‘JONGEREN WEER DE LUL!’
‘’S LANDS GROOTSTE KRUIDENIER GEEFT OM JONGEREN GEEN ZIER!’
Het is maandagochtend 12 oktober 1981 als dertig woedende supermarktmedewerkers het hoofdkantoor van Albert Heijn in Zaandam bezetten en hun spandoeken met boze slogans ophangen. Het bedrijf heeft aangekondigd de lonen voor jongeren te willen aanpassen aan het minimumloon dat net door de regering is verlaagd. Voor scholieren met een bijbaantje in de supermarkt betekent dat een forse inkomensdaling: bijna 130 gulden per maand minder.
Na een gesprek met een directielid vertrekken de bezetters rond 11.00 uur uit het gebouw, maar hun actie eindigt niet. Ze kondigen een landelijke boycot aan en roepen winkelend publiek op om geen boodschappen meer te doen bij Albert Heijn.
De jeugdloonverlaging komt er uiteindelijk toch. ‘Desondanks is het bijzonder om te zien hoe ze in die periode ingrijpende acties weten op te zetten en het thema op de kaart zetten’, vertelt historicus Rosa Kösters. ‘De vakbonden hadden weinig oog voor jongeren als groep, waardoor zij zich genoodzaakt zagen zichzelf te organiseren.’
Kösters onderzocht hoe werknemers bij grote bedrijven als Ahold (Albert Heijn) en Unilever (Unox) een stem vonden. Eind vorige maand promoveerde ze op de geschiedenis van zelforganisatie onder werknemers tussen 1960 en 2020.
‘Ik raakte geïnteresseerd in hoe werknemers zelf reageren op veranderingen’, vertelt de historicus. ‘Er wordt vaak gesproken over globalisering, flexwerk en arbeidsmigratie, maar dan vooral in cijfers en beleid. Ik wilde juist zien wat dat betekent voor mensen op de werkvloer.’
Die verhalen vinden was ‘de allergrootste uitdaging’. Kösters dook in lokale kranten, bedrijfsbladen en de oude jaarverslagen die bewaard werden door gepensioneerden- en oud-medewerkersverenigingen. ‘Ik zocht op zoveel mogelijk plekken naar zoveel mogelijk verschillende typen bronnen. In bijvoorbeeld het personeelskrantje werden mensen geïnterviewd zodat werknemers wisten wat hun collega’s aan de andere kant van Nederland deden. Je ontdekt veel als je tussen de regels door leest.’
Wat haar verraste: ‘Veel ontwikkelingen die als nieuw worden gepresenteerd, blijken al veel langer deel uit te maken van het dagelijks werk in supermarkten en distributiecentra. Zo hebben we het tegenwoordig veel over arbeidsmigratie, maar arbeidsmigranten lopen al heel wat langer rond in verdoosde distributiecentra.’
Orderbriefjes
In 1963 opent Albert Heijn haar eerste eigen distributiecentrum in de Achtersluispolder in Zaandam. ‘Al in die beginperiode is dertig tot veertig procent van de werknemers arbeidsmigrant, voornamelijk uit Turkije en Marokko.’
Het bedrijf ging actief op zoek naar personeel in het buitenland: in 1969 vloog een wervingsteam naar Turkije, waar zestig sollicitanten aan de hand van een orderbriefje de juiste paperclips en potloden in een mandje moesten leggen. ‘Met een soort parcours werd getest of ze snapten hoe zo’n orderbriefje werkte en of ze geschikt waren om als orderpicker te werken.’ Dertig sollicitanten krijgen een contract aangeboden. Een jaar later woonden en werkten zij in Zaandam.
Maar vakbonden toonden nauwelijks interesse in migranten. Zo organiseerde de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) in 1980 een bijeenkomst voor Ahold-medewerkers, maar waren alle spandoeken en pamfletten in het Nederlands. ‘Je ziet ook dat de vakbond honderd broodjes ham bestelt, maar Turkse en Marokkaanse arbeiders eten helemaal geen broodjes ham.’
