Is er sprake van een religieuze comeback onder Gen Z? Wel als je de berichtgeving van het afgelopen jaar mag geloven. Maar of deze generatie (1995-2009) daadwerkelijk geloviger is dan voorgaande valt nog te bezien, zeggen experts die donderdag deelnemen aan ‘Religie, zingeving en generatie Z’, een studiemiddag in het Lipsius voor docenten in het middelbaar onderwijs.
‘Het korte antwoord: we weten het niet’, zegt Paul Vermeer, universitair hoofddocent empirische en praktische religiewetenschap aan de Radboud Universiteit en medeonderzoeker van ‘God in Nederland’, een langlopende studie naar religieuze ontwikkelingen sinds 1966.
Toch zag Vermeer iets opvallends. Waar jongere generaties jarenlang steeds minder religieus werden dan de generatie ervoor lijkt bij Gen Z een kleine verschuiving zichtbaar. ‘Een groter deel van de jongste generatie noemt zichzelf religieus, zegt in God te geloven of noemt zich kerklid vergeleken met de generatie voor hen.’
Die kleine stijging veroorzaakte veel media-aandacht en leidde tot krantenkoppen dat jongeren weer geloviger zouden zijn. Maar volgens Vermeer is die conclusie te kort door de bocht. ‘Wij waren daar in ons onderzoek juist heel voorzichtig in. Op basis van deze cijfers kunnen we niet zeggen dat jongeren religieuzer worden, maar ook niet dat het níét zo is.’
De verschillen zijn klein, slechts enkele procentpunten, en zouden ook nog toeval kunnen zijn. Bovendien laten andere cijfers juist geen religieuze opleving zien. ‘Als het gaat om religieuze praktijken, zoals bidden of het bezoeken van religieuze bijeenkomsten, zien we nog steeds het oude patroon: jongeren doen dat juist iets minder.’
Dat betekent niet per se dat religie geen rol speelt in het leven van Gen Z. Volgens Elpine de Boer, universitair docent psychologie van religie aan de Universiteit Leiden, past ‘een zwart-witbeeld van gelovig versus niet-gelovig steeds minder bij jongeren in een geseculariseerde samenleving’. Ze geeft donderdag een lezing met de veelzeggende titel: ‘Kan het ook iets “ertussen” zijn?’
‘De extremen, heel religieus of juist sterk atheïstisch, zien we eigenlijk het minst’, zegt De Boer. Veel jongeren bewegen zich volgens haar in een grijs gebied: niet verbonden aan een religieuze gemeenschap, maar wel zoekend naar betekenis, rust of spiritualiteit. Dat kan zich uiten in meditatie, belangstelling voor rituelen of het gevoel dat ‘er misschien meer is tussen hemel en aarde’.
Die zoektocht naar zingeving hoeft niet religieus te zijn, benadrukt ze. Ook niet-gelovige jongeren zoeken verbinding en betekenis, bijvoorbeeld via relaties, klimaatactivisme of persoonlijke ontwikkeling. ‘De verschillen tussen religieuze en niet-religieuze mensen worden soms overdreven, zeker als je kijkt naar hun behoeften.’
Fenella Fleischmann, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, wijst daarnaast op een belangrijk onderscheid: religie onder jongeren ziet er niet overal hetzelfde uit. Vooral bij religieuze minderheden, zoals moslims, speelt geloof vaak een andere rol dan bij christenen.
‘Moslim-zijn is voor veel jongeren een belangrijk onderdeel van hun identiteit’, zegt Fleischmann. Tegelijkertijd is die groep allesbehalve homogeen. Sommigen zijn streng praktiserend, anderen nauwelijks, terwijl het geloof toch belangrijk blijft. ‘Er is enorm veel diversiteit. Je kunt op basis van religie niet zomaar aannemen welke opvattingen iemand heeft.’
De conclusie van de onderzoekers: Gen Z lijkt misschien iets ontvankelijker voor religie en zingeving dan de generatie ervoor, maar van een duidelijke religieuze opleving is nog geen sprake.
‘Het pad naar verlichting kent geen vaste regels’
Voor Venkatesh Sarnam (31, master international relations) is hindoeïsme meer een manier van leven dan een religie. ‘Niemand vertelt me welk boek ik moet lezen of hoe vaak ik naar de tempel moet.’
