‘Ik hou niet eens van spelletjes’, zegt emeritus hoogleraar Afrikaanse taalkunde Maarten Mous. Toch kijkt hij elke week Wie is de mol? dat zich dit jaar in Tanzania afspeelt. Samen met universitair hoofddocent Jenneke van der Wal en promovendus Nina van der Vlugt (Universiteit Gent) bespreken ze wekelijks de linguïstieke bijzonderheden op taalblog Stemmen van Afrika.
‘Toen Wie is de mol? een aantal jaar geleden in Zuid-Afrika werd opgenomen, hebben we daar voor het eerst wat over geschreven’, zegt Nina van der Vlugt. ‘Omdat ze dit jaar in Tanzania zijn doen we dat weer. En Maarten is het ook trouw gaan kijken, omdat Jenneke en ik dat doen. Zijn kennis van van Oost-Afrika en Tanzanië helpt heel erg.’
‘Het programma gaat natuurlijk eigenlijk gewoon om al die opdrachten en quizjes’, zegt Mous. ‘Maar het viel me op dat ze in ieder geval jambo (hallo) en asante sana (dank je wel) hebben geleerd. Ik was vooraf wel bang dat het programma alleen maar hotels en de toeristenbubbel zou laten zien, maar je ziet ook wel echt de gewone omgeving. Dat is het Afrika zoals ik het ook zie als ik daar ben.
Jambo Bwana
‘Ze doen moeite om taal te integreren. Er was een opdracht met cocktails, en die hadden namen met Swahili erin. De makers hadden prima iets in het Nederlands of Engels kunnen verzinnen, maar dat doen ze niet, er zit echt wel een culturele grondslag in. Toen ze op Zanzibar aankwamen, hoorde je ook een heel bekend nummer, Jambo Bwana. Dat is echt een nummer dat je daar hoort.’
Ook Van der Vlugt is blij verrast met de hoeveelheid aandacht voor de lokale taal en cultuur. ‘Tot nu toe doen ze dat heel goed en accuraat. Je kunt zien dat de makers er echt met respect mee omgaan en er veel moeite in steken. Er was een opdracht over hoe kleuren worden gebruikt in het Maa, een taal die door de Maasai wordt gesproken. Dat is veel complexer dan hoe wij over kleur praten. Wij zeggen gewoon rood, maar in het Maa kan een woord voor een kleur samengaan met patronen, bijvoorbeeld hoe het hoofd van een koe gevlekt is. Ik denk dat de makers hebben gesproken met iemand die de literatuur daarover goed kent. Of ze hebben het van onze site, want we hebben daar ook over geschreven.’
Met de site willen de taalkundigen mensen kennis laten maken met de culturele rijkdom van Afrika en de meer dan tweeduizend talen die er gesproken worden. Stemmen van Afrika begon ooit als een zijproject van een KNAW-beurs om congressen te organiseren, maar is nu vooral als blog gebleven. Mous: ‘We proberen begrip en belangstelling bij te brengen voor de talen en culturen in Afrika, en schrijven over de taal in Wie is de mol? is een mooie manier om meer mensen te bereiken.’
Veel kijkers van het programma zijn elke week op zoek naar verborgen hints die de identiteit van de mol kunnen onthullen. De taalkundigen hebben in ieder geval nog geen aanwijzingen in het Swahili kunnen ontdekken, maar ze blijven speuren. Van der Vlugt: ‘Er zal vast wel ergens een tekst op een gebouw staan of speelt er muziek op de achtergrond met een hint erin. Ik kan me niet voorstellen dat als ze alle hints laten zien in de laatste aflevering er niks in het Swahili verborgen zat.’