Columns & opinie
Hoezo leerdoelen? Toen Souffian mijn betoog onderbrak, genoot ik intens
‘Niets maakt mijn baan zo buitengewoon boeiend, zo gigantisch groots, zo waanzinnig wild, als een leerling die vanuit zijn eigen overtuiging je betoog briljant onderbreekt’
Henrik Laban
donderdag 2 april 2026

Uit weloverwogen eigenbelang vertel ik mijn leerlingen graag elke les dat lees- en schrijfvaardigheid noodzakelijk zijn voor het menselijk geluk. Zelden overtuig ik ze met argumenten. Daarvoor lijdt hun uitdijende spaghettiklomp nog te zeer onder het juk van een ongeremde hormonenheerschappij.

Je schiet eerder in de roos door ze experience-based hun leerresultaten zelfstandig te laten processen, zoals we dat op de opleiding noemen. Ik weet zelf nog steeds niet wat dit betekent, behalve dat ze volgens mij zelf aan de slag moeten en niet van mij moeten aanhoren hoe belangrijk een actieve zin is.

Daarom begin ik sinds kort elke les met een mini-schrijfopdracht die op de lachspieren mag werken: ‘Omschrijf hoe je je voelt vandaag aan de hand van een toiletartikel.’ Zo schenken we elkaar soms literaire kleinoden, waarvan ik de beste noteer in het Nobelprijsschrift der Onmondigen, dat ik plechtig heb beloofd op te sturen naar Zweden, zodra het vol is. Ik probeer daarbij niet te coulant te zijn, want de Nobelprijscommissie is allicht bijzonder streng, dus we moeten ons uiterste best doen. En schrijven dat ze doen!

Soms vinden we inderdaad een zin die warempel in het uitverkoren schrift mag: ‘Sommigen zagen vanochtend hoe de zonnestralen alle schapenwolkjes kietelden in een zacht morgenrood, maar ik zag alleen een geelbruine natte scheet die de hemel bevlekte.’

Of deze ontroerende kwam er ook in: ‘De verhullende stoom uit mijn douchecabine zou ik de wijde wereld willen inblazen als een voorlopige beschermlaag tegen alle vooroordelen van vandaag.’

Toch kon ik het niet laten om deze week mijn les te openen met de cri de cœur van Merel Kamp, die in NRC zo verwoed een lans brak voor onbeholpen schrijfonderwijs dat alle dubbelzinnige geneugten van menselijke feilbaarheid met zich meebrengt nu we zo teksttam zijn gemaakt door de bezwerende almacht van AI-fabricaties. En terwijl ik onverminderd mijn toorn uitstortte over deze monstrueuze taalmachine en AI-ai jankte als een wolf bij volle maan, werd ik plots in de rede gevallen door een prikkelende vraag.

‘Het werd doodstil in de klas: dit was het wonder van onderwijs’

‘Maar meneer, dat taal zich herhaalt, is toch niet erg? Als ik bid zeg ik ook steeds hetzelfde en Allah vindt het ook niet erg.’

Toen was het stil, doodstil, maar ik genoot intens. Is dit niet het waarachtige wonder van onderwijs? Niets maakt mijn baan zo buitengewoon boeiend, zo gigantisch groots, zo waanzinnig wild, als een leerling die vanuit zijn eigen overtuiging je betoog briljant onderbreekt, waarbij iedereen het gewicht van zijn vraag aanvoelt en eerbiedig zwijgt. Dan is er ontmoeting, val ik neer, stijgt hij op, staan we als mens tegenover mens, naakt en nietig, voortjakkerend op deze aarde, zoekend naar iets om je aan vast te houden.

Hoe Souffian ditmaal op de gedachte was gekomen dat ik vies zou zijn van repetitief taalgebruik, geen flauw benul. Pubers associëren zo vrijelijk, nog onbestraald door de zon der zekerheid, zoals Henriette Roland-Holst zou zeggen.

Maar ik wilde zijn vraag niet links laten liggen en voor we het wisten, zaten we in een verhit gesprek over de waarde van herhaling, taalfilosofie, theologie en AI. Als je dezelfde zin uitspreekt, meen je dat dan nog? Kun je AI voor je laten bidden? Of moet je dat als mens tegenover God doen?

De klas was verdeeld en liet elkaar niet uitpraten. Het vroeg dan ook geen geringe inspanning om al hun gretige reacties te bedwingen, maar ik smulde immens. We concludeerden in dat memorabele lesuur dat een mensenmond onmisbaar is voor betekenis, dat er iets bestaat als uit het hart spreken, dat welgemeende taal niet is af te halen en dat mogen mislukken menselijkheid maakt.

Apetrots pakte ik mijn BIC-pen, sloeg het Nobelprijsschrift der Onmondigen open en noteerde deze vier conclusies als een prachtig voorwoord. Er volgde een daverend applaus, waarna de bel ging en ik geschrokken zag dat ik al mijn lesdoelen had gemist. Maar ach, wat geeft het, als ik de harten heb geraakt.


Henrik Laban is docent Nederlands en volgt de lerarenmaster