‘Sommige kinderen vinden het spannend. Anderen vinden het meteen al heel leuk’, zegt promovendus Dianne Venneker over de basisschoolleerlingen die ze interviewde voor haar onderzoek naar tekstbegrip. ‘De een vliegt door zo’n tekst heen en de ander pakt het heel precies aan.’
Het proefschrift van Venneker is zeer actueel, want onlangs bleek uit het internationale PISA-2025 onderzoek dat bijna veertig procent van de Nederlandse 15-jarigen het onderwijs laaggeletterd dreigt te verlaten en vanwege beperkte leesvaardigheid minder goed functioneert in de maatschappij. De trend is al langer gaande, waarbij opvalt dat Nederland flink lager scoort dan andere Europese landen. Het zogeheten PIRLS-onderzoek ziet deze daling eveneens bij basisschoolkinderen.
Voor haar proefschrift ging Venneker langs verschillende basisscholen om het tekstbegrip van leerlingen te analyseren. ‘In de ideale wereld zou je alle basisschoolkinderen willen onderzoeken, maar in de praktijk kan dat natuurlijk niet. We probeerden daarom een groep te onderzoeken die de bredere populatie van basisschoolleerlingen zo goed mogelijk weerspiegelt.’
Begrip
Venneker zocht naar factoren die het tekstbegrip positief kunnen beïnvloeden. ‘Leerlingen kunnen informatie die letterlijk in de tekst staat reproduceren, maar het is ook belangrijk dat ze de informatie met elkaar verbinden, dingen afleiden die niet letterlijk in de tekst worden gezegd en hun eigen kennis toepassen op een tekst.
‘Uiteindelijk zou het mooi zijn als ze kritisch leren nadenken over wat ze lezen’, legt ze uit. ‘Juist op dat hogere niveau van begrip zien we dat kinderen de laatste jaren achteruitgaan. Ik wilde weten of de omstandigheden waarin kinderen lezen zo kunnen worden vormgegeven dat dieper begrip makkelijker ontstaat.’
De pedagoog vergeleek drie mediumvormen. Leerlingen kregen een tekst, audio of non-verbale video te zien en moesten daarna open vragen beantwoorden, hardop nadenken en een samenvatting geven. De kinderen die een video te zien kregen scoorden beter op de open vragen dan kinderen die een verhaal lazen of beluisterden.
Dit effect was vooral zichtbaar bij kinderen met een lager leesbegrip. ‘Het klinkt tegenstrijdig, want je wilt kinderen leren om beter te lezen en vervolgens bied je ze dan helemaal geen teksten aan.’
Het idee daarachter is dat begrijpend lezen uit verschillende processen bestaat. ‘De processen die kinderen gebruiken om een verhaal te begrijpen zijn bij lezen, luisteren en kijken voor een groot deel vergelijkbaar. Als die processen medium-overstijgend zijn, zou je ze eerst met audio of video kunnen oefenen om dan de stap terug te maken naar tekst. Mijn onderzoek is daarin de eerste stap.’
Venneker onderzocht verder of leerlingen informatieve teksten beter begrijpen als het onderwerp ze aanspreekt. De kinderen moesten zes teksten lezen, waarvan ze de helft hadden aangemerkt als interessant en de andere helft als niet interessant.
Zodra de leerlingen open vragen moesten beantwoorden bleek dat, ongeacht het begrijpend-leesniveau, alle kinderen hoger scoorden bij vragen over teksten die ze boeiend vonden. ‘Het doel is niet om kinderen alleen nog maar interessante teksten te laten lezen. Dat is niet wenselijk en haalbaar. Maar als ze daardoor makkelijker tot dieper begrip komen, zien ze hoe dat te bereiken is, kunnen ze die manier van lezen steeds meer eigen maken en hopelijk ook toepassen op minder interessante teksten.’
Instructies
Ook kregen leerlingen vier korte teksten voorgeschoteld. Bij twee teksten kregen ze de instructie naderhand de tekst aan iemand anders uit te moeten leggen. Bij de andere twee teksten mochten ze lezen zoals ze dat normaal gesproken zouden doen. De resultaten toonden dat leerlingen met de uitleg-instructie vragen over de tekst beter beantwoorden. Een leesdoel kan dus op meerdere begripsniveaus ondersteunen en is behulpzaam voor kinderen met uiteenlopende begrijpend-lezenvaardigheden.
‘Er zijn natuurlijk nog veel meer factoren die een rol kunnen spelen in tekstbegrip. Er is meer onderzoek nodig naar hoe we zulke inzichten het best kunnen inzetten en vooral naar wat er op de langere termijn werkt. Het zou mooi zijn als deze inzichten uiteindelijk daadwerkelijk hun weg vinden naar scholen, zodat leerkrachten bewuster gaan nadenken over de omstandigheden waarin kinderen lezen en leren.’
Dianne Venneker, Reading at different levels of understanding in elementary school children. Promotie is 6 oktober