Nieuws
Rechten wil toelatingseis voor hbo’ers verspoelen
Rechten wil de toelatingseis voor hbo’ers versoepelen: voor de bachelor hoeven ze niet langer een vwo-certificaat Nederlands te hebben. De faculteitsraad is kritisch. ‘Wees zo restrictief mogelijk.’
Vincent Bongers
donderdag 2 april 2026

Hbo-studenten die na het behalen van hun propedeuse de Leidse bachelor rechten willen volgen, kunnen dat alleen doen als ze het eindexamencertificaat vwo Nederlands halen. Deze regeling uit 2017 is een drempel voor overstappers, ook omdat zij zich maar tot 31 december van het kalenderjaar – voordat ze aan de bachelor willen beginnen – kunnen aanmelden voor het examen.

Het faculteitsbestuur wil de certificaat-eis schrappen voor hbo-studenten die hun propedeuse in een jaar halen. ‘Wij voelen nadrukkelijk de maatschappelijke wens om de wissel tussen hbo en wo te faciliteren’, zei vice-decaan Jan Crijns maandag tijdens de faculteitsraadsvergadering. 

‘We zijn heel restrictief in vergelijking met onze zusterfaculteiten’, voegde Michael Klos, opleidingsdirecteur van de bachelor, daaraan toe. ‘Geschikte studenten komen nu niet naar ons. We willen voor de dertig tot veertig procent hbo’ers die in een jaar hun p halen een uitzondering maken.’

De versoepeling gaat ‘niet tot een stortvloed aan studenten’ leiden, verwacht Klos, maar waarschijnlijk enkele tientallen extra eerstejaars. 

Taaltoets

Het voorstel is opvallend, want de faculteit neemt juist een taaltoets bij eerstejaars af omdat hun beheersing van het Nederlands vaak onvoldoende is. Het bestuur schrijft dat ‘studenten met als vooropleiding hbo-p gemiddeld iets sneller afstuderen dan de vwo’ers en ook schrijven ze zich minder vaak uit zonder diploma’.

‘Vaak doen deze studenten het redelijk in het eerste jaar, maar kunnen ze later minder goed meekomen’

Maar dat zijn dus studenten die aan de eis van Nederlands op vwo-niveau hebben voldaan. Voordat die voorwaarde bestond, behaalden hbo-studenten zonder vwo-diploma ‘gemiddeld iets slechtere studieresultaten: zij studeerden minder vaak binnen vier of vijf jaar af, en vielen vaker uit. De meerderheid maakte de opleiding uiteindelijk wel af.’

De faculteitsraad is niet enthousiast. ‘Het is mooi dat studenten kunnen stapelen’, zei personeelsraadslid Bastiaan van Ganzen. ‘De angst is dat met deze versoepeling studenten later in de opleiding stranden.’

Raadslid Kirsten van der Tol, zelf studieadviseur, vond het helemaal geen goed idee: ‘Wees zo restrictief mogelijk. Vaak doet deze groep het redelijk in het eerste jaar, maar later kunnen ze minder goed meekomen.’

Zuur

Studentraadslid Joep van der Kruik (ONS): ‘Er wordt geen onderscheid gemaakt over welke hbo-opleiding deze studenten hebben gedaan. Een hbo-rechtenstudent die 55 punten heeft behaald kan dan niet komen, maar iemand met een p van een niet-juridische hbo wel. Dat is zuur.’ Van der Tol: ‘De studieadviseurs willen liever alleen studenten met een propedeuse van een juridische opleiding toelaten.’

Klos vond dat problematisch. ‘Er is een aantal hardcore hbo-rechtenopleidingen. Maar er zijn ook opleidingen met een juridische component die geen rechtenopleiding zijn.’ Bijvoorbeeld economie, en die hbo’ers kunnen dan geen fiscaal recht gaan doen. 

‘We zien de door de raad benoemde problemen ook’, reageerde Crijns. ‘Vandaar dat er een niet al te ingrijpend voorstel ligt.’ Het rechtenbestuur komt nog met een definitief plan. Een mogelijke versoepeling wordt geregeld in de onderwijs- en examenregelingen van de faculteit, en daar heeft de raad instemmingsrecht op.