Met in mijn ene hand een veel te dure koffie en in mijn andere een overvolle boodschappentas loop ik door het centrum. Mijn zonnebril beschermt me tegen de felle zon. Door mijn oortjes schallen de uithalen van Tina Turner.
Met zes kilometer per uur wandel ik iedereen voorbij, want wat kan ik me toch ergeren aan langzame mensen. Een oudere dame zit voor haar woning een sigaret te roken.
‘Ziende blind en horende doof’, roept ze me toe wanneer ik voorbijloop. In eerste instantie voel ik ergernis. Waarom denkt een ander commentaar te moeten leveren op hoe ik nogal onhandig een zware boodschappentas thuisbreng? Mag ik niet gewoon met muziek en koffie genieten van mijn vrije ochtend?
Eenmaal thuis, nadat ik me ontdaan heb van die hele uitrusting, daagt het besef dat het toch wel heel grappig was, en dat ze misschien een punt heeft. Want waarom banjer ik eigenlijk volledig afgesloten op standje maximaal langs mijn medemens?
Misschien moet ik gewoon even wennen aan een nieuwe omgeving. Want na jaren studeren en wonen in het centrum van Den Haag, verruilde ik afgelopen maand mijn Haagse woontoren voor een kamertje in Leiden.
Den Haag is een geweldige stad, maar ik ben er wel gewend geraakt aan de anonimiteit van een druk centrum. Niemand groette elkaar in de lift van mijn flat, laat staan dat een vreemde zich op straat om een ander bekommerde. Het was dus een leuke verrassing toen ik in Leiden door onbekenden werd begroet, en dat mijn buren zelfs een praatje maakten.
Sindsdien bevind ik mij in de idyllische eerste weken van een nieuwe liefde. En zoals dat gaat, viel ik eerst voor het ideaalbeeld van Leiden. Ik zag wat ik wilde zien: een gezellige, kleine stad met eindeloze grachten en bruggetjes waar studenten voor hun huis in de zon zitten. Een plek waar iedereen elkaar lijkt te kennen, en andere mierzoete beelden. Ik vond het allemaal prachtig.
Maar op een gegeven moment is het nieuwe er wel af. De eerste scheurtjes worden zichtbaar. Eigenlijk wel erg veel lawaai, die lui die elke avond op de stoep borrelen. En zit ik er wel op te wachten om steeds dezelfde mensen op dezelfde plekken tegen te komen?
Uiteindelijk komt het punt waarop je een keuze moet maken: ga ik hier serieus voor of blijft het bij een flirt? Vind ik Leiden nog steeds zo prachtig nu de zomer voorbij is en het ideaal langzaam plaatsmaakt voor de werkelijkheid?
Voor mij kwam het moment van inzicht dankzij de dame die mij meteen doorzien had als antisociale Gen-Z’er. Haar opmerking haalde me uit mijn bubbel. Want liefde is ook een kwestie van moeite doen. Althans, dat is mij altijd verteld.
Sindsdien gaan de oortjes uit en groet ik passanten met een voorzichtige glimlach. Ik kan niet alleen vrijblijvend gezellig doen op een terras wanneer het mij uitkomt. Ik moet mijn open houding ook bewaren als er weer eens slome mensen voor me lopen. En de stoep is hier behoorlijk wat smaller dan in Den Haag, dus dat vraagt nogal wat van mij. De liefde is nog pril, maar voor nu zijn Leiden en ik exclusief.
Renske Veldman is student crisis and security management