Columns & opinie
Het nieuwe Spuigebouw is de natte droom van een prestigieuze architectenfirma
Ruim, genoeg studieplekken en centraal gelegen. Maar ook steriel, karakterloos en niet studentikoos: ik had college in het nieuw geopende Spui-gebouw.
Zahra Menguellati
donderdag 5 februari 2026

Toen ik mijn klasje Arabisch binnenstapte, voelde dat als thuiskomen. Mijn Amerikaanse klasgenoot en ik waren vijf minuten te laat, zoals altijd. We vochten ons door een tekst waarvan we, zoals altijd, tachtig procent van de woorden niet kenden. Zoals altijd verzamelden we ons in de pauze rondom het koffiezetapparaat, waar steeds meer vrienden en vrienden van vrienden zich bij aansloten. Na mijn escapades in een Nederlandstalige minor, voelt de internationale sfeer op de Haagse campus als een warm bad. Toch was er iets anders: mijn klas was in het nieuwe Spuigebouw. Het was thuiskomen, maar toch ook niet. 

In de schamele keren dat ik het afgelopen halfjaar in het centrum van Den Haag was, keek ik verheugd naar het oude V&D-pand. Het jaren dertig uitziende dranghek was nog omlaag, en de bronzen letters glansden: ‘Universiteit Leiden’. En dat helemaal voor ons. Nu twijfel ik in hoeverre het wel echt voor studenten is gebouwd. Als je naar binnen loopt voelt dat namelijk niet zo. 

Laten we beginnen met de pluspunten. Je hebt van alle kanten uitzicht op het prachtige centrum van Den Haag. Op de winkelstraten aan beide kanten en de ‘skyline’. Waar de Leidse campussen niet eens een Appie in de buurt hebben, zijn wij nu omringd door zaakjes om lekker te eten. Ook kan je het Binnenhof zien, en de mensen die daarvoor 149 treden omhoog zijn geklommen in het gele uitzichttorentje ernaast. De hele eerste dag hoorde ik mijn studiegenoten één zin zeggen: ‘Wat is het groot, eindelijk genoeg studieplekken!’

Nog iets positiefs: geen passencontrole (tenminste overdag)! En ook geen toegangspoortjes (tenminste voorlopig niet). Dat betekent veel goeds voor kennisuitwisseling. Ik hoop dat politici, onderzoekers en beleidsmakers sneller en vaker hun weg weten te vinden naar het Spuigebouw. 

‘Het gebouw is, bruusk gezegd, steriel en karakterloos’

Toch knaagt er iets als ik in deze campus rondloop. Het is, bruusk gezegd, steriel en karakterloos. Ik had gehoopt dat de art deco-stijl ook binnen te zien zou zijn, maar achter de mooie gevel wachten systeemplafonds met enkele bruine accenten. De echte monumentale art-deco is alleen voor leden van de board. Dit probleem heb ik met moderne universiteitsgebouwen in het algemeen. Waarom lijken ze allemaal op de natte droom van een prestigieuze architectenfirma? Als ik door het gebouw loop, kan ik het beeld van de eerste architectenvisualisaties met die kleine Sims-achtige mannetjes erin, niet van me afschudden. Het lijkt alsof ik er zelf in rondloop. Waar is de kunst aan de muren, de kleur, de identiteit, de trots? 

Een vriend uitte daarnaast felle kritiek: waarom is er zoveel geld voor een duur nieuw pand in het hart van Den Haag (meer centrum dan Spui kan je het niet krijgen), maar wordt er wel bezuinigd op onderwijskwaliteit? Is de universiteit een publieke instelling die voor de belangen staat van onderzoekers en studenten, of moet het worden gerund alsof het een privaat vastgoedbedrijf is? 

Ondanks mijn kritiek ben ik nog steeds heel enthousiast over de studieplekken en locatie. Hoewel het gebouw nu niet studentikoos voelt, maken wij studenten het binnen de kortste keren tot ons thuis. We zullen een voorbeeld moeten nemen aan de TU Delft-studenten die een haardvuur afspeelden op hun grote nieuwe monitors. 


Zahra Menguellati is student International Studies