Columns & opinie
Mijn LU-kaart was kwijt en dat was de schuld van klopgeest Constantijn
Ik ging naar huis met het gevoel dat ik een stuk van mijn ziel of op zijn minst van mijn professionele identiteit verloren was.
Lieke Smits
donderdag 15 oktober 2026

We leven in een tijd van complexe uitdagingen die om interdisciplinaire benaderingen vragen. Zelf zit ik ook met zo’n kwestie.

Jaren geleden, ten tijde van mijn vorige tijdelijke aanstelling in Leiden, kwamen na een paar maanden lockdown de muren van mijn woonkamer op me af en mocht ik eens per week in de grote flexwerkruimte op de zolderverdieping van het Arsenaal zitten. De uitgestorven ruimte had al iets unheimisch, en dan waren er ook nog de vreemde, ratelende geluiden.

Een klopgeest, leek me de voor de hand liggende verklaring. Waarschijnlijk een lid van een van de schutterijen die hier vier eeuwen lang hun oefenterrein hadden. Laten we hem Constantijn noemen. Hij klungelt nog steeds met wapens, wat dus voor die herrie zorgt.

Laatst zat ik met een collega in een vergaderzaaltje op diezelfde zolderverdieping en werden we weer opgeschrikt door plotselinge geluiden. ‘Een goedaardige klopgeest’, stelde ik haar gerust. Constantijn had me immers nooit meer dan geluidsoverlast bezorgd. Waar ik geen rekening mee hield, is dat het bijna Leidens Ontzet was en die periode hem waarschijnlijk onrustig maakt.

Toen ik aan het eind van die dag mijn kantoor op slot wilde draaien, was mijn LU-kaart nergens te bekennen. Ik moest hem ergens in het gebouw verloren zijn en doorzocht alle gangen en ruimtes waar ik geweest was, informeerde bij secretariaten en recepties. 
De kaart was nergens. Ik begreep er niets van.

Constantijn?

Vertwijfeld ging ik naar huis, met het gevoel dat ik een stuk van mijn ziel of op zijn minst van mijn professionele identiteit verloren was.

De week erna moest ik een nieuwe LU-kaart aanvragen om mijn kantoor binnen te komen. Iedereen die ik sprak wist me te vertellen dat dat 15 euro kost. Ook de collega bij de balie begon te waarschuwen dat ik zou moeten betalen, totdat ze in het systeem keek en verbaasd vroeg of dit pas de eerste keer was dat ik mijn kaart was kwijtgeraakt. Het eerste verlies blijkt kosteloos. Veel mensen komen ieder semester een nieuwe pas halen, vertrouwde ze me toe.

‘Na twee jaar postdoc ben ik ook een soort spook met meer verleden dan toekomst’

Ik bedacht me dat ik op de helft van mijn tijdelijke aanstelling zit. Als ik in dit tempo doorga, red ik het precies met mijn gratis tweede pas.
Omdat ik net 15 euro had bespaard haalde ik koffie in het Literair Café. Eenmaal in mijn kantoor viel mijn blik op iets wat midden op mijn bureau lag.

Mijn oude LU-kaart.

Constantijn moet hem hebben teruggebracht. Als hij dit leest, wil ik hem met klem verzoeken de kaart de volgende keer bij de receptie af te geven.

Ik legde de twee kaarten naast elkaar. Nu pas viel me op hoezeer mijn oude foto was vervaagd, alsof ik na twee jaar postdoc zelf een spook was geworden. Plotseling identificeerde ik me met Constantijn. Ook ik blijf terugkeren naar deze plek, waar inmiddels meer van mijn verleden dan van mijn toekomst ligt.

Gelukkig heb ik nu een nieuwe foto met scherpomlijnd gelaat, waarmee mijn ziel, of op zijn minst mijn professionele identiteit, ook weer even verfrist voelt. Dit keer heb ik er zelfs een beschermhoesje bij gekregen – iets wat ik voor mijn ziel soms ook wel zou willen hebben.

De oude kaart borg ik op in mijn bureaula.

Waarom komen er zulke hersenschimmen in mij op? En waarom voel ik me zelf een geest? Ben ik verstrikt in een doolhof van verbeelding of sta ik nog in verbinding met de werkelijkheid? Hier heb ik dus een interdisciplinair team voor nodig. Ik denk aan een filosoof, een socioloog, een kwantumfysicus en bovenal een psycholoog.

Bij gebrek aan zo’n team van ghost myth busters moet ik het met mijn eigen vakgebied doen. Ik vind een schilderij van een vaandeldrager uit de Leidse schutterij en lees dat dat altijd ongetrouwde mannen waren die modieus gekleed gingen. Is Constantijn misschien een vrijgezelle vaandeldrager op zoek naar een spookbruid?

Nee, stop. Mijn verbeelding heeft geen extra voeding nodig.

In plaats van de geschiedenis duik ik in de theorie. In de hauntology wordt het spook gezien als figuur die aanwezig nog afwezig is, dood noch levend, die ons gevoel van tijd en plaats destabiliseert en erop wijst dat de realiteit niet zo solide is als die zich voordoet.

Daar kan ik als postdoc wel wat mee.

 

Lieke Smits is postdoctoraal onderzoeker bij het Leiden University Centre for the Arts in Society