De studentenpartijen: ‘De universiteit is traag en bureaucratisch’
Hoewel studenten kunnen stemmen op zeven partijen, vinden die elkaar op veel vlakken. Hoe willen zij de universiteit een betere plek maken?
Meer inspraak is een belangrijk thema. De nieuwe partij LTHCS wil bijvoorbeeld dat studenten ‘op centraal niveau’ kunnen meepraten over het ‘snel veranderende aanbod van bachelor- en masteropleidingen’ en over ‘de vormgeving van het onderwijs’ op digitaal gebied. ‘Wat ons betreft ontbreekt het momenteel aan een fundamentele discussie hierover en wij willen hier voorstellen over indienen.’
PBMS wil meer inspraak op het AI-beleid. ‘We zien dat AI het makkelijker maakt om plagiaat te plegen, dat docenten verschillende toetsvormen afschaffen of juist meer toetsvormen erbij geven.’ Laagdrempelige methodes – zoals huiswerkopgaves die voor een deel meetellen – moeten wat PBMS betreft blijven bestaan. De partij wil graag ‘actief meedenken’ aan een breedgedragen universitaire visie’ en ‘AI-richtlijnen voor onderwijs en onderzoek’.
De partijen willen ook versimpeling van digitale systemen en minder bureaucratie. ‘Er moet een einde komen aan de digitale wirwar’, zegt LSP. De partij wil dat er ‘één overzichtelijk systeem komt voor alle studentenzaken’. Zo moeten Usis, MyStudymap en Brightspace één gezamenlijk platform worden. ‘Wij willen dat de universiteit een concrete deadline stelt voor deze integratie. Elders is dit ook mogelijk, dus dit moet in Leiden ook kunnen.’
‘Processen binnen de universiteit verlopen traag en bureaucratisch’, vindt PBMS. ‘Veel studenten lopen hier tegenaan, bijvoorbeeld als ze hun diploma willen aanvragen of een tentameninschrijving verkeerd hebben gedaan. Wij pleiten voor maatwerk en een menselijke aanpak wanneer systemen niet goed werken.’
De partij kan daarvoor steun vinden bij ONS, die ook voorstander is van ‘minder strikte regels rond inschrijvingen en herkansingen’.
DSP-SC vat de thema’s meer inspraak en minder bureaucratie samen in hun belangrijkste doel: ‘De ervaringen van studenten worden vaak over het hoofd gezien bij beslissingen.’ De partij wil ‘duidelijk krijgen wie waarvoor verantwoordelijk is in het doolhof dat de Universiteit Leiden heet’, zodat studenten beter weten ‘met wie ze in contact moeten komen voor welk onderwerp’.
Ook toegankelijkheid is een belangrijk thema. Zo wil DSP-SC dat er een pilot komt waarbij borden in het nieuwe Spuigebouw van braille worden voorzien, ‘zodat we onze gebouwen zo toegankelijk mogelijk maken voor visueel gehandicapte studenten’. Ook moet het makkelijker worden om digitaal college te volgen.
LSP is het daarmee eens. ‘Wij willen een universiteitsbrede verplichting invoeren om opnames van colleges standaard beschikbaar te stellen.’
LTHCS ‘pleit voor voldoende studieplekken voor studenten, kantines met betaalbare en gezonde opties en universiteitsgebouwen met ruime openingstijden’. Ook moet in elk universiteitsgebouw een ‘toegankelijke stilteruimte komen voor alle studenten die behoefte hebben om zich even terug te trekken, zoals religieuze of neurodivergente studenten’.
ONS wil de toegankelijkheid vergroten door te pleiten voor ‘lagere en eerlijkere toelatingseisen voor aansluitende masters’.
De partijen LTHCS en DSP-SC vinden elkaar als het gaat om het verbreken van de banden met Israël. Laatstgenoemde zegt ‘studentactivisten te blijven ondersteunen die de genocide in Palestina en Libanon op de agenda van de universiteit willen houden’.
LTHCS wil ook dat Leiden alle banden met Israël verbreekt. ‘Wij zullen de universiteit met elke mogelijkheid die we hebben wijzen op hun academische verantwoordelijkheid om een bolwerk van de vrijheid te zijn, zodat ook alle Palestijnse studenten in vrijheid van hun onderwijs kunnen genieten.’
Maar er zijn ook verschillen. Zo is PBMS de enige partij die pleit voor een ‘betaalbaar’ USC. ‘Sporten verbetert je mentale gezondheid en studieprestaties. Wij willen dat blijven benadrukken bij besprekingen van de begroting en kadernota van de universiteit, en willen open in gesprek gaan over welke concessies daarvoor nodig zijn.’
