Achtergrond
Romeinse cold case: wie martelde en vermoordde deze soldaat?
In de eerste eeuw na Christus werd een Romeinse militair in de buurt van het huidige Velsen vermoord en in een waterput gedumpt. Leidse archeologen reconstrueerden de moord en gingen op zoek naar de daders. ‘Het was echt een CSI-moment. Potjandosie, I love that.’
Vincent Bongers
donderdag 5 november 2026
Ilustratie Fred Marschall

Een team van amateur-archeologen deed in 1977 onderzoek op een locatie waar in de eerste eeuw na Christus het Romeinse fort Velsen stond. Al gravend in een waterput stuitten ze op iets opvallends. Het was rond en wit… een schedel. Uit de modder in de nauwe put kwam daarna het ene na het andere bot tevoorschijn.

Het bleek te gaan om de resten van een Romeinse militair. In de schedel zat een scheur, de kans was groot dat de soldaat door geweld om het leven was gekomen. Wie had de lange legionair, waarschijnlijk rond de 1,90 meter, om zeep geholpen en daarna in de put gedumpt?

Bijna vijftig jaar na de vondst, poogt een cold case-team van Leidse archeologen en studenten de daders aan te wijzen. In het boek Victims of Violence samengesteld door universitair docent Mark Driessen (63) en gepensioneerde collega Carol van Driel-Murray (76) staan zes scenario’s over wat er met het onfortuinlijke slachtoffer kan zijn gebeurd.

‘Het is een heel bijzondere vondst’, vertelt Van Driel-Murray. ‘We hebben relatief weinig menselijke resten uit die tijd en dit is zelfs een vrijwel compleet skelet.’

vreemde zaken

‘In de put lagen nog meer goodies’, vult Driessen aan. ‘Onder andere een in tweeën gebroken dolk, een soldatenlaars en een zegelring. Het was waarschijnlijk geen hoge militair, want de ring is van ijzer met glas. Bij een hoge rang ligt een ring van zilver of goud meer voor de hand. Het was een lage officier of een gewone soldaat.’

Van Driel-Murray: ‘De zaak speelt zich af tijdens de eerste Romeinse overheersing van ons land. Het is  zelfs het eerste moment in onze geschiedenis dat is beschreven. De Romeinse politicus en historicus Tacitus tekende namelijk in zijn Annales de Friese opstand tegen de Romeinen in 28 na Christus op.

‘Het is een spannend verhaal over hoe de Friezen de legionairs terugdringen. Dat spreekt tot de verbeelding en er ontstaat haast automatisch een koppeling met de gedode Romein: deze man kunnen we in dat verhaal plaatsen.’

Maar klopt die aanname wel? Dat is twijfelachtig, stellen de archeologen. ‘We zijn met 3D imaging- en andere forensische technologie gaan kijken naar het skelet en zagen allerlei vreemde zaken’, zegt Van Driel-Murray.

Driessen: ‘In het uitvergrote beeld zag je heel duidelijk gekke perforaties aan de voor en de achterkant van het bekken. De Romein was met een puntig wapen gestoken. De verwondingen passen bij steken van een Romeinse dolk.’

scherpe snee

Driessen staat op en maakt steekbewegingen. ‘Ze hebben hem een heleboel keer in zijn billen en aan de voorkant van zijn heupen gestoken, terwijl hij waarschijnlijk nog leefde. Het wapen kwam in een gekke hoek van boven het lichaam binnen. Hij moet voorover hebben gehangen toen het gebeurde: een vernederende situatie. Dit was een marteling. De steken moeten veel pijn hebben gedaan, maar ze waren niet dodelijk.’

Van Driel-Murray: ‘Deze ontdekking maakt het minder waarschijnlijk dat Friezen hem tijdens de slag hebben vermoord. Je neemt niet de tijd om iemand uitgebreid te martelen als de speren langs je hoofd vliegen.’

Driessen: ‘De wonden kunnen trouwens zijn aangebracht met zijn eigen dolk die is gevonden bij het lichaam. Het handvat is van het mes afgebroken. Eén wond is zo diep dat die breuk bij het terugtrekken van het wapen kan zijn ontstaan.’

