Toen Tapsang dertien was, liet hij – net als veel andere kinderen – zijn familie achter in Tibet. In 1995 vluchtte hij vanuit Lhasa via Nepal naar India, naar een wereld die hij tot dan toe vooral kende uit de verhalen van anderen, over de Dalai Lama en over een gemeenschap die zich aan de andere kant van de Himalaya opnieuw had opgebouwd.
In India kwam Tapsang terecht op een Tibetaanse school. Daar ontstond langzaam een nieuwe vorm van familie. Leraren nodigden hem thuis uit om met hun gezin mee te eten. Klasgenoten deelden eten, kleding en geld en vingen elkaar op als het gemis te groot werd. Tapsang behoorde tot een generatie Tibetaanse kinderen die hun biologische familie achterliet, maar in India nieuwe naasten vond om op terug te vallen.
‘Het is een levendige gemeenschap van mensen die Tibet tot leven brengen’, zegt antropoloog Dawa Lokyitsang, postdoctoral fellow aan het Leidse International Institute for Asian Studies. Vandaag geeft ze een lezing over Tibetaanse verwantschap onder Chinese koloniale dwang. Zelf groeide ze tot haar tiende op in Dharamsala, binnen de Tibetaanse gemeenschap in ballingschap die nu centraal staat in haar onderzoek.
Humanitaire ramp
Nadat de Dalai Lama, de hoogste leider van het Tibetaanse boeddhisme, in 1959 Tibet was ontvlucht, richtte hij de eerste Tibetaanse school in India op. Veel van de eerste leerlingen waren kinderen die hun ouders waren verloren tijdens de Chinese invasie van Tibet, de vlucht naar Nepal en India of in de vluchtelingenkampen. ‘Sommige Tibetanen waren maanden onderweg voordat ze India bereikten’, vertelt Lokyitsang. ‘Heel veel zijn er tijdens de reis gestorven. Het was een humanitaire ramp.’
Eenmaal in India werden vluchtelingenkampen opgezet, waar ziektes als dysenterie veel slachtoffers maakten. ‘Kinderen waren natuurlijk het meest kwetsbaar. De school werd opgericht om hen te redden. Het werd een plek voor kinderen die wees waren geworden.’
Voor haar onderzoek sprak Lokyitsang met drie generaties Tibetanen die opgroeiden binnen deze scholen. De eerste generatie bestond uit leerlingen die zonder hun biologische ouders opgroeiden. Decennia later kwamen opnieuw veel kinderen alleen vanuit Tibet naar India. Hun situatie was anders: vaak leefden hun ouders nog. ‘Maar het is niet zo dat ze hun kinderen in de steek lieten. Het is een heel ander verhaal dan het gebruikelijke verhaal over een weeshuis.’
Die ouders hadden volgens Lokyitsang de verwoestende gevolgen van de Chinese overheersing en de Culturele Revolutie meegemaakt, dat was een gewelddadige campagne van 1966-1976 om de communistische samenleving in China te zuiveren van traditionele invloeden. ‘Hun materiële en traditionele wereld werd letterlijk vernietigd. Bestuurssystemen werden ontmanteld, kloosters gesloten en gebombardeerd. Als je de oude Tibetaanse cultuur beoefende, kon je daarvoor in de gevangenis belanden.’
Tegelijkertijd bereikten vanuit India andere geluiden Tibet. ‘Aan het eind van de Culturele Revolutie was de grens tussen India en Tibet heel even open. Mensen kwamen terug uit India met verhalen over scholen en kloosters.’ Dat zorgde voor ‘hoop, herleving en vernieuwing’ in ballingschap, aldus de onderzoeker.
De Tibetaanse scholen bestonden inmiddels al tientallen jaren. ‘Sommige leraren waren zelf ooit wees op diezelfde scholen. Veel leerlingen wisten dat waarschijnlijk niet eens.’
Vooral de banden tussen leerlingen onderling werden belangrijk. ‘Een kind dat zonder ouders of familie opgroeit, mist bepaalde zekerheden. Dus hoe wordt een school dan een thuis? Praktisch gezien biedt een school onderdak, maar een thuis ontstaat door zorgende relaties: hun vrienden werden hun familie.’
Verbondenheid
Die relaties verdwenen niet zodra de leerlingen volwassen werden. ‘Schoolvrienden blijven niet alleen schoolvrienden. Later in hun volwassen leven worden ze grotendeels familie. Zelfs hun kinderen worden door die relaties weer vrienden.’
Lokyitsang verzet zich tegen het idee dat Tibetanen uitsluitend slachtoffers zijn van Chinese onderdrukking. ‘Dat is maar een deel van het verhaal. Tibetanen zijn ook mensen die voor andermans kinderen zorgen. Het zijn leeftijdsgenoten die voor elkaar zorgen. Er is te weinig aandacht voor die kant van de geschiedenis.’
De antropoloog noemt de zorg voor elkaar ook een vorm van verzet, nadat de Culturele Revolutie vele mensenlevens had gekost en materieel erfgoed had vernietigd.
‘Op de scholen draaide het juist om Tibet opnieuw tot leven brengen. Ze wilden niet dat er nog meer doden zouden vallen. De scholen werden een plek om de dood tegen te gaan. De oudere generatie gaf traditionele gebruiken en de dagelijkse Tibetaanse cultuur door aan kinderen.’ Zo leerden zij de taal en groeiden op met Tibetaanse rituelen, ceremonies en feestdagen. ‘Het onderwijs werd een manier om verbonden te blijven met een plek en met mensen van wie je gescheiden bent.’
Niet biologisch verwant
Haar eigen vader was op jonge leeftijd een van de eerste leerlingen op de school van de Dalai Lama.Zelf werd Lokyitsang in India geboren en groeide ze wél met haar biologische ouders op. ‘Kinderen die in India geboren waren en niet van hun familie waren gescheiden, groeiden op met kinderen uit Tibet die dat wel waren. Ze werden vrienden en leerden elkaar kennen.’
Soms gingen ook de ouders van die kinderen een rol spelen in het leven van klasgenoten die zonder hun eigen ouders opgroeiden. ‘Ik groeide op in een heel zorgzame omgeving, met volwassenen bij wie ik vrij om liefde, aandacht en zorg kon vragen. Ik dacht dat dat normaal was. Ik was helemaal niet biologisch verwant aan deze mensen. Ze hoefden helemaal niet voor mij te zorgen. Maar dat deden ze wel.’
De eerste leerlingen van de Tibetaanse scholen zijn inmiddels op leeftijd. Zij werden ambtenaren, verpleegkundigen, artsen en leraren binnen de Tibetaanse gemeenschap in India. ‘Ik zou zeggen dat die eerste generatie leerlingen voor een groot deel de dromen van de generatie vóór hen heeft verwezenlijkt.’
Die veerkracht heeft de gemeenschap gezamenlijk voortgebracht, vindt Lokyitsang. ‘Ook al voelt het niet alsof we ons land hebben teruggekregen en konden we niet terugkeren, dat betekent niet dat datgene waarop zij hoopten niet is gerealiseerd.’
Dawa Lokyitsang, Kinship Under Colonial Duress: Anticolonial Nationalism Mends Ruptured Tibetan Attachments, donderdag 10 september, 15:30 - 17:00 uur, Agora-gebouw.