Columns & opinie
Terwijl mijn vader zijn taalbegrip verliest, wordt dat van AI steeds beter
‘Ik herken de woordpatronen, maar ze zijn steeds minder en de laatste tijd eigenlijk niet meer te relateren aan begrip of inzicht’
Remco Breuker
donderdag 5 februari 2026

De universiteit is in de wurggreep van de grote taalmodellen (large language model) geraakt. We weten allemaal dat we er beter bij weg kunnen blijven als je als student nog aan het leren bent of als je als onderzoeker uniek onderzoek doet en unieke teksten schrijft, maar verboden fruit smaakt het lekkerste, zelfs als je er wormen van blijkt te krijgen. Wat niet helpt is dat de organisatie op vrij perverse wijze aan de ene kant studenten streng waarschuwt in wat voor een examencommissiesanctiehel ze zullen belanden als ze ChatGPT hun paper laten schrijven (ondertussen wetende dat noch software noch een geoefend docentenoog het verschil tussen echt en gegenereerd nog kan zien) en aan de andere kant doodleuk medewerkers die (al jaren overigens) gebukt gaan onder een te hoge werkdruk het advies meegeeft tijd te besparen en je werkdruk zo te verlagen juíst door ChatGPT en vriendjes te gebruiken. Je zou ervan in de war raken.

Ik ben niet de grootste fan van grote taalmodellen en andere vormen van AI als het gaat om leren en ontwikkeling, maar ik zie het verschil tussen een zelfgeschreven essay en een goed gegenereerd essay ook niet meer. Misschien is dit trouwens niet tegenstellend, maar redengevend. Maar goed.

De belangrijkste reden dat dit zo is, is omdat de grote taalmodellen taal uitstekend kunnen verwerken, begrijpen en weer genereren. Nu ja, over dat begrijpen is nogal wat te doen. Maar doen alsof ze menselijke taal begrijpen, dat staat buiten kijf: dat kunnen deze modellen zo goed dat ze ook iemand die schrijft voor diens beroep erin laten tuinen. Echt begrip lijkt er echter niet te zijn, en als het er wel lijkt te zijn, is de wet van de kansberekening aan het werk. Ook een kapotte klok wijst immers twee keer per dag de juiste tijd aan. Als je maar genoeg zegt, zeg je op een gegeven moment iets waars. En het is juist deze zwakke plek die me wat nader brengt tot die verdoemde grote taalmodellen, omdat ik daar bijna elke dag in levenden lijve mee geconfronteerd word.

‘Zijn begrip van de wereld om hem heen is in rap tempo en onherroepelijk de duisternis in aan het glijden’

We moeten het even over mijn vader hebben. Een heel lieve man en vader, en nu geplaagd door zware dementie. Dat brengt allerlei -voorspelbare – complicaties en ellende met zich mee, maar ook een element dat me blijft verbazen. Mijn vader heeft altijd een heel eigen manier gehad van zich verbaal uitdrukken. Uitdrukkingen en zegswijzen die de randen van de Nederlandse grammatica en idioom opzoeken, maar er, op het laatste moment weliswaar, nooit overheen gaan. Maar die daarom wel uniek voor hem lijken te zijn. Zijn begrip van de wereld om hem heen, zelfs van al die kleine dingen die we de hele dag door onbewust doen, is in rap tempo en onherroepelijk de duisternis in aan het glijden. Zijn woorden echter niet. En dat levert bij mij geregeld een Verfremdungserfahrung op, zoals de Duitse schrijver Bertolt Brecht het noemde. Ik herken de woordpatronen, heb ze al duizenden keren gehoord, ken elke intonatie en kan ze met feilloze nauwkeurigheid voorspellen – maar ze zijn steeds minder en de laatste tijd eigenlijk niet meer te relateren aan begrip of inzicht. Of althans, niet aan een begrip of inzicht dat ik met hem kan delen.

Ik weet het niet, maar het kan best weleens zo zijn dat de grafiek van de begripsontwikkeling van de grote taalmodellen en die van de begripsvervaging van mijn vader elkaar nu ongeveer kruisen. En dat hierna de taalmodellen die mijn studenten hun schrijfvaardigheid ontnemen (ja, ik geloof dat dit een actief proces is) een beter begrip zullen hebben van wat ze zeggen en dat mijn vader een steeds minder goed begrip zal hebben van wat hij, zoals hij dat alleen kan, zegt.

Ik zie op tegen een toekomst waarin ik het moet doen met het begrip van een groot taalmodel, hoe geweldig ook, maar waarin ik het begrip van mijn vader, hoe gebrekkig ook, in de duisternis heb zien wegglijden.


Remco Breuker is hoogleraar Koreastudies