English
Zoeken
Digitale krant
App
Menu
Voorpagina Achtergrond Wetenschap Studentenleven Nieuws Cultuur Columns & opinie Podcast  

Menu

Categorieën

  • Voorpagina
  • Achtergrond
  • Wetenschap
  • Studentenleven
  • Nieuws
  • Cultuur
  • Columns & opinie
  • Podcast

Algemeen

  • Archief
  • Contact
  • Colofon
  • App
  • Digitale krant
  • English
Achtergrond
Dat de universiteit samenwerkt met Defensie is noodzakelijk/problematisch: ‘We leiden niet op tot krijger’
Oefening bij de Nationale Weerbaarheidstraining. Foto: Defensie
Valérie Krah
donderdag 2 april 2026
Moeten we waken over het land of over de academische vrijheid? Een nieuwe minor, inclusief reservistenopleiding, waarin de universiteit samenwerkt met Defensie leidt tot discussie. Mare organiseerde een debat tussen Frans Osinga (‘We moeten nu eenmaal opschalen’) en Josette Daemen (‘We moeten ons niet voor het karretje laten spannen’).

Aankomend studiejaar lanceert de Universiteit Leiden drie nieuwe minoren die in het teken staan van veiligheid en weerbaarheid. ‘Die zijn bewust opgezet met een vernieuwende didactische aanpak die academische verdieping, praktijkervaring en reflectie combineert’, aldus de website. ‘Zo begrijpen studenten niet alleen wat nationale veiligheid is, maar ook hoe het is om er zelf onderdeel van te zijn.’ Onderdeel van de minor Defensie en Nationale Veiligheid is de opleiding tot reservist onder de noemer de ‘nationale weerbaarheidstraining’, ter waarde van vijftien studiepunten.

Volgens Frans Osinga, hoogleraar War Studies, past de minor ‘in het tijdsbeeld waarbij we ervan bewust zijn dat de veiligheid van Europa en Nederland onder druk komt te staan’. Maar universitair docent bestuurskunde en politiek filosoof Josette Daemen heeft haar bedenkingen. Want, zo vroeg zij zich onlangs af in haar column (‘De universiteit is er niet voor de staatsveiligheid’) in NRC: ‘Dient die Nationale Weerbaarheidstraining voor studenten echt hun intellectuele ontwikkeling, of toch vooral… de nationale weerbaarheid?’

Op verzoek van Mare gaan de twee in debat. ‘Het is primair de agenda van de overheid die met deze minor gediend is’, zegt Daemen in een ruimte van het Wijnhavengebouw. ‘Ik begrijp de zorgen niet helemaal’, reageert Osinga.


Stelling 1: Universiteiten moeten nooit samenwerken met Defensie

Daemen: ‘Ik ben boven alles een pluralist, en ik denk dat het publieke belang bestaat uit verscheidene waarden en dat we die allemaal heel goed in het oog moeten houden. Het is niet de taak van de universiteit om zich voor het karretje van de overheid te laten spannen en de weerbaarheid te vergroten door reservistenopleidingen laagdrempeliger te maken.’

Osinga: ‘Ik ben juist blij dat er mensen worden opgeleid op het gebied van veiligheid en weerbaarheid. Zo kunnen ze kritisch reflecteren op de krijgsmacht en internationale veiligheid. Deze minor leidt niemand op tot krijger; je leert niet hoe je als soldaat oorlog moet voeren. Ik vind juist dat we vanuit onze academische kennis een bijdrage leveren aan het kritische reflectievermogen van mensen die eventueel reservist willen worden.’

‘Onze primaire verantwoordelijkheid is zuivere kennisvorming die niet altijd is gedreven vanuit “het nut”’

Daemen: ‘De universiteit zou primair verantwoordelijk moeten zijn voor zuivere kennisvinding, zonder daarbij enige bias op te lopen. Maar steeds meer technische universiteiten sluiten contracten met de wapenindustrie en Defensie om nieuwe wapens te ontwikkelen. Maar hoe meer samenwerkingsverbanden er zijn…’

Osinga: ‘Mag dat niet?’

Daemen: ‘Ik ben niet tegen elk individueel samenwerkingsverband, maar de tendens waarbij die samenwerking steeds inniger wordt en deze via financiering steeds meer verknoopt raakt, vind ik het wel degelijk problematisch.’

