We weten een heleboel nog níet
Etnograaf Jackie Ashkin ziet hoe beleidsmakers vaak meer duidelijkheid over de ‘grote ongrijpbare oceanen’ willen dan wetenschappers kunnen bieden. ‘Je zult meer keuzes moeten maken zonder precies de uitkomst te weten.’
‘Ik ben opgegroeid met water overal om me heen, op een eiland in Maleisië. Toen ik daar woonde zag ik de kust voor het huis van mijn moeder veranderen. Zeker de afgelopen vijftien jaar zijn ze veel bezig geweest met landwinning, en verandert het eiland zienderogen. En ik vraag me dan af: was dit wat we voor ogen hadden? Snappen we wat we aan het doen zijn als we de kust op deze manier veranderen?
‘Alle grote veranderingen die nu gaande zijn rondom zeespiegelstijging zijn niet alleen klimaatproblemen, maar ook zeer ingrijpende maatschappelijke uitdagingen. Zo kwam ik als sociale wetenschapper uit bij de zee: als etnograaf in de oceaanwetenschappen.
‘Als wetenschapper krijg je de opdracht om oplossingen te vinden voor de samenleving, maar moet je ook werken in een heel uitdagend ecosysteem. Die werelden sluiten niet altijd op elkaar aan. De beleidswereld wil harde normen, maar als wetenschapper werk je met veel onzekerheden en data die moeilijk te verkrijgen is.
Brak landschap
‘De kust is zowel nat als droog, zowel zoet als zout. Zeker in Nederland, waar de vloedlijn wel honderden meters kan verschuiven met de getijden, en waar je vanuit de zee soms meteen koeien op het land kan zien. Waar trek je dan de lijn waar “de kust” is? Ik zie het daarom meer als een soort tussenplek in plaats van als harde grens, een overgang waar verschillende gebieden zich mengen en overlappen.
‘Het is helemaal geen strakke lijn, maar een vage grens, het is brak. Dat komt ook terug in het conceptuele deel van mijn proefschrift, je kunt het ook toepassen op de studie van de zee, in mijn proefschrift noem ik dat brackish knowledge.
‘Oceanografie is nog relatief jong, grootschalig onderzoek begon pas vanaf de Tweede Wereldoorlog. Het kwam oorspronkelijk voort uit militaire interesse. Voordat er computers waren probeerden mensen met de hand uit te rekenen hoe de zee zich zou gedragen. D-Day was een van de eerste keren toen bleek hoe belangrijk deze kennis kon zijn: oceanografische kennis werd toegepast om te berekenen wat het beste moment was voor de invasie van Normandië.
‘Onderzoek naar oceanen is altijd heel kleinschalig geweest omdat het simpelweg lastig en duur is om de zee op te gaan om bijvoorbeeld walvissen te vinden en te volgen. Ook de Nederlandse kust bestuderen kan lastig of gevaarlijk zijn. Soms moet je ver over glibberig wad lopen om iets te kunnen meten. En als je instrumenten neerzet moet je telkens terugkomen om die apparatuur schoon te maken: anders komt het helemaal onder zeewier en slib te zitten en krijg je echt geen goede data meer.
‘Sommige mensen denken misschien dat je met satellietgegevens een compleet beeld van de zee kan krijgen, maar die gaan maar een paar meter diep, de oceaan is daaronder nog onmetelijk groot. Dat is zo omvangrijk dat het onmogelijk is om precies te meten wat er gebeurt, daarom hebben we rekenmodellen nodig. Maar dat zijn per definitie simplificaties van de werkelijkheid waarin we keuzes maken over wat we wel en niet meenemen.
Levende wezens en fysische aspecten
‘Berekeningen zoals die voor D-Day werden gebruikt kijken vooral naar fysische aspecten zoals stromingen en getijden. Dan zie je de zee als een soort levenloze ruimte en denk je niet na over ecologie. Maar als je factoren zoals levende wezens gaat toevoegen, wordt het al snel ingewikkeld. De ecologie van de zee verandert ook de chemische en fysische eigenschappen van het water.
‘Je moet altijd keuzes maken wat je wel en niet meeneemt, anders wordt het net als in het verhaal van Jorge Luis Borges, waar een keizerrijk een kaart laat maken die zo gedetailleerd is dat het net zo groot is als het keizerrijk zelf.
‘Wij maken modellen om de grote ongrijpbare oceaan te snappen, maar tegelijkertijd vormen de beperkingen van modellen ook ons beeld van de werkelijkheid en geven ze ons wellicht het idee dat we de wereld kunnen vormen hoe wij willen.
‘Beleidsmakers willen heel graag alles in nette categorieën opdelen, maar in de praktijk blijkt dat de werkelijkheid meer lijkt op een brak kustgebied, waar niets echt vaststaat of zeker is. Ik zou graag willen dat mensen zich meer openstellen voor die onzekerheid. We zullen meer keuzes moeten maken zonder precies te weten wat het resultaat zal zijn.’
