Columns & opinie
Niemand weet waar de boei in onze kelder vandaan komt
We besloten de bierkratjes uit onze tuin op te ruimen. Na de vierde rit werden we omhelst door de medewerker van het zelfscanplein.
Giselle Maria Timmers
donderdag 10 september 2026

Ik had net mijn eerste college en we bespraken het korte verhaal ‘The Garden Party’ van Katherine Mansfield, uit 1922. Een rijke familie maakt de tuin klaar voor al hun vrienden. Er komt een feesttent, een band, en overal staan bloemen. De kok maakt honderden soesjes en de dochters kiezen hun mooiste hoeden uit.

In de fictieve tuin ligt een vijver en een tennisbaan. Zelf heb ik geen vijver of tennisbaan, maar dat mijn studentenhuis een achtertuin heeft voelt als een grote luxe.

Voor de zomer besloten ook mijn huisgenoten en ik de tuin klaar te maken voor al onze vrienden. We zetten de kapotte fietsen en gescheurde plastic tuinstoelen bij het grofvuil, verwijderden jaren aan onkruid, klimop en herfstblaadjes en begonnen aan de enorme hoeveelheid lege bierkratten: een stapel bij de achterdeur, twee stapels in het fietsenhok, op de borders en nog meer verstopt onder de veranda. 

De huisgenoten die de kratten ooit kochten, waren allemaal allang weg, maar de achterblijfselen van hun feesten zaten die van ons in de weg.

We laadden de kratten in een boodschappen­wagentje: een op het rekje bij je voeten, een stapel van drie en een stapel van twee in de kar. Zes kratten waren net niet te zwaar of instabiel om mee naar de supermarkt te rijden. 

Vanaf de tweede rit werden we herkend door een medewerker bij het zelfscanplein. Bij de derde rit lachte ze ons tegemoet en vroeg hoe we aan zoveel bierkratjes kwamen. Na de vierde rit omhelsde ze ons om te vieren dat we 85 euro aan statiegeld hadden opgehaald. Zij was onder de indruk, wij waren uitgeput.

‘Op de wc hangt een bonnetje voor 40 biertjes en een tosti van een café dat al vijftien jaar dicht is’

Op mijn wc hangen stickers voor feesten uit 2002 en 2003, een krantenknipsel uit 2001 en een bonnetje voor 40 biertjes en een tosti van een café dat al meer dan vijftien jaar dicht is. 

In de kelder liggen oude banken, opblaasbedden, fotoalbums, een konijnenhok, een kapotte spiegel en een groene boei. De boei is anderhalve meter lang. Hij is van boven bol en heeft een spitse kant met een ijzeren schakelketting eraan.

Niemand weet waar die vandaan komt: de boei was er altijd al. Het lukt mij niet om het zware ding te verplaatsen, dus hoe die hier heeft kunnen belanden is een raadsel. Tijdens feestjes nemen we gasten soms mee om onze boei te bekijken. Daar zijn ze altijd van onder de indruk.

De mensen die hier hebben gewoond, hebben hun sporen achtergelaten. Ik volg die sporen, wis ze soms uit, of leg er iets naast. Op het toilet hangen nog meer stickers en in de tuin is ruimte voor feestjes. 

Oude verhalen vormen een basis voor nieuwe. Wil ik de literatuur van nu begrijpen, dan heb ik ook het verhaal uit 1922 nodig. Wil ik in dit huis van nu wonen, dan ontkom ik niet aan bierkratjes uit 2022.

Giselle Maria Timmers studeert literatuur­wetenschap