‘De geboorte van mijn tweelingjongens heeft me gesterkt in mijn geloof. Ik woonde in Saudi-Arabië voor mijn studie toen mijn vrouw zwanger bleek te zijn. Bij de scan bleek een van de baby’s zich goed te ontwikkelen, terwijl de andere achterbleef. Ik ben meteen teruggevlogen naar India.
‘De beste dokter van Zuid-India zei alleen: “Bid tot God.” Ik ben toen naar verschillende tempels gegaan en bad tot Amman, de moedergod. Voor een tempel die aan haar is gewijd reisde ik honderden kilometers.
‘Bij de tempel trek je eerst je schoenen uit. Met gesloten ogen en je handpalmen tegen elkaar bid je tot een god. Daarna voer je deeparadhana uit: je steekt een kaars aan, zwaait ermee voor het beeld en tot slot houd je je handen boven de vlam en raak je je gezicht aan, om de warmte van god te voelen.
‘De volgende scan bleken de kinderen even ver ontwikkeld te zijn. Geen enkele dokter kon uitleggen hoe dat kon. Als de wetenschap dit niet kan uitleggen, moet er wel een hogere macht zijn.
‘Het hindoeïsme is een brede en complexe religie, met veel regionale verschillen. Oorspronkelijk kom ik uit het uiterste zuiden van India, waar ik de traditie van Tamil Nadu volg. Die stroming verschilt op bepaalde punten van hoe het hindoeïsme bijvoorbeeld in Noord-India wordt beleefd. Veel mensen kennen hindoes van de stip op het voorhoofd, maar ook dat verschilt per regio. Wij gebruiken heilige witte as en brengen een streep aan op het voorhoofd, als teken van een zegen van god.
‘In het hindoeïsme word je doorgaans als hindoe geboren; bekeren is niet gebruikelijk, al kun je de leefwijze en tradities wel volgen. We zeggen vaak dat het meer een manier van leven is dan een religie. Voor mij gaat het om respect: voor de natuur, voor andere mensen en voor dieren. Wij vereren bijvoorbeeld koeien, bomen en de zon. Dat is ook iets wat ik wil doorgeven aan de volgende generatie.
‘Wat ik fijn vind aan het hindoeïsme is de vrijheid. Niemand vertelt me welk boek ik moet lezen of hoe vaak ik naar de tempel moet. Bidden kent geen vaste regels en ik ervaar geloof vooral als iets innerlijks.
‘Het uiteindelijke doel is verlichting bereiken. We geloven dat de ziel – de Atma – steeds opnieuw geboren wordt in een ander lichaam. In elk leven probeer je je leven te beteren en je fouten uit eerdere levens te herstellen. Uiteindelijk probeer je één te worden met Paramatma, het goddelijke, zodat je niet opnieuw wordt herboren. Je zou het een beetje kunnen vergelijken met naar de hemel gaan.
‘Tegelijkertijd heb ik ook vaak getwijfeld aan mijn geloof, zeker als ik kijk naar wat er in de wereld gebeurt, zoals genocides en oorlog. Dan vraag ik me soms af of er wel zoiets als een god bestaat. Maar uiteindelijk zie ik geen andere optie dan te geloven dat er een kracht is die ons beschermt.’
‘Weinig mensen durven openlijk Joods te zijn’
Elke week geeft Julia van Niekerken (20, China studies) Joodse les aan jonge kinderen in de synagoge in Den Haag. ‘Ik denk dat er iets is, maar geloof niet letterlijk wat er in de Torah staat.’
‘Mijn moeder is zelf Joods geworden. Ze is oorspronkelijk katholiek opgevoed. Maar omdat zij voor mijn geboorte Joods is geworden, ben ik het automatisch ook. Nadat ze als alleenstaande moeder van Israël naar Nederland verhuisde, ben ik niet heel erg opgegroeid met het geloof: geen kosjer eten, feestdagen vieren of naar de synagoge gaan.
‘Pas toen ik op mijn tiende verhuisde naar Den Haag en we ons aansloten bij de gemeenschap hier, ben ik op Joodse les gegaan. Ik leerde meer over het geloof en heb mijn bat-mitswa gedaan. Sindsdien ben ik met het geloof verbonden gebleven.
‘Inmiddels geef ik hier zelf ook les op zondagochtend aan mijn eigen klasje van kinderen tussen de vier en zes jaar. We hebben hier een mini-Torahrol-knuffel, twee knuffels van de tien geboden en we hebben samen de tien plagen geknutseld. Ik vind het heel mooi om tradities te kunnen delen en verbonden te zijn met het geloof. Ik leer zelf ook nog steeds nieuwe dingen.