ONS heeft het als enige concreet over het verbeteren van studentenwelzijn en wil dat studenten sneller toegang tot studiebegeleiding en mentale ondersteuning krijgen, dat deadlines en tentamens beter worden gespreid en er ‘structurele aandacht komt voor werkdruk binnen opleidingen’. Ook wil de partij dat de bestuursbeurzen worden verhoogd en ‘actieve studenten flexibeler aanwezigheidseisen’ krijgen.
Eenpitter Vote Gabe! wil dat meer studenten actiever worden in de universiteitspolitiek en de ludiek bedoelde Partij tegen de Student wil dat Mare verdwijnt. ‘We hebben geen onafhankelijke pers nodig.’
De personeelspartijen: ‘Campus dreigt zielloze kantoorruimte te worden’
De vraag hoe personeelspartijen zich onderscheiden levert opvallend gelijke antwoorden op. Zowel LAG, FNV als UB zijn naar eigen zeggen brede partijen die voor de hele universiteit opkomen. Daarbij beroept LAG zich nog wel op een lange staat van dienst in de universiteitsraad en wijst FNV naar hun ervaring met onderhandelingen en de sterke inspraak die hun achterban heeft in de koers van de partij.
PhDoc heeft als enige personeelspartij een daadwerkelijk uitgesproken profiel als de partij die opkomt voor de rechten van promovendi en zogeheten early career researchers, die te vaak langs de zijlijn staan in het bestuur van de universiteit. De partij wil daarom regelmatig contact tussen alle lagen van de universiteit bevorderen met bijeenkomsten waar alle medewerkers hun zienswijzen en problemen delen. Om alle promotieprogramma’s gelijk te trekken, moeten graduate schools worden hervormd en gecentraliseerd.
Daarnaast wil PhDoc een radicale wijziging doorvoeren: de universiteit moet overstappen op Engels als voertaal. Het Nederlands en het gebrek aan hulpmiddelen om die taal te leren zijn volgens PhDoc voor buitenlandse medewerkers een grote belemmering om te kunnen deelnemen aan de universitaire gemeenschap. Als eerste stap wil de partij Engelse vertalingen van alle beleidsdocumenten.
UB probeert zich in de antwoorden op de vraag wat er moet veranderen aan de universiteit te profileren als een lokale Leidse beweging van ‘gewone’ medewerkers. Ze wil niet de ‘universiteit opnieuw uitvinden’, maar gerichte verbeteringen doorvoeren om het dagelijks werk van medewerkers te verbeteren. Daarbij vertrekt de partij niet vanuit een ideologische agenda of specifieke deelbelangen, maar kijkt UB naar ‘wat in de praktijk werkt en wat bijdraagt aan sterkere kerntaken’ met het menselijk aspect en academische vrijheid als uitgangspunten. Ook wil UB een ‘duidelijke en doordachte koers’ ontwikkelen om met AI om te gaan.
LAG benadrukt de afbrokkelende cohesie binnen de universiteit. ‘Door het doorgeslagen flexwerksysteem dreigt de campus te veranderen in een zielloze kantoorruimte waar niemand meer een eigen plek heeft.’ Daar moet verandering in komen door medewerkers vaste werkplekken te geven en verbindingen tussen Den Haag en Leiden te stimuleren.
Verder wil LAG meer democratische inspraak in het universiteitsbestuur: dat is het ‘recht van de gemeenschap.’ De partij ziet dat er te veel beslissingen over de hoofden van medewerkers worden genomen die wel hun dagelijkse werkpraktijk raken.
Als laatste trekt LAG nog een rode lijn: geen plan mag meer door de raad zonder een werkdruktoets. Zowel medewerkers als studenten moeten worden beschermd tegen bureaucratie zoals het ‘onnodig gecompliceerd registratiesysteem voor tentamens’.
Nieuwkomer FNV wil een maatschappelijk verantwoordelijke universiteit, met een prettige werkomgeving. Dat houdt in dat onderwijs, onderzoek en kennisdeling centraal staan. De universiteit moet duurzaam, groen en dierproefvrij worden, en er wordt meer gedaan aan de fysieke en sociale veiligheid van medewerkers. Ook wil FNV na een ledenberaad dat de universiteit de banden verbreekt ‘met regimes waar mensenrechten structureel worden geschonden, zoals nu door Israël’.
Om ‘het gat te dichten tussen beleid en praktijk’ wil FNV het college van bestuur ‘verantwoordelijk houden voor de implementatie en realisatie van beleidsplannen op de werkvloer’, zoals het verminderen van werkdruk, gelijke behandeling en toegankelijkheid voor medewerkers met beperkingen.
De universitaire verkiezingen zijn van 18 tot en met 21 mei. Er kan gestemd worden voor de studentengeleding- en personeelsgeleding van de universiteitsraad, de studentengeleding van alle faculteitsraden, en de studentenraad van het LUMC. Ook zijn er tussentijdse verkiezingen voor de personeelsgeleding van de faculteitsraden van Archeologie en Sociale Wetenschappen en de dienstraden van SOZ, het Bestuursbureau en het ICLON