Wetenschap
We bespreken liever de gevaren van klimmen dan van skiën: ‘Dat is sociaal geaccepteerd’
De sociale groep bepaalt in hoge mate wat mensen als risico zien. Socioloog Sara Perlstein onderzocht waarom we sommige gevaren wel bespreken en andere zwijgend accepteren. ‘Ik ben hier de enige die een fietshelm draagt.’
Marciëlle van der Kraan
donderdag 23 april 2026
Fragment uit de film Free Solo (2018) over de klimmer Alex Honnold, die zonder uitrusting de 975 meter hoge bergwand El Capitan beklimt, Yosemite National Park, Californië

‘Ga je echt naar Mexico?’ vraagt promovendus Sara Perlstein aan haar buurman. Het is begin maart 2020. Het coronavirus verspreidt zich weliswaar snel, maar niemand weet dan nog wat er precies te wachten staat. ‘Lijkt dat je nu wel zo slim?’

De buurman haalt zijn schouders op. ‘Het is gewoon een griepje, joh. In Mexico is er sowieso geen corona, dus dat komt echt wel goed.’

Perlstein knikt, maar het gesprek blijft in haar hoofd hangen. Later die dag pakt ze haar telefoon en belt ze haar moeder. ‘We waren het er allebei mee eens dat we niet achter zijn kijk op corona stonden’, vertelt ze. ‘En dat als meer mensen zo zouden denken als mijn buurman, wij misschien wat voorzichtiger zouden moeten zijn.’

Diezelfde periode werkt Perlstein aan haar masterscriptie. ‘De gesprekken die ik met naasten voerde, beïnvloedden sterk hoe ik die pandemie destijds heb ervaren. Ik ontdekte dat er in de risicoperceptie-literatuur wel veel werd geschreven over risicocommunicatie door overheden en medici, maar nog nauwelijks over dagelijkse gesprekken over risico door mensen onderling.’

Dat inzicht vormde het startpunt van haar promotieonderzoek naar zogenoemde risk talk: de alledaagse gesprekken die mensen voeren over risico’s met familie, vrienden en collega’s om te bepalen wat gevaarlijk is en wat niet.

Sociale groep

‘Het viel meteen op hoe weinig die gesprekken gaan om de uitwisseling van informatie maar veel meer om wat de eigen sociale groep ergens van vindt. Ze helpen om te begrijpen en te ontdekken wat normaal is binnen die groep en hoe je je daartoe moet verhouden.’

Uit Perlsteins onderzoek blijkt dat mensen het liefst over risico’s praten met mensen die er verstand van hebben en met mensen met wie ze een hechte band hebben. ‘Daarbij komt familie op de eerste plaats, daarna vrienden en daarna collega’s. Maar mensen spreken ook graag met anderen die een vergelijkbare risicoperceptie hebben en ook met mensen tegen wie ze opkijken. Als informatie-uitwisseling het hoofddoel zou zijn, zouden mensen het liefst alleen praten met deskundigen, maar in de praktijk blijken veel meer factoren mee te spelen.’

Ook de mate waarin een risico sociaal geaccepteerd is, bepaalt in hoeverre mensen gesprekken willen voeren over de voor- en nadelen ervan. Zo zijn mensen eerder bereid de risico’s te bespreken van het eten van een rauw ei dan van sushi. ‘Beide voedselsoorten zijn rauw en van beide kun je ziek worden. Toch bespreken we de risico’s van sushi veel minder, omdat dat sociaal geaccepteerd is.’

‘Mensen spreken liever over de risico’s van klimmen dan die van skiën’

Hetzelfde mechanisme ziet ze bij andere activiteiten. Mensen spreken liever over de risico’s van klimmen dan over de risico’s van skiën. ‘Toch was ik hier nog wel verbaasd over, omdat klimmen de laatste jaren erg populair is geworden. Ik heb de data verzameld in 2024 en 2025, dus misschien ziet dat er over een paar jaar alweer anders uit.’

Alcohol

Doordat de maatschappij steeds kritischer wordt tegenover roken, bespreken mensen de risico’s daarvan eerder dan de gevaren van het drinken van alcohol. ‘Toch zag ik ook daarbinnen nog grote verschillen. Sommige groepen zeiden: “We hebben als collectief afgesproken dat we minder alcohol gaan drinken, want dat hebben we niet nodig om een leuke avond te hebben.” Terwijl andere groepen zeiden: “Wij blijven alcohol drinken, want je moet genieten van het leven. Dan lopen we maar het risico dat we eerder sterven.”’

Perlstein merkt het zelf op (weg naar) haar werk. ‘Ik kom uit Denemarken en daar is het heel gewoon om een fietshelm te dragen. In Nederland is dat bijna gek. De meeste mensen die hierheen verhuizen en in hun thuisland wel een helm droegen, zijn daarmee gestopt. Volgens mij ben ik de enige op kantoor die ‘m nog draagt. Dat komt omdat ik me nog steeds heel sterk onderdeel voel van die Deense groep, dat zijn mijn mensen en dat is deel van mijn identiteit. Daarnaast is het dragen van een fietshelm ook gewoon een goed idee: ik ben een academicus en ik moet mijn hoofd beschermen.’

Volgens Perlstein laat dit goed zien hoe sterk sociale normen ons risicogedrag sturen. ‘Binnen de literatuur is heel vaak het discours dat mensen sommige risico’s niet begrijpen of er niet goed genoeg over geïnformeerd zijn. Maar dat is niet zo. Mensen weten waar hun prioriteiten liggen en maken gewoon niet altijd keuzes die gefocust zijn op maximale veiligheid.

‘Daarnaast hebben we in het dagelijks leven niet altijd de tijd om elk risico uitgebreid te analyseren. Dan kijken we naar wat de mensen om ons heen doen en wat binnen onze groep als verstandig wordt gezien. Dat is waar de sociale constructie van risico plaatsvindt: niet alleen in beleidsstukken of campagnes, maar in keukens, op werkplekken en in gesprekken met familie en vrienden.’

Sara Perlstein, Making Sense of Risk Together. Promotie was woensdag 22 april