‘Ik ben aangesloten bij een liberale gemeenschap, dit betekent dat we een minder letterlijke opvatting van de Torah hanteren dan de orthodoxen. Wij hebben ook een van de eerste vrouwelijke rabbijnen van Nederland.
‘Voor mij is het jodendom heel bijzonder. Ik geloof dat er iets is, maar ik geloof niet heel letterlijk wat er staat in de Torah. Ik denk wel dat we er wijze lessen uit kunnen leren. Maar ik zie God niet als een man die bepaalde dingen tegen ons heeft gezegd.
‘Ik ga ook niet naar alle diensten. Elke vrijdagavond is er een korte dienst en zaterdagochtend is er een lange dienst. Alleen op zaterdag wordt er uit de Torah gelezen. Tijdens diensten zingen we veel. Ik kan Hebreeuws wel lezen en spreken, maar ik weet niet wat alles betekent. Dus soms weet ik niet eens wat ik zing. Maar de vertaling staat ernaast in het gebedenboek, dus tijdens het stilgebed probeer ik dat altijd te lezen. Wat ik zo fijn vind, is het gevoel van gemeenschap. Je deelt rituelen en ideeën.
‘Ik vind het in Leiden moeilijk om andere Joden te vinden, want niet heel veel mensen durven openlijk Joods te zijn. Zelf draag ik wel mijn ketting met Davidster, ik durf dat gelukkig. Maar als er Pro-Palestina-demonstraties zijn, doe ik ‘m wel onder mijn shirt, omdat er anders ook dingen als “kankerjood” geroepen kunnen worden.
‘Als er vervelende dingen gebeuren, denk ik dat het ons als Joodse gemeenschap sterker maakt. Bijvoorbeeld met 7 oktober was het fijn dat mijn Joodse vrienden en ik samen konden zijn. Je hoeft elkaar niets uit te leggen, er hoeft geen discussie te zijn.
‘Het is een deprimerende situatie voor iedereen. Op de uni heeft nog nooit iemand naar mijn familie gevraagd die nog in Israël woont. Ik ben het helemaal niet eens met wat Netanyahu doet en ik vind het verschrikkelijk wat er gebeurt met de Palestijnen. Maar er lijkt niet echt begrip te zijn voor beide kanten.
‘Het jodendom is zo’n belangrijk deel van mijn leven geworden. Het vormt mijn dagelijks leven. Mijn identiteit bestaat natuurlijk uit allerlei bouwstenen en het jodendom is wel een heel belangrijke.’
‘Boeddhisme werkt tegen polarisering’
Ander Damiano Delliturri (22, antropologie) heeft meer begrip voor anderen nu hij is bekeerd tot het boeddhisme. ‘Van dag tot dag leven maakt me kalmer.’
‘Drie jaar geleden woonde ik in een studentenhuis en een van mijn huisgenoten was boeddhistisch. We gingen een keer samen mediteren, daarbij herhaalde ze constant de mantra “nam-myoho-renge-kyo”. Toen ik dat zelf probeerde, kreeg ik er hoofdpijn van, dus ik dacht in eerste instantie dat boeddhisme niets voor mij was.
‘Toen ik twee jaar later een nieuwe huisgenoot kreeg, kwam ik er via haar achter dat er veel meer meditatievormen zijn. Ik doe het liefst ademhalingstechnieken.
‘Sinds ik boeddhistisch ben, voel ik me veel meer open. Ik was al best open minded, maar als iemand me nu iets vertelt waarmee ik het oneens ben, luister ik, blijf ik stil en neem ik de tijd om erover na te denken. Ik ga de dialoog aan en probeer anderen te begrijpen. Het gaat meer om het contact dat je met iemand maakt dan het debat. Ik denk dat dat anti-polariserend werkt.
‘Een belangrijk aspect van boeddhisme is dat je in het moment leeft. Ik leef van dag tot dag. Daarnaast ben ik ook gestopt alles te intellectualiseren. Bepaalde emoties laat ik nu gewoon toe in plaats van te overanalyseren waarom ik die gevoelens heb. Uiteindelijk maakt het me kalmer. In deze wereld is het makkelijk om overweldigd te raken van al het slechte. Als je kalmer bent, is het makkelijker om daarmee om te gaan en na te denken: wat kan ik doen om de wereld beter te maken?