Toch neemt een aantal arbeidsmigranten dat Nederlands spreekt de leiding in de actie tegen een door de regering aangekondigde loonbevriezing. ‘Daarop gaat de groep om 11 uur ’s avonds bij de poorten van het distributiecentrum staan om de werkers uit de nachtdienst op te wachten en hen over te halen om deel te nemen aan de staking. De volgende ochtend doen ze hetzelfde bij de ochtendshift. Zo groeit de staking van 15 naar 150 mensen in één nacht.
‘De vakbond geeft later toe dat die staking van de grond is gekomen doordat arbeidsmigranten zichzelf en elkaar hebben georganiseerd.’ Tevergeefs, want de bevriezing werd uiteindelijk toch ingevoerd.
Behalve arbeidsmigratie blijkt ook flexwerk ‘een constante’ te zijn, zag de onderzoeker. ‘Nederland wordt vanaf de jaren ‘90 en de jaren ‘00 al gezien als “kampioen flexwerk”, maar in de supermarkten zie je tussen 1963 en 1972 al een omslag: van een meerderheid van de medewerkers in een voltijdscontract, naar een meerderheid met een deeltijdcontract. En dan werkt het grootste deel ook nog minder dan vijftien uur.’
Vooral vrouwen die na hun zwangerschap terugkomen op de arbeidsmarkt, zijn aantrekkelijk. ‘Ze kunnen en willen niet fulltime werken, hebben vaak een man die al fulltime werkt, dus vinden we het in Nederland op dat moment oké om hen minder te betalen. Die vrouwen zijn dus relatief goedkoop en daar zijn ze bij Ahold heel blij mee.’
Vrouwen worden gezien als ‘het gezicht van de winkel’ en wie ‘een beetje knap’ is, krijgt een plek achter de kassa. Als onderdeel van hun opleiding krijgen caissières in de jaren ‘60 tips van een visagist en leren ze hoe ze een prettige sfeer kunnen creëren.
Al vanaf de jaren ‘80 is zeker de helft van het personeel bij Ahold vrouw. ‘Maar als je in de jaren ‘90 kijkt hoeveel vrouwelijke managers er zijn, is dat dertien procent. Je ziet dat deze vrouwen continu promoveren tot hoofdcaissière, maar tot de positie van manager schoppen ze het zelden. De reden hiervoor was dat je als leidinggevende “onmogelijk deeltijd kon werken”. Genderongelijkheid speelde een grote rol in de werkverdeling. Deze vrouwen worden “deeltijdprinsesjes” genoemd, maar deeltijd is ook in belang van de werkgever.’
Kösters hoopt dat haar onderzoek bijdraagt aan een herwaardering voor de vakbonden. ‘Historisch gezien hebben ze een heel belangrijke rol. Dingen die wij als vanzelfsprekend beschouwen, zoals vakantiedagen of een vijfdaagse werkweek, hebben we deels aan vakbonden te danken. Ik denk dat weinig mensen zich dat realiseren.’
Alleen hebben de bonden het vandaag de dag niet makkelijk. ‘Ze zoeken nieuwe leden en verbinding met de achterban. Als ze een toekomst willen, moeten ze meer nadenken over strategieën om zelforganisatie te stimuleren en te steunen. Telkens zie je: als acties en stakingen van bovenaf worden aangekondigd, krijgen ze pas vorm als collega’s elkaar overhalen om mee te doen.’
Ook hier zijn volgens haar lessen te leren uit het verleden, bijvoorbeeld bij de onderhandeling in de jaren ‘70 bij Unox. ‘De ene vakbond informeerde de achterban pas wanneer ze waren uitonderhandeld, de andere hield iedereen de hele tijd op de hoogte van alle ontwikkelingen, deelde verhalen en ervaringen van werknemers. Dat kan heel erg helpen om mensen mee te nemen in wat je doet.’
Rosa Kösters, How to Self-Organise? Insights from Workers at Albert Heijn (Ahold) and Unox (Unilever) in the Netherlands, 1960–2020. Promotie was 26 maart