I. Een noodgreep
‘Tijdens college gaf een medestudent een nogal typerende prompt aan ChatGPT’, vertelt Wisse Versteeg, masterstudent international relations. ‘De opdracht was: “De professor heeft iets uitgelegd, wat moet ik nu vragen?” Dan denk ik echt: wat zijn we aan het doen hier?’
‘AI is voor mij een noodgreep’, zegt een eerstejaarsstudent Science for Sustainable Societies. ‘Ik vind het eigenlijk altijd kut als ik het gebruik. Maar bij tijdgebrek schiet ik in de stress en denk: shit, was ik maar eerder begonnen. Het is heel handig, maar je moet het met mate gebruiken. Als je het zo omschrijft, lijkt het haast wel een soort drug.’
Ook voor Ryan, bachelorstudent data science en AI, is tijdsdruk een belangrijke factor om de hulp van de apps in te roepen. ‘Hoe dichterbij de deadline komt, hoe groter de kans dat ik AI ga gebruiken’, zegt hij. ‘Ik pas het toe als ik niet de tijd heb om op eigen houtje een goed cijfer te halen.’
Het gebruik van generatieve large language models zoals ChatGPT, Claude, Copilot en Gemini is gemeengoed geworden onder studenten. Toch zijn er grote verschillen in hoe ze deze apps inzetten om hun studie makkelijker te maken. Een deel worstelt met de ethische vragen die de AI-revolutie oproept: is het fraude? Leer ik wel voldoende tijdens mijn studie als ik de apps gebruik? Ben ik (te) afhankelijk van AI geworden?
Intussen voeren sommige docenten strijd tegen de technologie door zeer strenge anti-AI-regels in te voeren en studenten te laten beloven geen chatbots te gebruiken (zie kader onderaan) en probeert de universiteit overkoepelend beleid op te stellen. Onlangs gaf de universiteitsraad echter een negatief advies over dat plan. Reden: de visie van het college op AI was niet helder.
Maar ook de faculteiten zelf ontwikkelen richtlijnen. Zo heeft Rechten een document opgesteld met vier scenario’s voor het gebruik van AI bij schrijfopdrachten die studenten thuis maken. In ieder scenario moeten studenten verantwoorden hoe ze AI hebben toegepast.
De opleiding Science for Sustainable Societies is Engelstalig, zegt de eerstejaarsstudent. In schrijfopdrachten past ze ChatGPT toe om zinnen beter te formuleren. ‘Het is lastig om papers in professioneel Engels te schrijven. Dat kan je onzeker maken.’ AI op deze manier gebruiken is geen fraude, vindt ze. ‘Ik doe wel zelf het onderzoek.’
Ze gebruikt de app ook om concepten duidelijk uitgelegd te krijgen in het Nederlands en praat ertegen alsof het een mens is. ‘Dan zeg ik: “Ik moet een paper schrijven en deze zaken moeten erin staan. Wat is dan de beste manier om dat te doen?”’
II. Claude als welwillende meelezer
‘Ik laat geen essays schrijven door AI-tool Claude’, zegt een masterstudent international relations die vaak de hulp van AI inroept bij zijn studie. ‘Ik maak zelf een opzetje en gooi die tekst dan door Claude. Hij is een soort thesis supervisor die meeleest.’
Als de app vervolgens met een betere tekstsuggestie komt, is de verleiding groot om die te kopiëren. ‘Ik probeer er zelf iets anders van te maken, maar de zin die Claude voorstelt is toch vaak de basis. Het is lastig om daarvan af te stappen.’
Ethisch gezien gaat hij niet te ver, vindt hij. ‘Op de middelbare school checkte je vader je profielwerkstuk. Is het dan nog van jezelf of niet? Ik heb wel het gevoel dat het nog steeds mijn eigen werk is.’
Wel snapt hij de kritiek op het gebruik van AI. ‘Als je iets niet helemaal zelf hebt geschreven, kun je het ook zien als een vorm van plagiaat.’ Maar nieuw zijn hulpmiddelen allerminst, voegt hij eraan toe. ‘Vroeger kocht je samenvattingen van vakken, nu maakt Claude ze.’
