Nieuws
Universiteit werkt toch samen met Israël, ook met een bedrijf in bezet gebied
Zes maanden na het invoeren van nieuw beleid over samenwerkingen met Israelische instellingen, is het LUMC nog steeds betrokken bij minstens drie ongetoetse projecten, waarvan één met een bedrijf op de Westelijke Jordaanoever.
Mark Reid
donderdag 15 oktober 2026
Bezetting van de hortus botanicus uit protest tegen banden met Israël, mei 2024 Foto Taco van der Eb

Twee van die projecten, onderdeel van het internationale wetenschapsinitiatief Horizon Europe, begonnen rond de tijd dat het advies van de commissie Mensenrechten en Conflictgebieden is aangeboden aan het college van bestuur, afgelopen voorjaar. Het derde project is recenter en heeft zijn officiele start pas in 2027.

Bij die samenwerking, Inter-organelle crosstalk in viral infections, is het bedrijf 1Base Pharmaceuticals betrokken dat volgens de projectwebsite gevestigd is in Naale, een illegale nederzetting op de bezette Westelijke Jordaanoever. In tegenstelling tot de andere deelnemende instituten staat 1Base Pharmaceutical niet op de kaart op de projectpagina aangegeven. Eerder was dat nog wel het geval.

De drie projecten zijn nog niet getoetst aan het nieuwe beleid over samenwerkingen met Israëlische instellingen (zie kader), laat universiteitswoordvoerder Mischa van Vlier weten.

gevoelige samenwerkingen

‘Twee van de projecten, waarvan een gericht is op het verbeteren van behandeling voor patiënten met kanker, en de ander op het voorkomen van infectieziekten zoals tuberculose, liepen al vóór het verschijnen van het advies van de commissie Mensenrechten aan het college van bestuur, en voordat het college de nieuwe koers aankondigde. Omdat is afgesproken dat bestaande samenwerkingen opnieuw worden beoordeeld, worden deze projecten ook opnieuw getoetst.’

De samenwerking voor het project VirION is volgens Van Vlier ‘nog niet gestart en ligt ter beoordeling bij de LUMC-werkgroep die gevoelige samenwerkingen met externe partners beoordeelt’. Op welke termijn dat zal plaatsvinden, is nog onduidelijk.

‘Deze werkgroep adviseert de raad van bestuur van het LUMC’, aldus Van Vlier. ‘Bij deze beoordeling zal het uitgangspunt gehanteerd worden dat door het LUMC geen nieuwe institutionele samenwerkingen zullen worden aangegaan.’

niet verlengen

In de eerder uitgezette koers neemt het college van bestuur een duidelijk standpunt in over de bezette gebieden, namelijk ‘om de huidige contractperiode uit te dienen en zich bij verlenging of nieuwe calls niet opnieuw te verbinden’. En: ‘Waar de feitelijke relatie met de Israëlische partner minimaal is of via een derde instantie loopt, kan een meer administratieve afsluiting volstaan, maar wordt de principiële keuze om niet te verlengen uitdrukkelijk vastgelegd.’

1Base Pharmaceuticals heeft geen online aanwezigheid en staat bij het Israëlische equivalent van de Kamer van Koophandel geregistreerd als ‘geliquideerd’. Het adres van het bedrijf in het handelsregister komt wel overeen met het adres op de projectpagina. Via de website van een goed doel wist Mare de naam van de vermoedelijke CEO van het bedrijf te achterhalen. Deze onderzoeker is tevens werkzaam aan de University of Southhampton, die ook deelneemt aan het Horizonproject. Hij wil niet antwoorden op vragen van Mare. De Portugese penvoerder van het Horizonproject reageerde niet op vragen.

Naast Leiden is ook het Amsterdam UMC betrokken bij het samenwerkingsproject met 1Base.

Banden met Israël: wat was het advies en welke uitzonderingen maakte het college?

In hun rapport onderscheidde de commissie mensenrechten en conflictgebieden vier overwegingen over samenwerkingen met Israëlische instellingen: versterking van de economische en institutionele infrastructuur van Israëlische partners, institutionele erkenning en legitimatie van deze partners, materiële en immateriële steun aan instellingen die in verband worden gebracht met mensenrechtenschendingen, en het risico dat Leidse medewerkers medeplichtig worden aan schendingen van mensenrechten en internationaal humanitair recht. 

Op basis hiervan adviseerde de commissie dit voorjaar lopende samenwerkingen op te schorten of te beëindigen en tot nader order geen nieuwe, institutionele onderzoekssamenwerkingen met partners in Israël aan te gaan.

‘Voortzetting van samenwerking met deze partners in de huidige context op gespannen voet staat met de kernwaarden van de universiteit: dergelijke vormen van (indirecte) betrokkenheid normaliseren praktijken die strijdig zijn met deze waarden’, aldus de commissie.

Het college van bestuur voegde echter enkele extra kanttekeningen toe: ‘Zonder af te willen doen aan de door de commissie geschetste morele kern, komen aanvullende overwegingen in beeld die ons voor een gedifferentieerder lijn doen kiezen.’

Zo laat het college de aard van de activiteit meewegen in de beoordeling van de samenwerking. Morele problemen die de commissie schetst moeten worden afgewogen tegen de mogelijke positieve opbrengsten van het onderzoek, bijvoorbeeld bij projecten in de (bio)medische sfeer, waarmee levens zouden kunnen worden gered.

Ook weegt het college mee of terugtrekking uit projecten leidt tot reputatieschade voor de universiteit.

‘Voor patiëntenorganisaties, beroepsgroepen in de medische sector en internationale consortiumpartners kan het eenzijdig terugtrekken uit lopende samenwerkingen vragen oproepen over de betrouwbaarheid en consistentie van de universiteit als partner.’

Op basis van onder meer deze afwegingen beslist de universiteit of een samenwerking met een Israëlisch instituut doorgang kan vinden.

In de nabije toekomst zou er een nog meer vastomlijnd beleid voor samenwerkingen moeten komen, de zogenaamde Geïntegreerde werkwijze voor verantwoord samenwerken, maar dit is nog in de maak.