Wetenschap
De man van zestig talen (en allemaal zonder Duolingo)
De Italiaanse polyglot Giacomo Prampolini beheerste maar liefst zestig talen. Onderzoeker Carmen van den Bergh stuitte, met het nodige geluk, op een goudmijn. ‘Hij had daar op die zolderkamer een wereldnetwerk liggen.’
Carmen Brouwer
donderdag 5 februari 2026
Vlnr: Arthur van Schendel, Jan Greshoff en Giacomo Prampolini

Carmen van den Bergh spreekt zeven talen, maar dat valt in het niet bij de persoon die ze uitvoerig bestudeerde: de Italiaan Giacomo Prampolini (1898-1975). Deze zogeheten polyglot beheerste maar liefst zestig talen.

Van den Bergh, universitair docent Italiaans die woensdag een lezing geeft over het  ‘vergeten taalwonder’, deed onderzoek naar sleutelfiguren in de culturele uitwisseling tussen Nederland en Italië. Toen ze Prampolini’s archief bekeek in het literatuurmuseum in Den Haag, meende ze dat er meer moest zijn. ‘Er lagen wel brieven van en naar hem, maar veel antwoorden ontbraken. We vermoedden dat daar de ontbrekende stukken nog in zijn huis in Italië lagen.’

Er was alleen een probleem: het lukt niet om contact te krijgen met Prampolini’s zoon, die het huis had geërfd. ‘We vreesden het ergste’, zegt Van den Bergh. ‘Een man van pensioenleeftijd die niet reageert... we waren bang dat hij al overleden zou zijn. Daarom zijn we maar zelf naar Italië gegaan en gaan aankloppen. Niemand deed open. We hebben een brief door de brievenbus gedaan met het verzoek of hij contact kon opnemen. Twee dagen later stuurde de zoon haar een bericht. Daarin stond: “Sorry, ik was wel thuis, maar ik heb jullie niet horen aanbellen. Ik ben slechthorend. Willen jullie nog langskomen?”’

‘Hij zag geen verschil tussen grote en kleine talen. Volgens hem zijn het Ladino, het Bretons en het Fries even belangrijk als het Frans, Nederlands en Italiaans’

In de oude werkkamer op zolder troffen de onderzoekers duizenden stukken aan. Hier werkte Prampolini aan zijn zevendelige literatuurgeschiedenis en vertalingen. Ook schreef hij talloze brieven aan bekende Nederlandse auteurs zoals Hendrik Marsman, Jan Greshoff, Arthur van Schendel en Eddy du Perron. Hij onderhield hechte vriendschappen met Nederlandse én Friese auteurs, die hem liefkozend Jakobus noemden. ‘Hij had daar op die zolderkamer een wereldnetwerk liggen.’

Van den Bergh is verguld met de vondst en blij dat ze er op tijd bij was. ‘Er gaat zoveel verloren. Ik hoor soms verhalen van erfgenamen die alles met het grofvuil meegeven.’

Hoe komt iemand op het idee om meer dan zoveel talen te leren?
‘Prampolini leerde al die talen meer voor zichzelf dan voor de ander. Hij wilde literatuur in de originele taal kunnen lezen, want hij vond dat literatuur de essentie naar boven brengt. Het was zijn levensdoel om alle literaturen van de wereld in kaart te brengen.’

‘Op veertienjarige leeftijd sprak hij al Frans, Spaans, Engels en Duits. In Milaan volgde hij cursussen Russisch, Japans en Arabisch. In de oorlog, toen hij rond de twintig was, droeg hij een boekje over de Nederlandse grammatica bij zich. Na de oorlog werkte hij samen met literaire uitgeverijen waar hij werken vertaalde vanuit het Duits, Engels, Frans, Tjechisch, Slowaaks en Russisch. Daarnaast studeerde hij in zijn vrije tijd ook nog Turks, Chinees en Koreaans. 

‘In de jaren zestig wijdde hij zich volledig aan het Fries. Men zegt dat hij een traantje liet toen hij die taal in het echt hoorde. Hij zag geen verschil tussen grote en kleine talen. Volgens hem zijn het Ladino, het Bretons en het Fries even belangrijk als het Frans, Nederlands en Italiaans.’

Hoe leerde hij al die talen, voordat Duolingo bestond?
‘Prampolini had veel contact met moedertaalsprekers van de taal die hij op dat moment bestudeerde. Als hij bijvoorbeeld moeite had met het begrijpen van bepaalde zinnen, schreef hij een brief aan de auteur om te vragen of hij het wel goed vertaalde, en daaruit ontstonden dan vaak hechte connecties. Ik denk dat hij die verbinding bewust opzocht. Het ging hem niet alleen om de taal, maar ook om het menselijke aspect van literatuur.’

‘Hij werkte soms dagenlang achter elkaar door, waarna hij soms weer wekenlang met koorts op bed lag’

Hij beheerste de talen, maar sprak hij ze ook alle zestig?
‘Prampolini sprak ze zeker niet alle zestig. Hij was meer een soort “geschreven polyglot”. Er is nu een team van tien onderzoekers bezig met het bestuderen van zijn Nederlandse vertalingen en er is nog geen enkele fout ontdekt. Wij maken gebruik van vertaalsoftware, maar er zijn plannen om internationale wetenschappers bij het onderzoek te betrekken om ook het Chinees, Tibetaans en IJslands te controleren.’

‘Soms denk ik: dit is zoveel werk, en dan bedenk ik me dat Prampolini alles in zijn eentje deed, en wij werken in een team. Hij werkte soms dagenlang achter elkaar door, waarna hij soms weer wekenlang met koorts op bed lag.

‘Er is zó veel materiaal, dat we op deze manier sneller en grondiger kunnen bestuderen. Er ligt nog heel veel in de dozen op de zolder van zijn zoon die nog niet eens zijn geopend.

‘Prampolini heeft me geleerd dat ik helemaal niet zo’n polyglot ben als ik dacht. Ik spreek zeven talen, maar ik kan “maar” in vier van die talen college geven. De andere drie talen, Arabisch, Spaans en Duits, heb ik op school geleerd, maar omdat ik ze niet onderhoud, zijn ze weggezakt.’

De opleiding Italiaans dreigde kortgeleden nog opgeheven te worden. Hoe staat het er nu voor?
‘Het fijne gevoel van teamwork bij dit onderzoek, hebben we ook heel erg gevoeld in het moment van crisis toen de opleiding door de geplande bezuinigingen zou worden opgeheven. Het zou jammer zijn als de opleiding Italiaans zou ophouden te bestaan, want dan zou er geen enkele opleiding Italiaans in Nederland meer over zijn.’


Het vergeten taalwonder Giacomo Prampolini (1898–1975), LUCAS Publiekslezing Groot Auditorium, Academiegebouw, woensdag 11 februari 19.00 u. Toegang gratis