Osinga: ‘Hoe sta jij dan tegenover financiering vanuit de private sector of de farmaceutische industrie?’

Daemen: ‘Ik zie dat deze minor een voortzetting is van eerdere ontwikkelingen. Maar ik vind dat je ook bij die andere samenwerkingen een kritische noot kan plaatsen. Dat de universiteit steeds meer is gaan opleiden voor datgene waar behoefte aan is en onderzoeken doet vanwege de vraag naar innovatie, vind ik ook al ten koste gaan van de academische vrijheid.’

Osinga: ‘Je wilt toch als onderzoeker impact hebben? Zowel maatschappelijk relevant onderzoek doen als maatschappelijk relevant onderwijs geven?’

Daemen: ‘Tot op zekere hoogte. Onze primaire verantwoordelijkheid is zuivere kennisvorming die niet altijd is gedreven vanuit “het nut”. Dat moeten we echt bewaken. Juist omdat we nu zo’n sterke tendens zien om de universiteit ten dienst te stellen aan het “hogere doel”: de nationale veiligheid. 

Foto Marc de Haan
Frans Osinga

Hoogleraar War Studies Frans Osinga (1963) startte zijn carrière op de Koninklijke Militaire Academie
•    Van 1987-1994 diende hij in een aantal NF-5 en F-16 squadrons. Na zes jaar vliegen werd hij instructeur van F-16 piloten. Hij was commodore in de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht
•    Van 2007-2010 was hij universitair hoofddocent bij de Nederlandse Defensie Academie. 
•    In 2010 werd hij benoemd tot hoogleraar krijgsweten­schappen.

‘Het onderwijs en de academie verbinden zich meer met de samenleving, misschien ook meer met de overheid. Dat doet iets met je institutionele autonomie. Hoe kleiner die institutionele autonomie, hoe kleiner jouw academische vrijheid en hoe minder je die zuivere kennis kunt nastreven.’

Osinga: ‘Er is altijd een heel innige relatie geweest tussen universiteiten en de overheid. Het feit dat wij een magnetron of GPS hebben, dat komt daar allemaal uit voort. De meeste universiteiten willen overigens niet direct bijdragen tot wapenproductie of wapenontwikkeling.’
Daemen: ‘Maar de technische universiteiten toch wel?’

Osinga: ‘Nou nee, het gaat om componenten, radiotechnologie, sensortechnologie. Wij werken in Leiden bijvoorbeeld aan een quantumcomputer. Die vindt Defensie zeker interessant. Maar ook al zou het geld aantrekkelijk zijn voor de universiteit, die zal een mogelijke samenwerking heel kritisch toetsen. Want je wilt inderdaad, wat jij terecht zegt, die academische onafhankelijkheid waarborgen. En je wilt ervoor waken dat jouw onderzoek wordt omgezet in een wapensysteem dat effecten gaat genereren waarvan je zegt: “Wacht even, dat is niet legitiem.”’

Daemen: ‘Maar dat is iets anders dan dat je je via de universiteit kan inschrijven voor de Nationale Weerbaarheidstraining. Voor studenten die een academisch interesse hebben in defensie, vind ik het helemaal goed. Maar het is niet de taak van de universiteit om een gateway te zijn waardoor studenten direct doorstromen tot reservist.’

Stelling 2: Met kaart en kompas lezen hoor je geen studiepunten te verdienen
‘Ik doe het nu niet om je te confronteren’, zegt Daemen, terwijl ze voorzichtig een briefje uit haar broekzak haalt. ‘Maar ik heb op de website van de minor gekeken en daar staat: “Je leert kaart en kompas lezen en militaire EHBO.” Het klinkt wel echt veel meer hands-on dan “kritisch reflectievermogen”. Ik zeg niet dat het geen nuttige vaardigheden zijn, maar ik vind het apart dat je daarmee academische studiepunten kunt verdienen.’