Voor het opstellen van proeftentamens is Claude ook handig. ‘Als je dan vraagt: “Hoe maak ik van antwoorden die een zes opleveren een acht?” krijg je daar best nuttige informatie over.’
III. Minder vaardigheden, luier lezen
Toch vindt ook hij het belangrijk om niet te veel van het werk aan de apps over te laten. ‘Ik wil leren van mijn studie. Je kunt er wellicht mee wegkomen als je een AI-essay inlevert, maar dan mis je wel essentiële kennis.’
Hij erkent dat hij bepaalde zaken nu niet voldoende traint. ‘Ik kan me bijna niet meer voorstellen dat ik vervelende klusjes, zoals literatuurlijsten opstellen, nog zelf doe. Je wordt ook een wat luie lezer. Ik kan nog steeds zelf de kern uit teksten halen, maar die vaardigheid wordt er niet beter op.’
Versteeg weigert AI toe te passen, maar ziet dat het overgrote deel van zijn medestudenten dat wel doet. In werkgroepen merkt hij dat veel van hen niet goed zijn voorbereid. ‘Dat was voor de komst van ChatGPT ook al zo, maar de app maakt het makkelijker om er mee weg te komen. Jammer, ik hoor liever wat jij denkt, dan wat je chatbot je vertelt.’
Sommige medestudenten generen zich voor het gebruik van AI, anderen zijn heel enthousiast, stelt hij. ‘Ik vind het lastig om te veroordelen, maar we moeten betere afspraken maken over wat wel en niet mag.’
‘Ik vind het mijn eigen verantwoordelijkheid of ik AI toepas of niet’, aldus de student Science for Sustainable Societies. ‘Er zijn wel docenten die in gesprek gaan met studenten over AI, en in de syllabi van de vakken staat ook of en hoe je het mag gebruiken.’
Tegelijkertijd worstelt ze met de effecten ervan. ‘Het is veel te snel en ondoordacht geïmplementeerd. Ik geef bijles aan basisschoolkinderen en zelfs die zeggen soms: “Daar heb je ChatGPT voor.” Mijn reactie is dan: “Nee, het is superslecht voor het milieu en het is heel belangrijk dat je zelf nadenkt.”’
IV. Veel onontdekt misbruik
De studenten die AI gebruikten voor hun papers zeggen daarop nog nooit door docenten te zijn aangesproken. ‘Ik ben nooit betrapt’, zegt student Ryan. ‘Vroeger was het doel om tot de beste oplossing proberen te komen, nu kan AI er zelf voor zorgen dat het resultaat niet op AI lijkt. Als ik het toepas, heb ik zelf al een code of een tekst gemaakt en laat de app daarop verder bouwen. Daarom komen ze er nooit achter.’
Toch zien examencommissies een kentering. ‘Veel zaken hebben betrekking op oneerlijk gebruik van AI’, zegt Alexandre Afonso, voorzitter van de examencommissie bestuurskunde. In 2022-2023 waren er maar twaalf gevallen van fraude, van plagiaat tot ongeoorloofd gebruik van AI. In 2024-25 waren dat er meer dan zestig.
‘Dit collegejaar staat de teller al op veertig. Het gaat om twaalf meldingen van plagiaat, de andere gevallen zullen voornamelijk over het onrechtmatig gebruik van AI-tools gaan.’
Ook verschillende examencommissies van de faculteit Geesteswetenschappen zien een ‘duidelijke stijging in het aantal gemelde fraudegevallen waarbij AI een rol speelt’, aldus de ambtelijk secretarissen in een gezamenlijke mail. Er worden ook meer sancties opgelegd als ongeoorloofd AI-gebruik is vastgesteld.
Hoewel het aantal meldingen niet overal is toegenomen, zien de commissies wel dat de aard van de fraude is verschoven van klassiek plagiaat naar situaties waarin teksten origineel líjken, maar waarin onjuiste of verzonnen bronnen en/of citaten staan. Dat maakt het een stuk lastiger om gesjoemel te herkennen.