‘In sommige takken van het boeddhisme word je aangemoedigd om verbonden te blijven met je wortels. Je hoeft dus niet altijd je religie op te geven als je boeddhistisch wordt. Ik kom uit het zuiden van Italië en mijn familie is katholiek. Mijn vader heeft ideeën die soms heel boeddhistisch klinken. Hij ziet het leven als een wonder en dat is in het boeddhisme ook zo.
‘Mediteren doe ik twee keer per dag. De eerste sessie duurt meestal vijftien tot twintig minuten, de tweede keer duurt een uur. Ik mediteer liever een uur, want dan voel ik me meer gegrond. In mijn kamer heb ik een klein altaar met een beeldje van boeddha en een wierookbrander. Maar het liefst mediteer ik in de buitenlucht.
‘Je moet met je rug en hoofd recht omhoog zitten. De eerste keer dat ik mediteerde voelde het alsof er een kracht mijn hoofd licht liet ronddraaien. Ik zeg niet dat er een entiteit was die dat deed, want ik heb geen idee.
‘Het is niet voor iedereen weggelegd. Niet iedereen wil zich verbonden voelen met z’n lichaam. Een paar jaar geleden wilde ik dat zelf ook absoluut niet, door waar ik toen in mijn leven stond.
‘Als iemand me toen had gezegd dat ik moest mediteren, had ik echt gedacht: fuck off. Nu voel ik me veel comfortabeler in mezelf en wil ik die verbinding juist wel aangaan. Daar ben ik blij mee.’
‘Elke dag is een gift van God om goed te doen’
Nadat hij een tijdje ‘lauw gelovig’ was, gaat Jonathan Verkuil (22, security studies en Midden-Oostenstudies) weer elke zondag naar de Marekerk en deed hij belijdenis. ‘Ik wil aan de buitenwereld laten zien: ik geloof.’
‘Ik heb het geloof echt van huis uit meegekregen. Mijn ouders namen me als kind mee naar de kerk. Ik heb op een christelijke basisschool gezeten, op een reformatorische middelbare school en nu zit ik ook bij een christelijke studentenvereniging, Panoplia.
‘Toch was het enige tijd geen prioriteit meer voor mij. Ik ging studeren, verhuisde naar een nieuwe stad, moest mijn plekje zoeken en toen verwaterde dat deel van mij een beetje.
‘Daarnaast zat ik vanaf de middelbare school met veel twijfels en vragen: in coronatijd, maar ook toen een vriend overleed. Dat was heel moeilijk. Waarom gebeurt dat? Wat wil God daarmee? Komt het überhaupt door God? Of gebeurt het gewoon, terwijl God daar niets mee te maken heeft?
‘Ik heb een jaar in Egypte gestudeerd en daar de lokale kerken gezien. Ik merkte wat voor kracht het geloof daar heeft, dat was heel vet om te ervaren. Toen begon ik te denken: waarom ben ik zo lauw gelovig?
‘Ik heb veel gesprekken gevoerd met medestudenten, die bij Midden-Oosten studies voornamelijk christelijk en islamitisch zijn, over de historische figuur Jezus Christus. Hij heeft echt bestaan, dat is bewezen. Toen dacht ik: als hij hier heeft rondgelopen, waarom nemen we niet serieuzer wat hij en zijn volgelingen hebben gezegd? Ik ging steeds meer over het geloof nadenken en lezen.
‘Dit jaar heb ik de belijdeniscatechisatie gevolgd in de Marekerk. Dat betekent dat je vanaf september elke maandagavond gaat nadenken over allerlei zaken met een groep van twintig mensen tussen de 18 en 25 jaar. Ik kon er met al mijn vragen terecht en dat vond ik heel fijn.
‘Op Palmpasen, de zondag voor Pasen, belijd je je geloof. Je gaat voor in de kerk staan en dan stelt de dominee drie vragen: geloof je in God, geloof je in een bepaalde leer en wil je je inzetten voor de kerk? En dan geef je het ja-woord en word je gezegend met een belijdenistekst. Ik heb het gedaan omdat ik meer wilde leren, maar ook als een soort symbool waarmee ik aan de buitenwereld laat zien: ik geloof.
