Een halfjaar is lang genoeg om me weer dat gevoel van nieuwigheid en ontwenning te geven. Want eigenlijk is het toch een raar iets, bij mensen intrekken die niet je familie zijn.
Een vriendin gaat volgende week op uitwisseling naar Venetië. Ze zit zo meteen met een vreemde in een appartement in een buitenlandse stad. Ik herkende haar anxiety meteen.
Januari 2024. Ik zit in het appartement waar mijn ouders me met tranen in de ogen hebben achtergelaten. In mijn kamer staat een half in elkaar gezet bureau waarvan het bovenste deel te zwaar is om zelf te tillen, dus ik kijk naar hoe de klok tikt totdat mijn nieuwe huisgenootje thuis is om te helpen.
Wat kan ik in de tussentijd doen? Boodschappen? Een gevoel van paniek besluipt me. Ik heb aangeboden om pasta carbonara te koken voor mijn twee nieuwe huisgenoten en hun vriendin die ik nooit heb ontmoet, alleen heb ik dat nog niet eerder gemaakt.
Ik voel me een klein meisje dat net van de middelbare school komt. Waarom ben ik zomaar bij deze onbekende oudere studenten ingetrokken?
Na een langere tijd leerde ik mijn huisgenoten beter kennen en raakte ik gewend aan hun aanwezigheid, gewoonten en uiteindelijk gezelligheid. Het koffiezetapparaat in de ochtend, make-up op een hoekje van de keukentafel. Vrienden uitnodigen om met zijn allen sushi te bestellen en Netflix te kijken. Lange filosofische gesprekken na het avondeten.
Random huisgenoten kunnen zo hartsvriend(inn)en worden. Of je kan je gaan ergeren aan die kleine gewoonten. Kip geopend in de koelkast, vuile schoenen in de hal. Soms kleine dingen die ik niet vervelend vond bij mijn oude huisgenoot met wie ik een goede klik had. Dan dacht ik liefkozend, ach, ze had vast haast vanochtend.
Vaak heb je huisgenoten niet voor het kiezen, maar ik heb toch echt mijn vervelendste huisgenoot zelf uitgekozen. Hij belde voor het hospiteren vanuit Milaan, en prees Den Haag de hemel in. Hij zou lekker Italiaans eten voor ons koken, kon goed dingen repareren, we zouden samen series als Squid Game kijken.
Daar zit de valkuil: je denkt dat je met een kennismakingsgesprek de touwtjes in handen hebt en iemand kiest die je ‘kent’. Uiteindelijk bleek dat hij helemaal niet zo fantastisch kon koken en dat hij ducttape een goede oplossing vond voor een kapotte vriezer. In het begin aten we samen en lieten we elkaar films zien. Voor hem Fight Club, voor mij Greta Gerwig’s Barbie.
Een paar maanden later kookten we expres apart van elkaar. Als je samenwoont en het beiden druk hebt, zie je pas echt hoe belangrijk een goede match is, naast communicatie en een verantwoordelijkheidsgevoel.
Nu ik erover nadenk om hierna samen te wonen met mijn vriend, waarschuwt iedereen me ervoor dat je elkaar wel écht heel goed moet kennen. Natuurlijk geef ik ze gelijk, maar hoe zit dat dan met huisgenoten in een studentenhuis? Van tevoren heb ik die dus welgeteld vijftien minuten gesproken, tegenover een jaar samenzijn met mijn vriend.
Als student samen gaan wonen is eigenlijk een soort sociaal experiment. En jij en ik, beste lezer, zijn de proefkonijnen.
Zahra Menguellati is student International Studies