Columns & opinie
In plaats van te tongworstelen stond ik in de Wibar Kinneging te verdedigen
Ik had me voorgenomen om naar de getver te gaan in de Wibar, maar wat moet je als niemand durft te dansen en/of te tongworstelen? Roken en discussiëren over Kinneging...
Mathijs de Jong
donderdag 4 juni 2026

Hoewel Leiden niet echt bekend staat om haar uitgaansleven, was ik onlangs op een van de weinige plekken waar zo nu en dan nog goede feestjes worden gebouwd. Ik was ver buiten de singels, afgereisd naar het kleine stukje industrieterrein dat Leiden rijk is om te kunnen fuiven in de Wibar.

En zonder te vervallen in een vroeger-was-alles-beter-retoriek, wil ik toch even wat kwijt over de huidige stand van zaken in de clubs en uitgaanstenten. Toen ik achttien was – en neem maar van mij aan dat dat een kleine eeuw geleden was – ging je vooral uit om jezelf helemaal naar de getver te werken. 

Dat vat ik ruim en niet eng op. Zuipen deed je zodat je dronken genoeg was om je te kunnen verliezen in zwetend dansen en eindelijk de moed had om op die gast of chick (try both!) af te stappen om daar eens flink mee te tongworstelen (uiteraard ná consent). 

Tegenwoordig verbaast het mij, nee, word ik droevig als ik zie 1) hoe weinig mensen nog wild en bezweet aan het dansen zijn en 2) hoe nog minder mensen aan het tongtikkertje spelen zijn. Dom, dom, dom, want nú is het moment om een beetje te leven zonder zorgen over de dag van morgen. 

Nee, eenieder is stom geslagen door iets wat omnipresent aanwezig is: de mogelijkheid om door een vriend of vriendin, of erger, een wildvreemde gefilmd te worden, en als TikTok-sensatie op het internet te eindigen. Dan begrijp ik dat je stokstijf op je plaats blijft staan met je biertje (of cola) in de hand en om je heen kijkt alsof je staat te wachten op de eerstvolgende Connexxion-bus naar Leiderdorp. 

En wat doet men op feestjes waar het bepaald niet naar de zin is? Inderdaad, roken totdat je er COPD van krijgt. 

‘Hij keek alsof ik me net had aangesloten bij de Hitlerjugend’

En zo bewoog ook ik mij richting de rokersruimte. 

Daar raakte ik aan de praat met een bekende van mijn oude middelbare school. Het onderwerp voerde langs algemene beleefdheden richting onze studie. Ik vertelde hem dat ik Encyclopedie van de Rechtswetenschap studeerde in Leiden, waarop hij reageerde alsof ik hem zojuist verteld had dat ik me bij de Hitlerjugend had aangesloten. Want had professor Kinneging niet dit en dat gezegd in podcast X en Y? 

En toen gebeurde er iets ongelooflijks: ik heb het om vier uur ’s nachts een uur lang tegen mijn wil in (ik wilde namelijk gewoon dom zuipen en dom dansen, weet je nog?) opgenomen voor een professor aan onze universiteit. 

Want ik, en niet mijn oude schoolgenoot, had college gehad van deze man, en kon dus uit ervaring zeggen dat, hoewel ik het niet eens was met zijn politieke overtuigingen, hij voortreffelijk college kon geven. Dat, indien zijn publieke uitspraken binnen de grenzen van de wet bleven, dit geen enkel probleem zou moeten vormen voor de kwaliteit van het onderwijs. Dat kunst en kunstenaar immers van elkaar gescheiden dienen te worden. Enz. Enz. 

Na deze tirade trapte ik woest mijn peuk uit en liep terug naar binnen. Hoe kon een plek voor totale losbandigheid verworden zijn tot een safe space, zelfs op academisch vlak?

Er zat weinig anders op dan mezelf zo snel mogelijk naar de getver te werken.


Mathijs de Jong is student rechten