De afgelopen zomer was ik met alle gezinsleden in Korea. We verbleven in de wijk waar ik vroeger woonde en waar nu mijn beste Koreaanse vrienden wonen. Tijdens een van de gezamenlijk etentjes stelde een van die vrienden een vraag aan onze jongste zoon, waarop het antwoord zo ontstellend was, dat we het er gisteren, binnen een uur na mijn aankomst in Seoul, weer over hadden.
Zijn vraag luidde: wat is je favoriete convenience store (internet leert dat ‘gemakswinkel’ de juiste vertaling is – echter niet in mijn columns)? Het antwoord van mijn zoon (een groot convenience store-fan): er bestaan in Nederland helemaal geen convenience stores.
Er viel een verbijsterde stilte.
Er bestaan verschillende ketens convenience stores in Korea – er zijn er ook een paar alweer verdwenen sinds de opkomst van de p’yŏnŭijŏm eind jaren tachtig. We hadden het er net met enige nostalgie over, temidden van de voortdurende verbijstering van mijn vriend dat er in Nederland geen convenience stores bestaan.
Een convenience store is geen avondwinkel, geen buurtwinkel, geen mini-supermarkt, geen 24-uurswinkel, geen To Go van Appie, geen shoarmatent of snackbar. Het is inderdaad een winkel die altijd open is, in de buurt en met een beperkt assortiment, en na drinkgelag is het er goed ramyŏn eten.
Maar het is ook zoveel meer.
Zo zijn de prijzen niet gericht op de ‘niet-prijskritische consument’ die grif zes euro neertelt voor een oude zak chips of vijftien euro voor een fles bocht met de kleur van rode wijn. De prijzen zijn hetzelfde als in de supermarkt. Sterker nog, als er een ‘1+1’- of ‘2+1’-actie is, dan heb ik proefondervindelijk bevonden dat het fysiek onmogelijk is de convenience store te verlaten zonder de gratis bonus. Je hebt er alles wat je dagelijks nodig hebt, van snacks tot drinken (veel alcohol inderdaad ook), instant eten, gekookte eieren voor de langere treinreis, verse kimpap, gestoomde broodjes, extra batterijen, oplaadkabeltjes, nagelschaartjes, shampoo, en wasmiddelen.
Je kunt er pakketjes ophalen en versturen en van alles regelen. ’s Ochtends haal je er een kop koffie en een flesje probiotische yoghurtdrank, ’s middags een sandwich, ’s avonds een fles bier met een snack erbij.
Telefoon leeg? Zin in een verse fruitsmoothie? Een bijbaantje nodig, liefst voor die uren als je echt niets anders in je agenda hebt staan?Even een vriendelijk gezicht nodig na een dag thuis hard werken? De p’yŏnŭijŏm in het wijkje waar we een paar jaar terug verbleven had een eigenaar die de hele dag platen draaide én verzoeknummers accepteerde.
Het is geen wonder dat de convenience store kan rekenen op unanieme liefde in Zuid-Korea, omdat het helemaal draait om jouw gemak, 24 uur per dag, 7 dagen per week, 52 weken per jaar. Wie wil dat nu niet?
Dus mijn oude vriend heeft volledig gelijk met zijn verbijstering over het ontbreken van de convenience store in Nederland. Natuurlijk, ik kan zo allerlei praktische bezwaren afratelen. Veiligheid, bevoorrading, versheid van de producten, onroerendgoedprijzen, buurtoverlast door nachtelijke bezoekers, het geld dat het kost om werknemers ’s avonds, ’s nachts en in de weekenden te laten werken, de vele kartels die normale prijzen in de weg staan, het houdt niet op.
Maar ik kan me niet onttrekken aan de stellige indruk dat het vermogen van een samenleving om een extreem ingewikkeld fenomeen als een convenience store te laten werken een accurate graadmeter is van de mate van de beschaving van een land. Zuid-Korea heeft op het moment van schrijven 54,852 p’yŏnŭijŏm – ongeveer een per 1000 inwoners dus. Nederland nul voor zover ik weet.
Hoog tijd om een einde aan de verbijstering van mijn oude vriend te maken.
Remco Breuker is hoogleraar Koreastudies