‘I’m disappointed that I kept a secret about the queer animal Queendom.’
Charles Darwin heeft iets op te biechten. Geprojecteerd op de muur van Wereldmuseum Leiden vertelt de Britse natuuronderzoeker dat hij kennis heeft achtergehouden over een kant van het dierenrijk die niet zo netjes paste binnen de Victoriaanse ideeën over wat mannelijk en vrouwelijk is.
Na zijn biecht schiet een dragqueen in zijn droom te hulp. Ze tovert hem, grijze baard en al, om tot dragqueen van de zee. ‘Then you’ll have the confidence to talk about anything you like’, verzekert ze hem.
In de opstelling van Darwin in Paradise Camp liggen de bewijzen uitgestald: vissen die in de loop van hun leven van geslacht veranderen, zeepaardmannetjes die zwanger kunnen worden en murenen met zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen.
Dat Darwin ruim anderhalve eeuw na zijn dood alsnog uit de kast komt als dragqueen, is het werk van de Samoaans-Japanse kunstenaar Yuki Kihara. In haar tentoonstelling kijkt zij met een queer en Pacifische blik naar de evolutietheorie en naar de westerse ideeën over gender en seksualiteit.
vier genders
‘Ze bekritiseert twee pijlers van westerse kennis’, zegt Erna Lilje, conservator bij Wereldmuseum Leiden. ‘Aan de ene kant de wetenschap, met Darwin, en aan de andere kant de kunst, met Paul Gauguin.’
In een drieluik uit 2017 ligt Kihara zelf drie keer languit op een divan. Ze bootst daarmee negentiende-eeuwse studiofoto’s na, waarin Europese fotografen Samoanen gedeeltelijk ontkleed lieten poseren tussen exotische rekwisieten en tropische decors. Op alle drie de zwart-witfoto’s zijn haar borsten ontbloot. Eerst is haar onderlichaam nog bedekt, daarna ligt ze volledig naakt zonder dat haar geslachtsdeel te zien is. Pas op de derde foto wordt haar penis zichtbaar.
Het drieluik heet Fa’afafine: In the Manner of a Woman. ‘In de Samoaanse cultuur zijn vier genders’, legt Lilje uit. ‘Yuki is zelf fa’afafine. Dat betekent dat je geboren bent in het lichaam van een man, maar op een vrouwelijke manier leeft. Maar het is echt een eigen gender, met een eigen rol in de samenleving: die van verzorger en beschermer.’
koloniaal effect
Fa’afatama is de tegenhanger daarvan: geboren met het lichaam van een vrouw, maar levend op een mannelijke manier. Ook in een Samoaans scheppingsverhaal zijn man en vrouw geen vaststaande categorieën. ‘Aan het begin zijn er twee mannen op aarde. Als een van hen sterft, gaat de ander naar de hemel en zegt dat hij zijn vriend mist. Daarop wordt die opnieuw geschapen als vrouw en teruggestuurd. Er zit dus al queerness in het oorspronkelijke verhaal.’
De positie van van fa’afafine en fa’afatama kwam onder druk te staan in de negentiende eeuw, toen het christendom voet aan de grond kreeg op Samoa. Inmiddels is het land sterk christelijk en conservatief. ‘Er is nu discriminatie die er vóór het kolonialisme niet was. Ook de afwijzing van homoseksualiteit is een koloniaal effect.’
De kunstenaar zegt die tegenstelling desgevraagd uit haar eigen jeugd te herkennen: ‘Ik voelde me gezien doordat fa’afafine werden gevierd als een erkend derde gender. Maar ik ervoer ook momenten van onzekerheid wanneer westerse of koloniale verhalen die plek probeerden uit te wissen of te ondermijnen.’
Die kloof inspireerde haar tot Darwin in Paradise Camp, zegt Kihara. ‘Inheemse verhalen over wat we tegenwoordig als queer beschouwen waren inclusief, terwijl koloniale verhalen degenen die niet voldeden aan binaire normen van gender en seksualiteit demoniseerden. Dat gaf me het gevoel dat ik deze verhalen moest vertellen.’
Paul Gauguin is bij uitstek een voorbeeld van die koloniale blik. De Franse schilder vertrok aan het einde van de negentiende eeuw naar Tahiti en schilderde daar een geïdealiseerd beeld van het leven op de eilanden.
stereotiep ideaal
‘Gauguin beeldde Pacifische eilandbewoners af als een soort stereotiep ideaal’, zegt Lilje. ‘Maar de koloniale werkelijkheid waarin hij hen schilderde, zie je niet terug. Er was veel lijden en er veranderde enorm veel. Het feit dat hij überhaupt op Tahiti kon zijn, was te danken aan het kolonialisme.’
Volgens de conservator wijst Kihara Gauguin niet af. ‘Yuki houdt van Gauguin. Ze spreekt liever van upcycling: zijn werk nemen en het beter maken.’ In haar eigen versies van zijn schilderijen vervangt Kihara de anonieme figuren door bij naam genoemde mensen uit haar eigen gemeenschap. Net als in het drieluik eigent ze de beeldvorming van haar gemeenschap toe.
Zo neemt ze een beroemd schilderij van Gauguin als uitgangspunt voor een van haar foto’s. Waar hij eilandbewoners in een tropisch landschap schilderde, fotografeert zij leden van de fa’afafine-gemeenschap in een gelijke compositie. In felgekleurde kleding staan, zitten en liggen ze gekunsteld langs een rivier. Samen vormen ze de kleuren van de regenboog.
‘Het is een verwijzing naar Pride, maar tegelijkertijd ook een afwijzing daarvan’, zegt Lilje. ‘De regenboog betekent op verschillende plekken heel verschillende dingen. Op Samoa heeft de regenboog een duistere kant: het is de brug naar het dodenrijk en wordt daardoor ook met de dood geassocieerd.’
iets donkers
Kleur speelt in de gehele tentoonstelling een belangrijke rol. ‘Yuki zei: “Maak de kleuren zo fel mogelijk.” Nou fysiek was het niet mogelijk om nog fellere kleuren te gebruiken.’
Voor de Leidse versie van de tentoonstelling kwam daar nog iets bij: felgekleurde matten van pandanus, een natuurlijke vezel die op Samoa veel wordt gebruikt. ‘Die worden doorgaans voor kerken gemaakt, met daarop bijbelverhalen of andere christelijke symbolen. Yuki werkte samen met een groep vrouwen die zulke matten maakt en vroeg hen om haar beelden erop te zetten.’ In plaats van religieuze figuren zijn er nu Samoaanse zeedieren te zien. ‘Yuki laat zien: de oceaan en de natuur zijn queer.’
Dat achter alle felle kleuren en humor een serieuze boodschap schuilgaat, maakt het werk zo krachtig, vindt Lilje. ‘Dat vind ik het beste aan Yuki: het ziet er heel aantrekkelijk uit, maar er zit iets donkers achter. Dat besef besluipt je langzaam.’
Yuki Kihara, Darwin in Paradise Camp. Wereldmuseum Leiden, t/m 3 januari 2027, € 16 (studenten € 11)