‘Ik kon de weg echt niet vinden.’ Anne Bertels (22) komt lachend uit een container lopen die op het terrein van Lowlands in Biddinghuizen staat. Tijdens het festival gebruiken wetenschappers het publiek als proefkonijn voor verschillende experimenten onder de noemer Lowlands Science.
Leidse psychologen hebben hier een donker doolhof neergezet, de zogenoemde Space Maze. Een lange rij bezoekers staat te wachten om naar binnen te mogen. Onderweg krijgen ze raketten, buitenaardse wezens en planeten te zien. Het doel van de onderzoekers: ontdekken of de proefpersonen atopia hebben: de neiging om voortdurend te verdwalen.
‘Nou ja, ik vond de weg wel naar buiten, zoals je ziet’, zegt Bartels. ‘Maar misschien heb ik wel atopia. Als ik naar huis moet, weet ik de weg wel, maar als ik een rondje ga wandelen moet ik wel echt Google Maps erbij houden. Of ik zeg tegen anderen: “Doe jij de route maar, ik loop wel met je mee.”’
Herkenningspunten
‘Mensen met atopia verdwalen heel de tijd, iedere dag’, zegt navigatie-expert Ineke van der Ham, hoogleraar technische vernieuwingen in de neuropsychologie. ‘Makkelijk gezegd is atopia “ruimtelijke dyslexie”. De meeste mensen bouwen een soort mentale plattegrond op. Maar dat lukt hen niet.’
Deze groep is namelijk afhankelijk van herkenningspunten. ‘Ze letten bijvoorbeeld op de rode bloemetjes of de blauwe auto, maar als zo’n herkenningspunt verdwijnt, zijn ze de weg kwijt. Daarbij lukt het minder goed om ruimtelijke informatie te onthouden. Als je zegt: “Ga hier de hoek om, dan rechts bij de rotonde en vervolgens links”, krijgen ze dat niet voor elkaar.’
Volgens Van der Ham kan het zelfs zo ver gaan dat iemand die al dertig jaar in hetzelfde huis woont, zich niet kan voorstellen hoe de straat eruitziet om de hoek. ‘Die mensen weten misschien wel dat ze het hebben, maar ze hebben er geen naam voor.’
Momenteel worden mensen namelijk niet gediagnosticeerd met atopia. ‘Dat hopen wij dus te doen. Er is nu alleen nog geen test voor.’
Het ontbreken van een diagnose kan lastig zijn voor mensen die er dagelijks mee kampen, stelt de hoogleraar. ‘Het levert bij sommigen heel veel schaamte op. Mensen bedenken allerlei trucjes om hun moeite met navigeren te verbergen. Dan zeggen ze steeds dingen als: “Ik loop wel achter jou aan”, of: “Zullen we bij mij afspreken?”’
Volgens Van der Ham hebben veel meer mensen atopia dan ze denken. Zo deed ze eerder onderzoek met een willekeurige groep van 880 mensen. ‘Zo’n één op de twintig mensen bleek het te hebben, maar we weten er nog bijna niks over. Zijn ze jonger, ouder, mannen, vrouwen of is het gewoon echt iedereen?’
Met zestigduizend bezoekers en 140 hectare aan festivalterrein is Lowlands een ideale onderzoekslocatie voor de Leidse psychologen. ‘Die vijf procent mensen met atopia, loopt hier gewoon tussen. En als je ergens kunt verdwalen is het hier wel. Daarnaast hebben we hier een heel diverse onderzoeksgroep. Alles loopt hier, van jong tot oud.’
Met eventueel alcohol- en drugsgebruik van de feestgangers houden de onderzoekers wel rekening. ‘Dat vragen we gewoon. We maken duidelijk dat we daar geen oordeel over hebben, maar we moeten het wel weten.’
Deelnemers moeten niet alleen de uitgang van het doolhof weten te vinden, maar ook onthouden wat ze onderweg tegenkomen, waar ze dat hebben gezien en welke route ze hebben gelopen. Bartels: ‘Ik kon echt geen enkele vraag accuraat beantwoorden.’
‘Ik vond de ster en de maan makkelijk te onthouden’, zegt Frederique Hubbelmeijer (28). Haar vriend Chris (29) probeerde precies te onthouden hoe hij zigzaggend door het doolhof liep. ‘Ik had wel heel erg in mijn hoofd dat ik moest onthouden: waar heb ik wat gezien? Maar toen kwamen al die vragen en toen was ik het alweer vergeten. Het waren ook heel veel vragen.’ Frederique: ‘Zéven vragenlijsten!’
Ook moeten de proefpersonen op een iPad aanwijzen waar bepaalde locaties op het Lowlandsterrein zich bevinden. ‘Dat ging eigenlijk wel aardig. Ik heb op zich wel richtingsgevoel en let wel op herkenningspunten, maar eigenlijk gebruik ik altijd Google Maps.’ Chris zegt Google Maps juist wat vaker links te laten liggen: hij wil vaker lekker om zich heen kijken.
‘Dat zou ik ook aanraden’, vertelt Van der Ham. ‘Die technologie is heel mooi, maar die afhankelijkheid is heel kwetsbaar. We krijgen nu een generatie die niet meer na hoeft te denken over de route. Dat is zonde, want je kunt jezelf heel goed trainen om beter met atopia om te gaan.’
Herinneringen
Ze vermoedt dat mensen met atopia een minder sterke verbinding hebben tussen de hippocampus en de frontaalkwab in de hersenen, de plek waar je langetermijnherinneringen worden opgeslagen. ‘Het is alsof de locatie-informatie daar gewoon verdwijnt. Het lijkt erop dat mensen met atopia ook minder goed zijn in het herinneren van wat ze zelf hebben meegemaakt. Ik ben dolgelukkig als het ons lukt om dat hier op Lowlands aan te tonen.’
Of haar vermoedens kloppen, moet nog uit de analyses blijken. In totaal deden 293 festivalgangers mee, van wie volgens de hoogleraar zo’n 55 atopia hebben.
‘Het lijkt erop dat best wat mensen ons expres hebben opgezocht, maar dat laat ook wel weer zien dat het leeft bij die mensen. Heel net is de steekproef uiteindelijk niet.’ Desondanks vindt ze het nog steeds een geslaagd project.
‘We gaan vooral kijken naar het contrast in prestatie en de scores van mensen met en zonder atopia. Dat is voor ons uiteindelijk de belangrijkste vraag.’