Foto Marc de Haan
Josette Daemen

Universitair docent bestuurskunde Josette Daemen (1993) studeerde politicologie in Leiden en promoveerde daar op een politiek-filosofisch proefschrift over hoe veiligheid zich verhoudt tot vrijheid en gelijkheid
•    Ze was postdoctoraal onderzoeker binnen het instituut Bestuurskunde en is leider van het onderzoeksproject ‘Fair educational assessment in the age of AI’
•    Van 2022-2025 was ze columnist bij Mare. Sinds 2026 schrijft  ze tweewekelijks een column in NRC

Osinga: ‘Oké, daar ga ik niet over. Wij bemoeien ons niet met de invulling van het stagegedeelte. Die vijftien EC, dat is scratching the surface. Ze maken kennis met die vaardigheden, maar daarna kijken ze ook in de organisatie. Ik zie geen verschil met studenten die stagelopen bij Defensie of de politie.’

Daemen: ‘Het verschil is dat je in deze minor de boodschap meekrijgt dat je uiteindelijk moet gehoorzamen, terwijl in de academische wereld de boodschap toch vooral is: altijd kritisch zijn. Ik vind de vergelijking met een normale stage niet helemaal opgaan, omdat in dit geval de overheid een programma heeft opgezet en universiteiten heeft gevraagd of ze willen meedoen. Het is niet dat een student zelf met het idee komt om ergens stage te lopen.’

Osinga: ‘Het is niet pief-paf-poef. Het is juist: wat zijn de juridische en ethische kaders die de inzet van de krijgsmacht omgeven? Hier zit ook een bestuurskundig aspect in. Hoe wordt er leidinggegeven vanuit de politiek aan de krijgsmacht? Hoe vindt besluitvorming plaats?

‘Daarmee krijgen studenten dus een veel breder perspectief op de krijgsmacht en eventueel ook het reservisme. En als dat hen niet bevalt, worden ze geen reservist.’


Stelling 3: Nederland heeft nu eenmaal meer reservisten nodig

Osinga: ‘Nederland is laat, we moeten opschalen. Dat kan door middel van dienstplicht, maar dat is een verregaande stap. De overheid wil de jongere generatie daarbij betrekken en probeert het personeelsbestand aan te vullen met reservisten. Het is een inhaalslag, want we hebben een decennium lang de signalen gebagatelliseerd.’

Daemen: ‘Maar we hoeven er dus niet geheimzinnig over te doen dat de minor vanuit Defensie wordt ingezet als een middel om reservisten te werven.’

Osinga: ‘Wat we aanbieden aan inhoudelijke kennis is tot stand gekomen door onafhankelijk onderzoek, dus wat is nou het probleem?’
Daemen: ‘Ik snap wel degelijk dat de nationale veiligheid versterkt moet worden. Maar veiligheid heeft ook de neiging om een soort van allesverzengende waarde te zijn. Het heeft een heel sterk emotionele component. Als we zeggen: “Onze veiligheid staat op het spel”, delven andere waarden makkelijk het onderspit. We moeten ervoor waken dat die veiligheid niet die andere liberaal-democratische waarden in de verdrukking brengt.’

Osinga: ‘Weet je hoeveel wij aan Defensie spenderen per hoofd van de bevolking?’

Daemen: ‘Nee.’

Osinga: ‘Evenveel als de verzekeringspremie voor je auto.’

Daemen: ‘Ik heb geen auto, dus ik weet niet hoeveel het is.’

Osinga: ‘1200 tot 1500 euro per jaar.’

Daemen: ‘Dat is toch aardig wat!’

Osinga: ‘Voor veiligheid?’

Deel dit artikel:

Lees ook

Achtergrond
Waarom Nederland naar het kalifaat afgereisde IS-strijders zou moeten terughalen
Nederland moet naar Irak en Syrië vertrokken IS-strijders terughalen en hier berechten, betoogt jurist Ida Asscher. ‘Zij zitten al jaren in erbarmelijke omstandigheden vast en riskeren martelingen en de doodstraf.’
Achtergrond
Zorgen bij Rechten om dalend aantal promovendi
Achtergrond
Marie Lucassen over de filosofie van zwanger zijn: ‘Wat weet Plato nou van een kind baren?’
Achtergrond
Is de internationale orde aan het wankelen? ‘Het recht zal er altijd zijn’
Achtergrond
Feiten over migratie worden genegeerd, zegt Marlou Schrover. ‘Ik blijf tegengas geven’
Download nu de Mare app voor je mobiel!
Downloaden
✕

Draai je telefoon een kwartslag, dan ziet onze site er een stuk beter uit!