Bovendien levert dat veel extra werk op voor docenten, zegt Jan Robbe, voorzitter van de examencommissie bij Rechten. ‘Het vereist een nauwkeurige controle van bronverwijzingen, of een gesprek met de student, om te kunnen aantonen dat er inderdaad sprake is van ongeoorloofd AI-gebruik. Beide zijn tijdrovend.’
Bij politicologie was er in het collegejaar 2022-2023 maar één van de 21 zaken die over AI ging. De rest was klassiek plagiaat, vertelt examencommissievoorzitter Floris Mansvelt Beck. Het jaar erop ging het om dertien zaken waarvan er acht niet bewijsbaar waren. Vorig collegejaar waren er vijftien meldingen waarvan negen niet bewijsbaar. ‘Vaak zitten daar zaken met AI tussen.’
Bij het Leiden Institute of Advanced Computer Science gaan de meeste fraudegevallen over het ongeoorloofd AI-gebruik, zegt Suzan Verberne, voorzitter van de examencommissie. Maar het totale aantal zaken is niet toegenomen. ‘Andere vormen van fraude zijn verminderd. Vroeger kopieerden studenten werk van elkaar.’
Ook Bram Ieven, examencommissievoorzitter van International Studies, ziet geen duidelijke toename, maar het valt hem op dat vooral eerstejaars zich laten verleiden tot het gebruik van chatbots zonder toestemming van de docent. Volgens hem is misbruik van AI op twee manieren te ontdekken: de stijl waarin de tekst is geschreven, en het gebruik van valse bronnen.
‘Voor dat eerste is niet altijd sluitend bewijs, maar dat hoeft strikt genomen ook niet om een essay ongeldig te verklaren. Een sterk vermoeden kan ook al gegrond zijn, al zijn we hier terughoudend mee. Het opgeven van valse bronnen is wel te checken, maar dat vergt veel meer werk van docenten. Als blijkt dat bronnen niet bestaan, vragen we de student op gesprek te komen.’
In dat gesprek vertelt de commissie dat studenten door het ongeoorloofd gebruik van AI niet de vaardigheden opbouwen die ze nodig hebben. ‘Ik heb het idee dat die gesprekken succesvol zijn. Ongeveer de helft geeft ongeoorloofd gebruik toe. Slechts een heel kleine groep blijft glashard ontkennen.’
V. Waar blijven de regels?
‘Veel AI-gebruik wordt niet eens gedetecteerd’, stelt Afonso. ‘Omdat we zoveel studenten hebben, is het voor de meeste docenten simpelweg niet te doen om alle bronnen te checken.’
‘Er is een groter risico dat veel gevallen onontdekt blijven ten opzichte van andere vormen van fraude’, zegt Verberne. ‘Wij hebben laatst een scriptie ongeldig verklaard vanwege overmatig AI-gebruik. Maar wij weten natuurlijk niet wat die student nog meer met AI heeft gedaan.’
Plagiaat werd voorheen getoetst met het programma Turnitin, waarbij met percentages werd aangegeven hoeveel van het document overeenkwam met externe bronnen. ‘Dat heeft inmiddels geen waarde meer’, vindt Verberne. ‘Het is eerder verdacht als er een heel laag plagiaatpercentage uitrolt. Dan is het waarschijnlijk gegenereerd met AI, omdat het nergens mee overlapt.’
De drempel om te frauderen is een stuk lager geworden, zegt Mansvelt Beck. ‘Een student die vroeger in paniek raakte of iets kwaads in de zin had, moest tekst uit boeken overschrijven of had er anderen bij nodig. Dat kost veel meer moeite dan het aan ChatGPT vragen. Die zit in je broekzak.’
Dat is zorgelijk voor de onderwijskwaliteit, vinden de voorzitters. ‘We moeten onze studenten beter uitleggen waarom het belangrijk is om zelf te leren schrijven, en dat wij hen van goede feedback willen voorzien. Als ze dat begrijpen, zullen ze minder geneigd zijn naar AI te grijpen’, hoopt Ieven.
