‘Men ging er decennialang vanuit dat steden gevaarlijker waren dan het platteland’, vertelt hoogleraar stadsgeschiedenis Manon van der Heijden. ‘En ook nu bestaat dat beeld nog steeds. Maar het tegendeel is waar.’
Al in de jaren dertig van de vorige eeuw stelden Amerikaanse sociologen dat de steden zo overvol, groot en divers waren, dat dat wel crimineel gedrag moest opleveren. ‘Daar was toen ook enorm veel criminaliteit, maar de vraag was of dat ook voor andere delen van de wereld gold.’
Talloze criminaliteitshistorici en criminologen hebben vervolgens onderzoek gedaan naar de vraag of de urbanisatie die volgde op de industrialisatie in Europa, nu wel of niet leidde tot meer criminaliteit. Wat blijkt? ‘Europese steden blijken al eeuwenlang veiliger te zijn dan het platteland’, aldus Van der Heijden, die dinsdag een lezing bij Studium Generale geeft over het contrast. ‘Er zijn vanaf de veertiende eeuw namelijk heel veel gegevens beschikbaar, zoals vonnissen, verhoren en getuigenverklaringen. Ook zijn er lijkschouwingen bewaard gebleven, waardoor we weten hoeveel mensen er stierven door moord en doodslag.’
Uit die data blijkt dat het aantal slachtoffers van geweld en criminaliteit in de steden – naar rato van het aantal inwoners – veel minder was dan op het platteland. ‘Vanaf de late middeleeuwen zien we een sterke daling’, aldus Van der Heijden. Londen bijvoorbeeld kende in de dertiende eeuw nog 45 slachtoffers per 100.000 inwoners, in 1600 waren dat er nog maar tien en in de twintigste eeuw slechts een. ‘Van voor die tijd weten we het niet, omdat misdrijven toen niet werden geregistreerd.’
Waarom werd de stad steeds veiliger?
‘Steden hadden een eigen rechtspraak en wetgeving; daar was controle op gedrag. Op het platteland liepen geen dienaren en baljuws rond. Omdat de pakkans veel minder groot was, liepen bewoners een veel groter risico om te worden overvallen of bestolen.'
‘Ook bleven ereconflicten er veel langer bestaan. Dat zijn conflicten die door burgers zelf werden opgelost. Als bijvoorbeeld iemand was aangevallen, namen familieleden van het slachtoffer zelf wraak op de dader. Dit in tegenstelling tot de steden, waar op een gegeven moment het strafrecht opkwam.’
Was deze situatie in alle Europese steden vergelijkbaar?
‘In de zuidelijke landen werd meer belang gehecht aan eer en reputatie en werden zaken dus langere tijd eigenhandig opgelost. Geweld en wapens werden daarbij niet geschuwd. Maar hier is nog wel debat over onder historici. Zo vinden mediterrane historici dit beeld een
beetje eenzijdig.’
Vroeger waren de steden dus al veiliger. Maar ervoer de bevolking dat ook zo?
‘Ja, het beeld kwam toen meer overeen met de werkelijkheid. Mensen trokken juist naar de steden omdat daar rechtspraak was en bescherming van vermogen en bezit. Er was ook militaire bescherming, zoals schutterijen.
‘Tegenwoordig strookt het beeld juist minder met de werkelijkheid. We hebben een diepgeworteld beeld van de stad als een plek met allerlei risico’s, waar drugs worden gebruikt en zaken gebeuren die buiten de orde vallen. Maar het tegendeel is waar. In de steden is nog steeds meer controle dan op het platteland. In een lege straat ben je minder veilig dan in een volle straat: in steden is er meer surveillance en politie op de been en kun je sneller om hulp roepen dan in rurale gebieden.’
Vrouwen bleken in vroegmoderne steden een stuk crimineler te zijn dan in de huidige tijd. Waarom was dat zo?
‘Vanaf het begin van de twintigste eeuw wordt in heel Europa ongeveer 13 procent van de criminaliteit door vrouwen gepleegd. In de vroegmoderne periode zien we juist in de steden dat vrouwen dertig tot vijftig procent van de criminaliteit plegen. Dat heeft ermee te maken dat een groot deel van die steden bestond uit alleenstaande vrouwen die hierheen emigreerden, vaak zonder familie. Zij waren kwetsbaar en vervielen soms in armoede. Om hun eigen handeltje te beschermen raakten ze betrokken bij gevechten, of ze pleegden diefstal.'
‘Bovendien werd er in de zeventiende en achttiende eeuw nog heel anders gedacht over het gebruik van geweld. Als je iemand neerstak kon je drie maanden water en brood krijgen, maar als je overspel pleegde werd je gegeseld, gebrandmerkt en voor vijftig jaar verbannen.’
Speelde dit in Nederlandse steden ook?
‘In Rotterdam waren bij veertig procent van de gevechten vrouwen betrokken, bijvoorbeeld omdat zij ruziemaakten in de kroeg. Dat zie je in landen als Italië dan weer minder, want daar hadden vrouwen veel minder vrijheden.
‘Leiden was een textielstad en trok ongelooflijk veel vrouwelijke migranten aan die, op zoek naar welvaart, kwamen werken als dienstmeid of schoonmaker. Ook de sociale voorzieningen waren redelijk, dus als je in armoede zou vervallen, lieten ze je niet op straat liggen. Veel meisjes kwamen hier dus alleen naartoe. Bovendien waren de familiebanden in West-Europa helemaal niet zo sterk, dus het was heel gewoon om vroeg uit huis te gaan en elders te werken. Maar toen de textielindustrie in verval raakte en het met iedereen slecht ging, vervielen deze vrouwen ook in geweld.’
Wanneer kwam de kentering en gingen mannen meer geweld plegen?
‘Ergens eind negentiende eeuw. Er is nooit onderzoek gedaan naar de oorzaak, maar ik denk zelf dat het te maken heeft met de toename van welvaart, de levensstandaard en voorzieningen. Zodra die op orde is, zijn vrouwen minder kwetsbaar. Dan blijven voornamelijk nog de mannen over die geweld gebruiken, zoals nu ook nog het geval is.’
Manon van der Heijden, Van de eerste buren tot gevaarlijke buurten: de stad door de eeuwen heen, lezing Studium Generale, Spuigebouw, Den Haag, dinsdag 31 maart, 17:00 uur