‘Het geloof geeft mij morele kaders: heb God lief boven alles en je naasten als jezelf. Daarnaast is het deel van mijn identiteit. Elke dag dat ik wakker word, zie ik als een gift van God om weer wat goeds te doen. Ik ben dankbaar voor de dingen die ik heb en het feit dat mijn bed in Nederland staat. Als ik voor het eten bid, uit ik die dankbaarheid aan God.
‘God wilde niet dat mijn vriend stierf, want dat is niet wat God zou willen voor deze wereld. God is honderd procent goed. Het is een stukje gebrokenheid van het kwaad dat in de wereld is, wat ook in ons allemaal zit.’
‘De islam maakt mij een beter mens’
‘Het geloof betekent alles voor mij’, zegt moslim Omar Ghandour (23, political science). ‘Maar ik word er soms moe van dat ik mezelf moet blijven verdedigen.’
‘De islam zegt dat je niet als een schaap je geloof moet volgen, maar dat je daadwerkelijk op zoek moet gaan naar kennis. Als je ouder bent, is het je eigen verantwoordelijkheid om niet alleen een moslim te zijn door de Koran en de Hadith passief te lezen, maar door deze teksten daadwerkelijk kritisch en met reflectie te bestuderen. Dat maakt je sterker in je geloof.
‘Ik weet dat er een schepper is die ons met een doel heeft voortgebracht. Hij is de bron van alles wat we doen. Daarom studeer ik in de eerste plaats voor God en zijn opdracht om kennis te vergaren en een beter mens te worden. Door dit te doen, eer ik tegelijkertijd mijn ouders en maak ik hen trots.
‘Mijn rechtenbachelor in Leiden heeft me veranderd. Ik ben op mijn twaalfde vanuit Egypte naar Nederland verhuisd. Ik zat op middelbare school met allemaal internationale kinderen en had verder geen contact met autochtone Nederlanders. Toen kwam ik in Leiden terecht met bijna alleen maar Hollanders. De gesprekken, de humor en interesses waren totaal anders. Dat was echt een cultuurshock.
‘Het ging vaak over hoeveel ze hadden gezopen dat weekend, maar dat interesseert mij niet. Ik drink geen alcohol en kan me niet inleven in die verhalen. Ik luister liever naar onderwerpen die wat dieper gaan.
‘Soms vallen colleges samen met gebedsmomenten. Maar dan ga ik even naar de wc en bid ik vijf minuten. Niemand die je mist. Er zijn vijf gebeden op een dag. Het ochtendgebed begint bij de eerste schemering, je moet het voor zonsopkomst gedaan hebben. De exacte tijden veranderen met de seizoenen. Nu is het tussen half vijf en half zeven.
‘Voor het gebed verricht ik de wassing: eerst reinig ik indien nodig mijn geslachtsdeel, en daarna was ik mijn handen, gezicht, armen, oren, wrijf ik over mijn haar en was ik mijn voeten. Als je naar de wc bent geweest, een scheet hebt gelaten, of flink hebt gebloed, moet je de wassing opnieuw verrichten.
‘Als de plek schoon is, mag je overal bidden. Er is een stilteruimte in het Wijnhavengebouw waar moslims regelmatig bidden, daarom noemen we het inmiddels onderling een gebedsruimte. Er is ook een christelijke jongen die vaak komt bidden en dan praten we even met elkaar.
‘Er zijn heel veel misvattingen over het geloof. Laatst zei een dame tegen me: “Volgens de islam moet je niet-gelovige mensen doden.” Ik hoor ook vaak dat vrouwen die hun hoofd niet bedekken, geen moslim meer zijn. Ik probeer altijd het gesprek aan te gaan: hoe kom je daarbij? Vervolgens leg ik uit dat die ideeën niet waar zijn. Zijn er mensen die verkeerde dingen doen en zich daarbij beroepen op de islam? Honderd procent. Maar dat is een radicale minderheid. De meerderheid van de moslims keurt hun daden af. Ik word er soms wel moe van dat ik mezelf moet blijven verdedigen.
‘Het geloof betekent alles voor mij. Het is mijn identiteit. Het bepaalt hoe ik wakker word, hoe mijn dag eruitziet, hoe ik me kleed, de volgorde waarop ik mijn schoenen uit- en aandoe, hoe ik met mensen praat, mijn motivatie om te blijven studeren, dat ik betrokken wil zijn.’
Religie, zingeving en generatie Z, Studiemiddag, Lipsius (1.48), donderdag 28 mei 12:30 – 18:00 uur