Nieuws
Mastertitel lijkt niet beschermd, studenten vrezen wildgroei: ‘Dit leidt tot verwarring’
Opleidingen zonder accreditatie mogen voortaan ook masterdiploma’s uitdelen, zolang ze maar niet doen voorkomen dat het om een officieel erkende mastertitel gaat.
Mark Reid
donderdag 1 oktober 2026

Dat zegt de Raad van State na een hoger beroep ingesteld door verschillende onderwijsverstrekkers. De Onderwijsinspectie oordeelde in 2021 na een onderzoek dat verschillende particuliere onderwijsaanbieders onduidelijke voorlichting gaven over het soort titel dat je met een cursus kon behalen, en in 2023 legde het ministerie van Onderwijs boetes op voor onduidelijkheid over de titel die studenten zouden kunnen behalen.

Daar gingen NCOI en elf particuliere onderwijsinstellingen uit de Salta Group tegen in verweer. En hoewel een lagere rechtbank de minister eerst nog gelijk gaf, heeft de Raad van State in hoger beroep geoordeeld dat de onderwijsaanbieders niet fout zaten. Zij deelden weliswaar diploma’s uit met titels als ‘professional master’ en ‘executive master’, maar volgens de Raad betekent dat niet dat het masters zijn zoals in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek worden bedoeld.

Zolang onderwijsaanbieders niet doen alsof een ‘professional master’ hetzelfde is als een mastertitel van een door de NVAO geaccrediteerde onderwijsinstelling, doen ze niks fout. ‘Het enkele feit dat de term “master” in de naam van een opleiding voorkomt, rechtvaardigt niet de conclusie dat met het afgeven van een diploma voor deze opleiding een graad wordt verleend’, luidt de uitspraak.

Minister Letschert van Onderwijs laat weten de uitspraak uiterst serieus te nemen. ‘De wet is bedoeld om het aanzien van het hoger onderwijs te beschermen en om misleiding van studenten en werkgevers te voorkomen. Dit is en blijft van belang. Uiteraard ga ik de uitspraak opvolgen en de onderwijsinstellingen de door hen betaalde boetes terugbetalen. Daarnaast zal ik bekijken wat deze uitspraak betekent voor het wettelijk kader en of er normen in de wet verduidelijkt moeten worden.’

‘Studenten moeten erop kunnen vertrouwen dat een titel een herkenbare waarde vertegenwoordigt’

Landelijke studentenorganisatie ISO is niet blij met de uitspraak. ‘Studenten associëren de term master vaak met een officieel erkende opleiding. Wanneer niet-geaccrediteerde opleidingen deze term kunnen gebruiken, kan dat tot verwarring leiden’, zegt ISO-voorzitter Allis Richardson.

Ze vreest dat de uitspraak kan leiden tot een ‘wildgroei’ aan opleidingen met zelfverzonnen mastertitels, waarin het voor studenten moeilijk is om verzekerd te zijn van een kwalitatieve opleiding. ‘Studenten moeten erop kunnen vertrouwen dat een titel naar buiten toe een herkenbare en gevalideerde waarde vertegenwoordigt. Er kan natuurlijk ruimte zijn voor andere vormen van onderwijs, wel moet altijd transparant zijn welke kwaliteit daaraan is verbonden.’

Universiteitskoepel UNL laat weten dat er altijd duidelijkheid moet zijn over de kwaliteit en de status van een opleiding en de graad die daaraan verbonden is. ‘Dat is belangrijk voor studenten, afgestudeerden, werkgevers en onderwijsinstellingen. Het Nederlandse hoger onderwijs is van hoge kwaliteit en geniet nationaal en internationaal een sterke reputatie. Het is van belang om die kwaliteit en het vertrouwen daarin goed te bewaken. We gaan de uitspraak van de Raad van State en de mogelijke implicaties daarvan zorgvuldig bestuderen.’