‘Ze leren niet als ze het niet zelf doen’, zegt Verberne. ‘We worden er nu allemaal dommer van, terwijl we er ook slimmer van kunnen worden.’ Zij pleit voor een verandering van het leerproces waarbij ‘studenten programmeren en schrijven wanneer dat nodig is’ en AI alleen wordt gebruikt als hulpmiddel wanneer het ‘geen cognitieve taken vervangt’.
Maar daarvoor zijn wel duidelijke regels en richtlijnen nodig vanuit de universiteit, vinden alle voorzitters. ‘Die ontbreken nu’, aldus Afonso. ‘Iedereen binnen de universiteit zat lang naar elkaar te kijken: wat zullen we eens gaan doen aan dit probleem? Wie komt er met een oplossing? Maar dan gebeurt er natuurlijk niets.’
> Dit is het eerste deel van een tweeluik over AI aan de universiteit. Volgende week: hoe zien docenten de toekomst van universitair onderwijs?
Universitair docent William Michael Schmidli laat zijn studenten een integriteitsverklaring ondertekenen waarin ze AI afzweren. ‘“Dan zoek ik wel een andere docent”, reageerde een van hen.’
Wie op woensdagochtend om kwart over negen collegezaal 1.18 in het Lipsius binnenloopt, krijgt even het gevoel dat het jaar 2000 nog moet beginnen. Er staan nergens laptops. De masterstudenten die het vak ‘Arsenal of Democracy? The US and the World since 1945’ van de Amerikaanse universitair docent William Michael Schmidli volgen, maken aantekeningen met pen en papier.
Schmidli verbiedt niet alleen schermen, maar ook het gebruik van AI. Hij laat zijn masterstudenten zelfs een integriteitsverklaring ondertekenen waarin zij beloven al het werk zelf te doen.
Niet iedereen is daar blij mee. ‘Er was laatst een bachelorstudent die haar scriptie bij mij wilde schrijven’, vertelt de docent tijdens het college. ‘Toen ik zei dat ze geen AI mocht gebruiken was haar reactie: “Ik zoek wel iemand anders.”’
Onlangs betrapte hij een student op het gebruik van AI. De dader vond het AI-verbod ‘dwaas, want iedereen gebruikt het toch’, schreef Schmidli in een stuk op Substack.
De docent blijft zich echter verzetten. ‘Teksten samenvatten, een overzicht maken van de stof en het bedenken van ideeën zijn essentieel om zelf te leren.’
Student Wouter van der Hoff is in het ‘algemeen tegen AI’, maar er zijn grijze gebieden. ‘Mijn vriendin studeert psychologie en moest voor een scriptie veel coderen, zelf heeft ze die vaardigheid niet. AI is daar juist goed in. Ik weet niet wat ik daarvan moet vinden.’
‘Ik wil eerst even zeggen dat ik geen AI heb gebruikt voor dit vak en ook niet voor andere colleges’, reageert Billie van Leeuwen. ‘Nu sta ik echter voor een dilemma. Ik doe voor dit vak archiefonderzoek naar handgeschreven brieven die voor mij niet te ontcijferen zijn. AI kan dat wel.’
Dat is een twijfelgeval, vindt Schmidli. ‘AI kan zeker van nut zijn. Jij doet in dit geval nog steeds het echte werk, maar het zou ideaal zijn als je zelf leert om de handschriften te lezen.’
Zonder AI doe je meer vaardigheden op, geeft Van Leeuwen toe. ‘Maar laatst zag ik een stage waar je juist twee jaar AI-ervaring voor moest hebben. Toen maakte ik me even zorgen: loop ik straks achter?’
‘Misschien’, suggereert medestudent Leon Kleinveld, ‘moet je dan AI gebruiken om te faken dat je al jaren AI gebruikt?’
Schmidli: ‘De standaard zou, zeker in de Geesteswetenschappen, moeten zijn om geen AI te gebruiken. Het is belangrijk dat we een gemeenschap vormen waar dat de norm is.’
Door Vincent Bongers