Opvallend: bij de lancering van een boek waarin zijn eigen kabinet genadeloos wordt gefileerd verscheen ook het lijdend voorwerp zelf. Zo ging het eerder deze maand toen voormalig premier Dick Schoof de presentatie van Het experiment-Schoof bijwoonde en bleef zitten tot aan de borrel.
Wetenschappers vanuit verschillende disciplines schetsen in de bundel het beeld van een kabinet vol mislukkingen: ruzies tussen partijen, onrealistische plannen en lobbyisten die dienden als postbodes tussen de coalitiegenoten. Het kabinet viel binnen een jaar en bleef nog zo’n negen maanden demissionair.
‘Het is natuurlijk sportief als je naar het hol van de leeuw gaat’, zegt Leids politicoloog en medesamensteller Simon Otjes. ‘Het was wel wat ongemakkelijk om vervolgens in het panel kritiek te leveren op het kabinet.’
Achteraf zei de oud-premier in de Volkskrant verbaasd te zijn over sommige bevindingen. Hij vond dat zijn kabinet een normaal coalitieakkoord had dat overeenkomt met dat van het huidige kabinet. Het kabinet-Jetten zou volgens hem slechts een andere toon aanslaan.
Reflectie
‘Wat tegenwoordig als legitiem beleid wordt gezien, is duidelijk naar rechts verschoven’, reageert Otjes. ‘Het is inderdaad zo dat meer gevestigde partijen als D66 dit nu overnemen, wat heel erg raar is. In die zin heeft hij gelijk. Maar dit komt door een kentering die al heeft plaatsgevonden in het vorige kabinet.’
Ook op de boekpresentatie liet Schoof weinig reflectie zien, tot teleurstelling van Otjes. ‘Hij bleef zijn visie op het kabinet verdedigen. Het lijkt erop dat hij nog niet helemaal doorheeft hoe fundamentele bestuurlijke wissels zijn verschoven door te gaan regeren met radicaal-rechts.’
Zo blijft Schoof erbij dat zijn kabinet ten onrechte het etiket ‘radicaal-rechts’ kreeg opgeplakt. ‘Als je moeilijk gaat doen over dat soort termen, dan heb je geen goed beeld van waar je in bent gestapt’, zegt Otjes. ‘Er is geen enkele twijfel over dat er aan het kabinet een radicaal-rechtse partij (PVV, red.) heeft deelgenomen en dat deze een duidelijke stempel heeft kunnen drukken op het beleid.’
Volgens Otjes heeft Schoof daar net zo goed aan bijgedragen. ‘Hij heeft wel degelijk een rol gespeeld in het legitimeren van radicaal-rechtse ideeën en het mogelijk maken van regeringsdeelname door zo’n radicaal rechtse partij. Schoof als apolitiek of technocratisch figuur werkte als een schaamlap om het radicaal-rechtse kabinet te legitimeren.’
De termen program-, technocratisch – of extraparlementair kabinet dienden volgens Otjes als sluier. ‘Die terminologie was in eerste instantie nodig om NSC, de partij van Pieter Omtzigt, mee te krijgen. Toen dat eenmaal was gelukt, was het makkelijker om een kabinet te vormen. Het zijn allemaal manieren geweest om niet te hoeven benoemen wat er aan de hand was: namelijk een extreme situatie waarin voor het eerst een radicaal-rechtse partij de grootste was. Het heeft er ook voor gezorgd dat het kabinet in de ogen van de media legitiem overkwam.’
Gevoelens
In één hoofdstuk bouwt Simon Otjes samen met oud-student Luuk Vonck voort op de masterscriptie van oud-student Sterre Dieteren die de lobbyisten rond de regeringspartijen onderzocht. Verrassend genoeg bleek uit interviews met belangengroepen dat populistische partijen vrij toegankelijk waren en open stonden voor samenwerkingen. Dat staat haaks op de hypothese dat zij huiverig zouden zijn om met ‘elite-groepen’ samen te werken. ‘Caroline van der Plas stond klaar met koffie en koekjes’, vertelt Simon Otjes.
Uit de gesprekken bleek dat spanningen tussen kabinetsleden zo hoog opliepen, dat lobbyisten als postbodes dienden. ‘Aan het eind van de periode werden de relaties tussen veel fracties dermate slecht dat ze de contacten uitbesteedden aan lobbyisten. Dat is erg bijzonder, omdat je daarmee het vermogen om een bepaald onderwerp op de agenda te zetten weggeeft aan mensen die daar zijn om hun eigen belang te dienen, en een eigen spin aan het verhaal kunnen geven. Ze accepteerden dat risico om maar niet te hoeven bellen met die ene BBB’er of PVV’er met wie ze niet door één deur konden.’
Hoewel de bundel een terugblik is op het kabinet-Schoof, ziet Otjes de invloed op het huidige kabinet. ‘Er zijn nieuwe normen gecreëerd. Politiek gaat tegenwoordig niet meer om het bereiken van een bepaald doel, maar om symbolische maatregelen. Schoof zei bijvoorbeeld: “Er is misschien geen migratieprobleem, maar mensen ervaren wel een migratieprobleem in Nederland.” Het gaat er dus niet om wat er aan de hand is met een land, maar welke gevoelens mensen hebben.’
Dynamisch
De politicoloog ziet dat de VVD die trend voortzet. ‘Deze partij is in een permanente campagnestand gekomen. Iedere stap na de verkiezingen zag de VVD voortdurend hun kans schoon om hun boodschap uit te dragen. Dat maakt het erg lastig om te regeren. Het is de vraag of we als land nog in een bestuurlijke stand komen of dat we permanent in die campagnestand blijven zitten.’
Ook samenwerken blijkt in het huidige kabinet-Jetten nog een uitdaging te zijn. ‘We hebben in de periode van Schoof het vermogen verloren om compromissen te sluiten. Ik had zelf het naïeve beeld dat we zouden terugkeren naar de manier van werken zoals tijdens de kabinetten-Rutte. Misschien moeten we dat opnieuw leren.’
Hoe deze omslag sporen achterlaat in de Nederlandse politiek, durft Otjes niet te zeggen. ‘Wij politicologen verschillen van sterrenkundigen die dingen bestuderen die eeuwig hetzelfde blijven. In de politiek zijn er maar weinig dingen permanent.’
Simon Otjes en Jeroen Vervliet (red.), Het experiment-Schoof, Beschouwingen over het kabinet-Schoof 2024-2026, WJS uitgevers, 316 pagina’s, € 35