Een fatale wond vonden de onderzoekers ook. ‘Aan de binnenkant van zijn ribbenkast zagen we ook een scherpe snee. Mogelijk is zijn buik opengesneden, dan lopen de darmen eruit en is het einde oefening.’

Reconstructie door Maja d’Hollosy

Dan de zes scenario’s. ‘We betwijfelen dus sterk dat Friezen hem tijdens het gevecht doodden, al is het nog steeds een mogelijkheid’, zegt Driessen. ‘De lokale gemeenschap kan hem ook na de slag hebben afgemaakt, als een wraakactie. Hij kan natuurlijk zijn vermoord zonder dat daar echt een reden voor te vinden is. Dat is de meest vage variant, maar die optie moet er wel bij.

‘We hebben in een scenario de bron Tacitus helemaal losgelaten en alleen gekeken naar de depositie. Deze man kan om een bepaalde reden op een bijzondere manier zijn begraven of zijn geofferd.

‘Er zijn ook andere varianten die dichter bij Tacitus blijven. Hij schrijft dat er na de slag deserteurs waren uit het Romeinse leger, en dat triggerde mij. Ik heb in dienst gezeten, en kreeg de eerste ochtend meteen te horen: “Je was Nederlands staatsburger, nu ben je soldaat en val je onder een ander rechtssysteem.” In de Romeinse krijgstucht stond de doodstraf op desertie. Als je collaboreerde met de vijand werd je ook te grazen genomen. Je brothers in arms deelden de straf publiekelijk uit.

vliegenpoppen

‘Uit de putresten zijn vliegenpoppen bewaard gebleven. Het was echt een CSI-moment toen de studenten die uit de monsters haalden. Na twee millennia en een opgraving waren ze nog te onderzoeken. Potjandosie, I love that. Er wordt wel eens denigrerend gedaan over amateurarcheologen, maar die hebben die insectenresten wel mooi veiliggesteld.

‘De vliegenpoppen wijzen erop dat de man tussen de acht en achttien dagen op het veld heeft gelegen als waarschuwing, voordat hij in de put is geworpen. De vele messteken passen ook wel bij de lezing dat hij door zijn eigen leger is vermoord vanwege desertie of collaboratie.’

Van Driel-Murray: ‘Ik begin ook steeds meer naar deze variant te neigen, het is een overtuigend verhaal. Maar er zijn nog andere mogelijkheden. Mijn vader was een D-Day-veteraan. Toen ik hem dit verhaal in 1977 vertelde, zei hij meteen: “Oh, dit was een impopulaire lage officier die door zijn eigen soldaten is vermoord.” Als je in Normandië zo iemand wilde laten verdwijnen, dan was daar voldoende gelegenheid voor: allerlei beerputten en kuilen.’

Maffiabaas

Driessen: ‘Het was een chaotische tijd net na zo’n slag met de Friezen, een soort sine regno dat ruimte bood voor dit soort moordpartijen.’

Van Driel-Murray: ‘De Romein kan een bully zijn geweest waar de soldaten mee hebben afgerekend. Als je de gezichtsreconstructie in het boek bekijkt, was het een beetje het type maffiabaas, haha.’

Driessen: ‘Het boek is een handreiking aan andere archeologen: met nieuwe technologie kun je weer verder komen en nieuwe inzichten krijgen. Maar we willen ook de connectie met de maatschappij maken. Daarom noemen we het ook een cold case. Mensen vinden het oplossen van een gruwelijke moordzaak natuurlijk buitengewoon fascinerend. Ik sprak erover met een basisschooldocent, die zei meteen: “Wil je dit aan groep zeven en acht presenteren, de kinderen vinden dit natuurlijk fantastisch.”’

Mark Driessen en Carol van Driel-Murray (red.), Victims of Violence from the Early Roman Fort Velsen I (Netherlands), Scenarios for a cold case review, Analecta Praehistorica Leidensia 56. SidestonePress, 200 pgs, € 95 (hardback), € 45 (paperback) € 15 (ebook). Gratis te lezen op site van de uitgever