Columns & opinie
Waarom iedereen wel wat middeleeuwse mentale flexibiliteit kan gebruiken
Het academische jaar biedt een vertrouwd ritme, een klein beetje houvast in het desoriënterende lineaire tijdsverloop waarin studenten steeds jonger worden
Lieke Smits
donderdag 3 september 2026

Keert weder naer school!

Eindelijk zijn de Middeleeuwen doorgedrongen tot het hart van de Nederlandse mainstreamcultuur: de back-to-schoolcampagne van de Hema. Ik zit al weken in spanning te wachten tot de landelijke media mij bellen om dit fenomeen te duiden, maar dat valt nog even tegen.
Gelukkig heb ik een column.

In het woord ‘wederkeren’ zit precies besloten wat de Middeleeuwen zo goed bij de start van een nieuw leerjaar doet passen: een cyclische tijdsbeleving. Die kennen we nu nog in de vorm van seizoensgebonden producten zoals schoolagenda’s en kruidnoten in augustus en pumpkin spiced lattes in het najaar. In de middeleeuwse cultuur was de jaarcyclus nog veel fundamenteler, met agrarische en liturgische kalenders die het dagelijks leven bepaalden.

Inmiddels keer ik al zo’n dertig jaar lang iedere september weder naer school. Het academische jaar biedt een vertrouwd ritme, een klein beetje houvast in het desoriënterende lineaire tijdsverloop waarin studenten steeds jonger worden en AI steeds meer water opslurpt en cognitieve capaciteiten oppeuzelt.

Zoals de middeleeuwer al wist, moet je zo’n cyclische tijdsbeleving wel combineren met een lineair tijdsbesef. Anders kun je al snel het gevoel krijgen dat je vastzit in de tijd, in een tot cynisme stemmend groundhog-academisch jaar.

Weer vergaderingen, weer die recensie van dat dikke Duitse boek op mijn to-do-lijst omdat ik die blijkbaar nog steeds niet af heb, weer hetzelfde academische systeem dat soms voelt als een hindernisparcours dat tussen onderzoekers en hun onderzoek in staat.

Sta daarom bij dit wederkeren ook even stil bij wat er dit jaar anders is, liefst in positieve zin. Er zijn nieuwe studenten die alles met nieuwe ogen bekijken, mijn vakgebied is ineens populair genoeg om jongeren aan te zetten tot het kopen van schrijfgerei en er zijn weer nieuwe pogingen mogelijk om met frisse septembermoed iets aan dat academische systeem te verbeteren.

‘We menen dat we altijd productief moeten zijn en vullen de lege tijd met onze telefoon’

Ik keer toch nog even weder naar de Middeleeuwen. Die kenden naast verschillende tijdsbelevingen ook een fundamenteel verschil tussen tijd en niet-tijd: de eeuwigheid. Tijd was dus relatief. De grens tussen tijd en eeuwigheid was poreus; je kon bijvoorbeeld door in contemplatie te verzinken contact maken met die eeuwigheid.

Volgens sommige hedendaagse denkers kunnen we de problemen van onze huidige tijd oplossen door weder te keren naar die middeleeuwse vaardigheid van contemplatie. We menen tegenwoordig dat we altijd productief moeten zijn en we vullen de lege tijd met onze telefoon. In plaats daarvan zouden we meer ruimte moeten maken voor reflectie op de betekenis van wat we doen en voor vrije verbeelding waar uiteindelijk de waardevolle ideeën uit voortkomen die onze cultuur ten goede kunnen vormen.

Ik vrees dat dit een iets te rooskleurig beeld van het verleden is. Middeleeuwse kloosterlingen klaagden al over de vele zaken die van de contemplatie afleidden, zoals administratieve taken, demonen en gedachten aan eten en seks. En als middeleeuwers hun cultuur altijd ten goede hadden weten te vormen, hadden we nu in een paradijs geleefd.

Waar ze denk ik wel beter in waren dan wij, is verschillende tijdsbelevingen, zelfs tijd en niet-tijd, naast elkaar laten bestaan en ertussen schakelen. Ze hadden op dat gebied een grote mentale flexibiliteit (iets wat wellicht niet iedereen met de Middeleeuwen associeert). 
Dat wens ik dan ook iedereen die dit jaar voor het eerst of voor de dertigste keer naar de universiteit komt toe: een gezonde portie middeleeuwse mentale flexibiliteit.

De universiteit is de plek bij uitstek waar je je iedere september kunt realiseren dat je afgelopen jaar weer allerlei nieuwe manieren van denken hebt kunnen uitproberen, of die nu uit boeken, van docenten, van studenten of van collega’s komen. Een plek die altijd iets nieuws te bieden heeft, is een plek waar je met gerust hart naar kunt blijven wederkeren.

 

Lieke Smits is postdoctoraal onderzoeker bij het Leiden University Centre for the Arts in Society