Jackie Ashkin, Brackish Knowledge: Materiality, Numerical Modelling, and the Politics of Knowing Coastal Futures. Promotie was 20 oktober, 16:00 u
Als wij niets doen, kiest het klimaat
Milieuwetenschapper Haye Geukes onderzocht hoe ecosystemen de kust kunnen beschermen. ‘Vroeger waren er veel oesterriffen in de Noordzee, die zouden we kunnen terughalen.’
‘Nature-based solutions zijn heel erg aan het opkomen in wetenschap en beleid. Het zijn methodes waarbij je meewerkt met de natuur, in plaats van er tegenin. Je kijkt of je het ecosysteem voor je kan laten werken zodat het zowel voordelen heeft voor mensen als voor de natuur.
‘Zandsuppleties vallen eronder: je legt het zand neer, en het waait mee met de wind het strand op, of het wordt door de zee meegenomen naar de juiste plek. Maar bijvoorbeeld ook mangrovebossen, koraalriffen, of oesterbanken zijn voorbeelden van nature-based solutions voor kustbescherming. Vroeger waren er veel oesterriffen in de Noordzee, die zouden we kunnen terughalen.
‘Als we in Nederland niks zouden doen aan de kust, zou al het zand langzaam wegstromen in zee. Je ziet bijvoorbeeld bij de Waddeneilanden zo’n natuurlijke beweging. Begin jaren negentig is besloten dat we de kustlijn van toen willen vasthouden, dus vullen we de stranden bij met zandsuppleties. We hebben mazzel dat er in de Noordzee genoeg ligt, maar je kunt alleen een bepaald type zand gebruiken, en daar is niet oneindig veel van. Dus we moeten heel slim nadenken over wanneer we wat toepassen.
‘Ik heb voor mijn proefschrift samen met onderzoekers van de TU Delft modellen ontwikkeld om zandsuppleties te onderzoeken bij verschillende mogelijke zeespiegelstijging- en erosiesnelheden. Die resultaten zijn heel positief. De komende decennia werken de zandsuppleties zelf onder de hoogst mogelijk zeespiegelstijgsnelheden nog heel goed.
Voorkeur
‘Maar dat is alleen de fysieke kant van het verhaal, puur natuurkunde. De wereld is natuurlijk veel complexer en kent heel veel onzekerheid, maar we hebben nu een beginnetje. De ecologische kant is alweer een stapje moeilijker. En dan heb je ook nog hoe mensen daarop reageren en hoe dat weer invloed heeft op de kustbescherming.
‘Elke methode van kustbescherming heeft andere effecten, of je het nou hebt over nature-based solutions als zandsuppleties of het bouwen van betonnen dijken. Die keuze heeft effect op de natuur, de kust zelf en op de maatschappij: mensen gebruiken ook de duinen en het strand en hebben ook voorkeuren hoe ze die het liefste zien.
‘Vanwege klimaatverandering zullen veel omstandigheden in de toekomst heel anders zijn dan ze nu zijn: de zeespiegel is gestegen en het weer is anders. De fysieke en ecologische kant van de kust verandert, maar ook de samenleving en politieke voorkeuren.
‘Er zijn veel scenario’s om rekening mee te houden. De mogelijke zeespiegelstijging is veel hoger dan de waarschijnlijke waarden. In 2100 is de bovengrens 2,5 meter en in 2300 meer dan 17 meter. Hoewel die extremen minder waarschijnlijk zijn, moet ons kustbeleid ook met die scenario’s rekening houden. Net zoals je ook een gordel omdoet voordat je de snelweg oprijdt.
‘We moeten ons voorbereiden op onduidelijke toekomsten. Nature-based solutions werken nu goed, maar we weten niet of dat ook geldt in een veranderd klimaat in de toekomst. Van dijken kun je beter voorspellen hoe ze reageren op een stijgende zeespiegel, maar ze hebben weer nadelen qua ecologie en recreatie. We hebben nu nog de luxe dat we kunnen kiezen. Het gaat nog wel even duren voordat de zeespiegel echt hard gaat stijgen.
‘Als we het heel belangrijk vinden dat een bepaald stukje land droog blijft, kan er heel veel. Maar dat gaat de samenleving steeds meer kosten. We kunnen ons beter afvragen hoeveel zeespiegelstijging we willen, in plaats van hoeveel we aankunnen. Wanneer wegen de kosten van kustbescherming niet meer op tegen de baten?
‘Persoonlijk denk ik dat we de komende tijd kunnen doorgaan met nature-based solutions omdat die het in de huidige omstandigheden goed doen, en ze zijn waardevol voor de natuur en veel mensen. Maar voor de lange termijn hebben we een plan nodig. Dat is aan de politiek en de samenleving. Als wij niet kiezen, kiest klimaatverandering voor ons.’
Haye Geukes, Nature-based solutions for coastal climate change adaptation: Sand nourishment strategies in the Netherlands. Promotie was 20 oktober, 14:30 u