‘Wie is hier populair?’ vragen theatermakers Stella van den Sigtenhorst en Lusanne Arts aan het publiek tijdens hun voorstelling Als ik een ruimte binnenloop wil ik dat iedereen mij leuk vindt. ‘Verrassend genoeg gaan er vele handen omhoog in de zaal’, zegt Van den Sigtenhorst. ‘En nog meer handen wijzen enthousiast naar de persoon naast hen.’
In het stuk van Firma Frictie, onderzoeken de twee een verlangen waar ‘een soort taboe op ligt’. Want hardop zeggen dat je populair wilt zijn, doet eigenlijk niemand.
‘Ik zou dat zelf in ieder geval nooit zo zeggen’, vertelt Van den Sigtenhorst. ‘Maar als je echt dieper in het onderwerp duikt, ontkom je niet aan de conclusie: we willen er allemaal bij horen.’
‘We werken vaak met onderwerpen waar we zelf mee worstelen’, legt Arts uit. ‘En daar gaan we vervolgens vraagtekens bij zetten.’
Van den Sigtenhorst had in haar studententijd veel te maken met nieuwe groepservaringen. ‘Ik merkte dat ik al snel een bepaalde rol toebedeeld kreeg: was ineens dat meisje uit het noorden, een beetje naïef, een beetje groen. Dat stempel krijg je snel en het is moeilijk om daar weer uit te breken. Wie bepaalt eigenlijk wie “de populaire” is? En waarom voelt de ene groep veilig, terwijl je je in een andere voortdurend lijkt te moeten bewijzen?’
Wanneer voelden jullie voor het eerst: ik wil dat iedereen mij leuk vindt?
Van den Sigtenhorst: ‘Op de middelbare school was ik daar gek genoeg eerst niet mee bezig, maar vanaf de puberteit veranderde dat. Ik denk dat ik in de meeste groepen waar ik nieuw binnenkom ook gewoon altijd onbewust leuk gevonden wil worden.
‘Het is ook iets natuurlijks om groepen op te zoeken. Vroeger moest je wel, anders ging je gewoon dood. Maar sociale media spelen daar nu heel slim op in door het zo extreem expliciet te maken: likes, bevestiging, evaluatie.’
Arts: ‘Ik ben altijd een people pleaser geweest, bewaar graag de lieve vrede. Nu ik ouder ben, besef ik dat ik gewoon heel graag met iemand door een deur wil kunnen. Het is ook een metafoor voor ons vak. De theaterwereld is ergens ook leuk gevonden willen worden om je werk te verkopen en opnieuw te worden gevraagd. Je staat niet voor niets op een podium en je doet het toch ook voor het publiek.’
Is populair willen zijn vooral iets van deze tijd?
Van den Sigtenhorst: ‘Iedereen wil erbij horen, dat zit diep in ons. Wij laten zien dat er verschillende soorten populariteit zijn. Je hebt ego-populariteit, waarbij het vooral draait om status en indruk maken, en dan heb je populariteit die meer voortkomt uit het verlangen om onderdeel te zijn van een groep. Dat laatste is iets heel natuurlijks.
‘We hebben een onderzoek gedaan en vroegen kinderen uit groep 8 de namen op te schrijven van wie populair is en daarna de namen van degenen die ze het leukst vonden in de klas. Het interessante is dat daar heel andere antwoorden uit kwamen. Daar zie je echt het verschil tussen populariteit als status en populariteit als geliefd zijn. Uiteindelijk is degene die aardig gevonden wordt en geliefd is, eigenlijk echt het populairst.’
Arts: ‘Dat scheiden we in de voorstelling ook duidelijk. Mensen die populariteit uitstralen, hebben een soort branding: zonnebril, geld, een dikke auto. Dat is heel erg van deze tijd. Als je erbij wil horen, moet je een soort merk van jezelf maken. Want hoe zorg je anders dat je opvalt? Ik rap daarover in de voorstelling aan de hand van allemaal gewilde producten en merknamen. Het is een vrij moeilijke rap, dus ik moet komende dagen nog hard studeren.’
Wanneer wordt het verlangen om populair te zijn ongezond?
Arts: ‘Dat hangt heel erg af van de persoon. Dat ik graag please, is vaak een kracht, maar het kan ook lastig zijn. Als je te veel bezig bent met wat anderen van je vinden, ga je soms over je eigen grenzen heen.’
Van den Sigtenhorst: ‘Een van de scenès komt voort uit mijn eigen ervaringen op de toneelschool, waarin ik een grens over ben gegaan. Daar wil ik eigenlijk niet verder op ingaan. Het publiek ziet niet dat het bijna echt zo is gebeurd, maar het gaat om dat gevoel: hoe ver ga je in iets wat je eigenlijk ongemakkelijk vindt, omdat je denkt dat het moet? Achteraf denk je soms: waarom heb ik dat eigenlijk gedaan?’
Arts: ‘Het mooie van theater is dat je die ervaringen kunt onderzoeken. Je zet er een lichtje op en dat geeft automatisch afstand. In het dagelijks leven zou het veel moeilijker zijn om zoiets te vertellen. We laten zien dat populair willen zijn soms ongemakkelijk kan zijn, maar dat je er ook van kunt leren, vooral als je je bewust bent van je eigen grenzen.’
Jullie stellen de vraag: hoe zorg je ervoor dat anderen je leuk vinden? Wat is jullie antwoord?
Van den Sigtenhorst: ‘Je moet jezelf een beetje vergeten en niet zo bezig zijn met de vraag of je erbij hoort. Als het lukt om dat los te laten en juist een ander te zien, word je vanzelf onderdeel van de groep.’
Arts: ‘Blijf luisteren naar anderen en interesse tonen. Als je te veel bezig bent met wat anderen van je vinden, ga je voorbij aan waar relaties om draaien.’
Zouden jullie zelf je hand opsteken?
Van den Sigtenhorst: ‘Dat hangt af van de soort populariteit waarover we het hebben. Ego-populair: zeker niet.’
Arts: ‘Maar als je het hebt over geliefd zijn en onderdeel zijn van een groep. Dat wel.’
Van den Sigtenhorst: ‘Zeker wel.’
Als ik een ruimte binnenloop wil ik dat iedereen mij leuk vindt, Theater Ins Blau, zondag 8 maart 15.00 uur, tickets € 12,50