervolgens oefenen om die uit te spreken. Voor hem was self-talk dus een opstapje naar een gesprek met een ander.’

Een still uit de film Taxi Driver (1976) over een eenzame Vietnamveteraan die continu tegen zichzelf praat

De Russische filosoof, psycholoog en pedagoog Lev Vygotsky draaide die redenering om. ‘Volgens hem beginnen kinderen met gesprekken met hun ouders en andere volwassenen. Wat anderen tegen hen zeggen, gaan ze vervolgens tegen zichzelf zeggen. Voor hem is self-talk dus juist een opstapje naar het hebben van gedachten.’ Inmiddels krijgt die laatste verklaring volgens Wiltschko de meeste bijval.

Werking van taal

Daarachter schuilt een veel grotere discussie. ‘Waar dient taal eigenlijk voor? Is het in de eerste plaats een middel om te communiceren, of in de eerste plaats een middel om te denken? Ik denk dat het beide is.’ Haar onderzoek wijst ook in die richting: ‘Als mijn theorie over de grammaticale structuur klopt, zitten zowel communicatie als het formuleren van gedachten in ons taalsysteem ingebouwd. Maar daar is het laatste woord nog niet over gezegd.’

Maar uiteindelijk gaat self-talk over meer dan alleen de werking van taal. ‘Hoe kunnen we onszelf als een ander aanspreken zonder te vergeten dat we dezelfde persoon zijn?’ 

Een antwoord daarop kan meer vertellen over ons bewustzijn en over wat een ‘zelf’ eigenlijk is. ‘Heeft AI bijvoorbeeld een zelf? Als we self-talk beter begrijpen, kunnen we misschien ook beter vaststellen of en wanneer een machine een zelf heeft. Uiteindelijk raakt het aan de essentie van wat het betekent om een zelf te zijn en om mens te zijn.’

Martina Wiltschko, How did you get into my head? The linguistics of self-talk and its kin, LUCL Colloquium, Herta Mohr, vrijdag 25 sept, 15:30-17:00