Columns & opinie
Hoe een nieuwe wet (die huurders zou moeten beschermen) mij uit mijn kamer joeg
De Wet betaalbare huur - bedoeld om huurders beter te beschermen - zorgt ervoor dat huisbazen massaal hun studentenhuizen verkopen, ondervond Sascha Laks. En ze is lang niet de enige bij wie dat een door-de-grond-zak-gevoel en de nodige kopzorgen veroorzaakt.
Gastschrijver
donderdag 28 mei 2026

‘Hallo, wanneer is iedereen thuis? Dan wil ik even wat met jullie bespreken.’

In de gemeenschappelijke groepsapp van mijn acht huisgenoten krijgen we bij hoge uitzondering opeens een bericht van onze huisbaas. Omdat dat bijna nooit gebeurt, leidt het meteen tot onderlinge grappen en speculatie. ‘Komt hij weer zeggen dat we de gangen brandveilig moeten maken?’

Maar ook: ‘Zal hij ons eruit knikkeren?’

Dat laatste hadden we moeten afkloppen. Op 1 juli 2024 is de Wet betaalbare huur van kracht geworden, de nieuwe regelgeving om de huurder te beschermen. Het idee: meer zekerheid, lagere prijzen en meer mogelijkheden om bij bezwaren of conflicten naar de huurcommissie te stappen.

Massale verkoop

Op papier klonk dit als goed nieuws, maar in de praktijk pakt de wetgeving slechter uit en resulteerde het in massale verkoop van studentenhuizen. Ook mijn huis, Huize Cali, werd er de dupe van.

Verhuurders kregen het door de nieuwe wet zwaar te verduren. Studentenhuizen vallen namelijk onder het puntenstelsel, een systeem dat bepaalt hoeveel huur een kamer maximaal mag kosten, op basis van het energielabel, woonoppervlakte, WOZ-waarde, buitenruimte en fietsopslag.

Gevolg: de huur moet omlaag. Gebeurt dat niet en blijft de huur boven het toegestane bedrag, dan kunnen er boetes volgen. 

Voor veel verhuurders is verhuren daardoor simpelweg te duur geworden. En dus verkopen ze hun panden, net als onze huisbaas. Volgens hem is verhuren aan studenten ‘niet langer financieel rendabel’ en is het dankzij de nieuwe regels ‘bureaucratisch gezien sowieso niet meer te doen’.

Als eindeloos reposten van noodoproepen op Insta niet werkt, kun je altijd nog gaan ‘hokken’

Dikke pech dus voor Huize Cali. De grond zakte onder mijn voeten vandaan. Door deze nieuwe wet worden uiteindelijke niet de verhuurders, maar juist de studenten de dupe. Wat nu? Hoe gaat de rest van mijn studententijd eruitzien?

Ik ben helaas niet de enige met deze vragen. De onzekerheid, frustratie en machteloosheid is ook voelbaar in vriendengroepen of studentenverenigingen. Tijdens zoektochten wordt van alles uit de kast gehaald om aan een nieuwe plek te komen. Als eindeloos reposten van noodoproepen op Instagram niet werkt kun je altijd nog gaan ‘hokken’. Dan deel je de (toch al piepkleine) kamer met een andere huisgenoot. Financieel erg handig, maar verre van ideaal.

En zelfs als je een kamer vindt, is dat vaak duur. Veel studenten werken daarom extra uren, met alle gevolgen voor studie, sociaal leven of mentale rust. Dat de zoektocht naar een kamer studenten behoorlijk wat kopzorgen bezorgt, is niet alleen mijn observatie. Volgens onderzoek van EenVandaag loopt het tekort aan studentenkamers op tot z’n 21.500. Daarnaast zegt 42 procent van de studenten last te hebben van mentale problemen veroorzaakt door de woningcrisis.

