Aan de zuidrand van Nairobi National Park, waar het territorium van de leeuwen overgaat in akkers en veekralen, werd tien jaar geleden bijna een hele leeuwenroedel uitgeroeid. In enkele maanden tijd werden tien leeuwen afgeschoten.
‘Stel je voor’, zegt onderzoeker Monica Chege, die promoveerde op de conservatie van leeuwen in Kenia. ‘Je bent een boer en je hebt vijftig koeien. Veertig daarvan sterven door de droogte en de laatste tien worden opgegeten door leeuwen. Dan begrijp ik wel dat je boos en gefrustreerd bent. De enige manier waarop ze dat denken te kunnen oplossen, is door de leeuwen te doden.’
Door het regenseizoen zijn prooidieren niet meer gebonden aan de diverse waterbronnen in de omgeving en verlaten het park. ‘De leeuwen volgen hen dan en direct aan het park woont een lokale gemeenschap. Daar gaat het vaak mis. De overheid geeft ook geen compensatie voor het verlies van dieren. Als je afhankelijk bent van vee, zorgen de leeuwenaanvallen voor veel woede.’
Door dit langlopende conflict liep de roofdierenpopulatie gevaar. ‘Pas sinds een jaar of drie is het aantal leeuwen in Kenia weer stabiel. Ik denk dat mijn onderzoek daar ook deels aan bijgedragen heeft, want het leverde inzicht in de impact van het beheer van de parken. Wat wij doen, dieren verplaatsen of hekken bouwen, heeft invloed op de leeuwenpopulatie.’
Grote roofdieren
Voor Chege aan haar promotieonderzoek begon, werkte ze jarenlang voor de Kenya Wildlife Service (KWS), de overheidsinstelling die verantwoordelijk is voor het beheer van wilde dieren in Kenia. Vanuit een kantoorfunctie hield ze zich bezig met de bescherming van grote roofdieren: leeuwen, gevlekte hyena’s, cheeta’s en wilde honden. ‘We ontwikkelden nationale strategieën voor natuurbehoud. Dat zijn eigenlijk routekaarten: dit zijn de problemen, dit zijn de doelen en dit zijn de acties die nodig zijn om daar te komen.’
Tijdens een samenwerking met de Universiteit Leiden ontmoette Chege hoogleraar Hans de Iongh. ‘Hij vertelde me dat er een promotieplek beschikbaar was. En ik dacht: waarom niet?’ De overstap van beleidsmaker naar wetenschapper was even wennen. Waar haar werk bij KWS draaide om rapporteren, overleggen en maatregelen bedenken, vroeg een promotietraject om een andere manier van denken. ‘Ik herinner me nog wel dat een van mijn begeleiders zei: “Je moet stoppen met denken als een manager.” De eerste maanden waren lastig, maar toen ik het eenmaal onder de knie had, verliep het gesmeerd.’
Chege richtte zich onder meer op genetische diversiteit en verzamelde DNA-monsters van 171 Keniaanse leeuwen uit verschillende populaties door het hele land. Daarmee kon ze inzicht krijgen in de genetische gezondheid van de dieren en het effect zien van maatregelen zoals translocaties en omheiningen rond het park.
‘Ik wilde weten of populaties in bepaalde parken genetisch verarmd raakten, bijvoorbeeld doordat ze al tientallen jaren volledig omheind waren. In geen enkele populatie kwam inteelt voor, maar ik zag wel dat sommige volledig omheinde populaties wel tekenen van genetische degradatie vertoonden. Daarom is actief beheer nodig: individuen uitwisselen tussen parken om de genetische diversiteit te behouden.’
dominant mannetje
Daarbij is het wel van belang dat de leeuwen uit het noorden van Kenia niet geplaatst worden bij de leeuwen in het zuiden, en andersom. ‘Ze hebben zich aangepast aan hun habitat en hebben daardoor compleet verschillende genetische achtergronden. Daardoor zouden ze mogelijk minder goed tegen de lokale ziekten of omstandigheden kunnen.’
De dieren die worden verplaatst, zijn vaak zogenoemde “probleemleeuwen” die herhaaldelijk vee hebben gedood. Door herplaatsing krijgen ze ‘een tweede kans’, maar het is geen vanzelfsprekendheid dat ze het overleven in hun nieuwe omgeving.
‘Het hangt van het geval af of ze geaccepteerd worden door een nieuwe roedel. Er is een leeuw in Kenia die het dominant mannetje van de groep kon worden, maar meestal is het moeilijk voor een verplaatst individu om te overleven en zich voort te planten.’
Daarom is Chege terughoudend over herplaatsingen. ‘Soms is het echter noodzakelijk. In dat geval is het wel zaak om over factoren als leeftijd, gedrag en genetische achtergrond na te denken. Bij voorkeur worden ze geplaatst in parken waar de populatie genetisch gedegradeerd is, zodat de diversiteit wordt versterkt.’
Chege onderzocht ook het sociale leven van de beesten. Ze onderzocht hoe de groepsgrootte varieerde in verschillende gebieden. In nationale parken worden vee en mens volledig geweerd, terwijl bijvoorbeeld in gemeenschapsreservaten leeuw, mens en vee het gebied delen.
‘Idealiter leven leeuwen in grote roedels, want dan voelen ze zich veilig. Maar hoe dichter ze bij mensen wonen, hoe kleiner de roedel wordt. Als de kans op conflicten groeit en ze het doelwit dreigen te worden van de mens, hebben ze de neiging om kleinere groepen te vormen om minder op te vallen. Als we de leeuwen willen beschermen, moeten we dus ook de lokale gemeenschappen betrekken bij hun conservatie.’
Dat lukt steeds beter. ‘Vroeger moesten de jonge mannen van de Masai een leeuw doden om hun mannelijkheid te tonen en daarmee volwassen te worden. Dat gebeurt nu nog maar zelden, dankzij educatie en veranderende tradities. Wanneer gemeenschappen ook meedelen in de voordelen van natuurbehoud, zoals toerisme, neemt de steun voor bescherming toe. In ons onderzoek hebben we bijvoorbeeld grotere leeuwenpopulaties gezien in door de gemeenschap beheerde reservaten. Zo profiteer je van natuurbehoud en is de gemeenschap toleranter, omdat ze de waarde ervan inzien.’
Terugsturen
Chege volgde tien leeuwen door ze gps-halsbanden te geven en zo beter te begrijpen hoe ze zich door hun leefgebied bewegen. ‘Als ze het park verlaten, weten we wanneer ze dat doen en kunnen rangers ze weer terug in het park sturen. Zo’n halsband weegt overigens slechts twee of drie kilo, en na een jaar of twee vallen ze vanzelf af, dus ze hadden er niet te veel last van.’
Chege vindt het belangrijk dat het onderzoek doorgaat en de leeuwen blijven worden gevolgd. ‘Er wordt nu sporadisch gekeken naar het aantal leeuwen in bepaalde leefomgevingen. Dat komt doordat we afhankelijk zijn van de beschikbare middelen. De overheid zou meer geld moeten vrijmaken voor het regelmatig uitvoeren van tellingen.
‘Ik heb het gevoel dat Kenia grote vooruitgang heeft geboekt op het gebied van natuurbehoud, met name dankzij de lokale gemeenschappen. We hebben nu zoveel van deze natuurreservaten. Als dit zo doorgaat, hoeven we alleen nog maar te zorgen dat de habitats en de gevolgen van klimaatverandering efficiënt worden beheerd. Het ziet er allemaal niet zo somber uit. We moeten de vaart erin houden.’
Conservation and Management of Lions in Kenya
Monica Chege
Promotie was 14 januari