‘Ik val altijd in slaap als ik naar de Derde Wereldoorlog kijk.’
Dat is één van de zinnetjes die cartoonist Kamagurka, het pseudoniem van Luc Zeebroek (70), die ochtend heeft bedacht en opgeschreven. De Vlaamse absurdist staat sinds kort in het theater. Met zijn nieuwe voorstelling Op zekere dag, een combinatie van theater met tekeningen, treedt hij op in Leiden en Den Haag.
‘Ik heb dat vaak’, verklaart Kamagurka aan de telefoon. ‘Dan zit ik naar de beelden te kijken op het journaal, vreselijke toestanden, en altijd val ik dan in slaap. Dat is toch raar?’
Dagelijks tekent hij een cartoon voor NRC. In zijn tuin in West-Vlaanderen zit hij op ideeën te broeden. Het tweede zinnetje dat hij heeft opgeschreven luidt: ‘Zonder geheugen kun je het hier wel vergeten.’
Hoe komt u op zulke ideeën?
‘Gewoon relaxen en de dingetjes opschrijven die in mijn hoofd naar boven komen. Dan maak ik daar tekeningetjes bij en doe ik er iets mee waardoor het toch grappig of interessant wordt. Ik heb niet het gevoel dat ik krampachtig zit te brainstormen. Ik laat het gewoon waaien.’
U bent een snelle tekenaar. Hoe is dat zo gekomen?
‘Dat hoort bij cartoons voor de krant. Dat moet snel gaan en direct zijn. Daar mag geen enkel detail in staan. Het moet heel elementair en een beetje primitief zijn.’
Hoe heeft u die stijl ontwikkeld?
‘Door veel te tekenen. Het is net zoals hoe een handschrift ontstaat. Mijn tekenstijl is ook een soort handschrift, maar dan met figuurtjes. Doordat veel mensen alleen nog maar op hun telefoon of laptop tokkelen, creëren ze geen eigen stijl meer. Het wordt dan iets wat iedereen kan. Wat je schrijft wordt ook bepaald door hoe je schrijft.’
Wat wilt u bereiken als maker?
‘Mijn doel is de tekening op zich. Het tweede doel is dat de tekening gepubliceerd en tentoongesteld wordt. Daarna is het aan de mensen om ermee te doen wat ze willen.
‘Maar ik hoef niemand te overtuigen. Het liefst laat ik ze gewoon lachen of even stilstaan en nadenken waar dat beeld over gaat. Dat kan met alles: als je een tekening van een drol maakt en je zet dat in de krant, dan zullen mensen denken: waarom staat die drol in de krant?’
‘Ik zie mijn tekeningen ook als een soort van vrijheid die gevierd wordt. Ik kan mij voorstellen dat ze in Rusland nergens zullen verschijnen. In Amerika zijn er ook al veel cartoonisten die moesten stoppen. Op dat vlak is het dus belangrijk om te tekenen voor kranten.’
Is er nooit een tekening van u geweigerd?
‘Ik krijg soms een opmerking, maar vaak gaat het dan om een formulering die niet duidelijk is. Maar weigeren heb ik nooit meegemaakt. Het is heel makkelijk om tekeningen te maken die geweigerd worden. Maar wat heb je daaraan? Dan kun je beter voor een andere krant werken of niet publiceren.
‘Het is ook een van mijn bedoelingen om tekeningen te maken die niet altijd door iedereen geapprecieerd worden. Omdat je uit confrontatie tot meer ideeën kunt komen. Als je met humor bezig bent of kunst in het algemeen, dan strijk je mensen ook tegen de haren in. Kunst is daarvoor uitgevonden.
‘Maar wat gebeurt er dan vaak? Diegene die er eerst door werd gechoqueerd, apprecieert het later wel. In de laatste instantie begint ie de ideeën te imiteren. Dan wordt het, hoe moeilijk het ook kan zijn, een succes.
‘Als humorist word ik echter vaak aangesproken dat een grap over de grens is: dit kun je niet maken. Mijn reactie daarop is: die ernst kun je niet maken. Jouw ernst komt over mijn grens.’
De ernst neemt toe door alle oorlogen, conflicten en rampen op de wereld. Hoe gaat u daarmee om?
‘Het is niet makkelijk. Ik heb al veel trieste toestanden meegemaakt in mijn leven, onder andere de aanslagen op Charlie Hebdo, een blad waar ik jaren voor heb gewerkt. Dat zijn natuurlijk hele harde noten om te kraken.
‘Het zijn krampachtige tijden. Elke dag is er slecht nieuws. Misschien kan ik iets bedenken waardoor ik mensen een vorm van courage geef om door de zure appel heen te bijten. Met kunst kun je moed geven om door te zetten in moeilijke tijden. Maar het is niet bepaald een heldendaad. Je geeft een beetje zuurstof aan de mensen.’
In de nieuwe voorstelling combineert u tekenen met theater. Hoe precies?
‘Ik heb het nog nooit gedaan dus ik weet het ook niet goed. Het is iets dat ik altijd al heb willen uitwerken. Nu dacht ik: ik ga springen en dan proberen te zwemmen. De bedoeling is dat het publiek vragen stelt, maar in plaats van te antwoorden met mijn mond, ga ik een grote tekening maken. Ik heb een vel van tien meter papier en met borstels schilder ik dan mijn antwoord.
‘Ik heb veel materiaal geschreven dat ik speel, maar ik kan mij ook plotseling omkeren en beginnen te tekenen. De tekeningen zullen altijd anders zijn. Het gaat mij om de spanning en concentratie in de zaal. Als ik het goed doe, moet ik een enorme verbinding met het publiek hebben. De omgeving moet verdwijnen.
‘Op die manier creëer ik een spontaniteit die ik anders niet kan vinden. Wat chaos kan veroorzaken zijn de vragen en opmerkingen vanuit het publiek. Als ik daar op inga en sta te twijfelen, dan is dat ook écht. Dat acteer ik niet. Echtheid creëren op het podium is belangrijk. Je hebt ook van die stand-upcomedians die altijd dezelfde antwoorden geven. Bij mij zal dat heel anders zijn. Dat vind ik wel: dat je iets échts moet maken.’
Kamagurka, Op zekere dag. Café Caat, Leiden, woensdag 30 september, € 17,50. PePijn, Den Haag, dinsdag 8 november (uitverkocht)