Doei Tour de Chambre en pubgolf 

Wij wonen met zijn negenen, mannen en vrouwen gemengd, in een drielaagse gezinswoning. Onze keuken is klein: een vierpitsfornuisje waarvan er eigenlijk maar twee werken, een permanent nat aanrecht en een bank waar officieel vier mensen op passen, maar waar we meestal met zes zitten. De keuken fungeert ook als fusie: een plek om samen te eten, om bij te komen van zware en lange studeersessies, voor vroege koffietjes maar ook voor late biertjes en nachtelijke escapades.

Op maandag is het huisavond, met een week(end)evaluatie tijdens het koken en een vragenvuur (maakt niet uit waarover) tijdens het eten. Verder plannen we de gebruikelijke Tour de Chambre met thema: ‘Dat kan écht niet’ (verzin iets wat echt niet kan en tover je kamer daarin om), pubgolf (een kroegentocht waarbij je per drankje een vastgesteld aantal slokken, pars, hebt), fusiebakkies (keuze uit koffie of bier), biosbezoeken en talloze (soms felle) discussies over wat de f*ck er allemaal gebeurt in de wereld. 

Afijn, een plek waar je hechte vriendschappen ontwikkelt, dat is huize Cali zeker, vandaar het vloer-onder-je-voeten-wegzakken-gevoel. 

De huizenmarkt is zo klein, je vist al snel in dezelfde vijver: zo worden huisgenoten elkaars concurrenten

Een studentenhuis is meer dan alleen een kamer. In de eerste jaren van je studie kom je in een nieuwe stad terecht, vaak na een aantal spannende hospi’s. Als je uiteindelijk een plek vindt, begint daar je zelfstandige leven. Je leert een ui snijden, ontdekt hoe je een was draait, komt erachter of je een rommelkont bent of verrassend georganiseerd. Het zijn kleine dingen, maar het hoort allemaal bij de experience van volwassen worden. Het idee dat je dat huis opeens moet verlaten, voelt alsof dat heerlijke, zelf opgebouwde leventje ineens volledig in duigen valt. 

Geen slapende honden wakkermaken

Na het nieuws moesten we met z’n allen om tafel. We raadpleegden vrienden die rechten studeren, maakten een lijstje met standpunten en gingen er goed voor zitten. We kenden de horrorverhalen van huisbazen die nul begrip tonen voor de situatie van de studenten, er bewust een spookhuis van maken, of nog erger, juist mensen in leegstaande kamers zetten, om zo de sfeer grimmig te maken.

Gelukkig hebben wij een erg vriendelijke huisbaas en zijn we er samen goed uitgekomen. Maar dan komt het volgende heikel punt: opnieuw op zoek naar een nieuwe kamer. Mede door de nieuwe wet is de huizenmarkt voor (betaalbare) studentenwoningen nog beperkter geworden. Ondertussen had ik alweer verdrongen hoe het hospiteerproces in z’n werk gaat, maar het gaat dus zo: elke dag Facebook checken op nieuwe hospi-berichten, en als je mazzel hebt en mag langskomen, samen met nog acht anderen, heel awkward in een kringetje voorstelrondes doen. 

Ander dilemma: wanneer vertel ik mijn huisgenoten dat ik aan het zoeken ben? Want eerlijk is eerlijk: je wilt geen slapende honden wakker maken. De huizenmarkt is zo klein, je vist daarom al snel in dezelfde vijver, en word je elkaars concurrent.

Gamehok?

Toen ik uiteindelijk bekende dat ik iets nieuws had gevonden reageerden mijn huisgenoten superlief en enthousiast, zelfs met een kleine traan bij het besef dat ons huis langzaamaan, maar definitief uit elkaar viel.

Dit sentiment duurde overigens niet lang. Meteen werd er al hardop gefantaseerd over de toekomst van mijn oude kamertje. 

‘Misschien maken ze er een gamehok van.’

‘Het wordt een inloopkast, voor alle schoenen en jurken van de toekomstige bewoner.’

Wat er ook mee gaat gebeuren, één ding weet ik wel: een wet die huurders had moet beschermen, heeft ervoor gezorgd dat negen studenten een nieuw huis moesten zoeken.

Sascha Laks is student Journalistiek en Nieuwe Media