‘Mijn opa diende tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Britse leger en was gestationeerd in Hong Kong waar hij werd gevangengenomen door Japanse soldaten. Hij was een lieve en zachtaardige man, maar ik begreep niet dat ik sommige dingen bij hem thuis niet kon doen. Ik had bijvoorbeeld een legionairspet, zo’n pet met flappen over je oren en nek, maar die mocht ik van mijn vader nooit dragen als ik daar was, want de Japanse soldaten droegen die ook.’
De nieuwsgierigheid naar wat zijn opa had meegemaakt én de fascinatie voor zijn Nintendo komt samen in de manier waarop de Britse historicus Max Warrack de Japanse politiek bestudeert. ‘Ik geloof dat de Japanse overheid populaire cultuur inzet om hun beleid te rechtvaardigen’, vertelt de onderzoeker van de universiteit van Warwick, die vrijdag in Leiden een lezing over manga en het militarisme geeft.
Japan had vanaf het eind van de Tweede Wereldoorlog tot de jaren tachtig een sterk antimilitaristische cultuur, maar is meer tolerant geworden tegenover het leger en neigt zelfs naar het ondersteunen ervan. Deze verandering is ook terug te zien in manga, de ontzettend populaire strips die in Japan bijna de helft uitmaken van het totaal verkochte boeken.
De meeste manga bevat dezelfde elementen: aantrekkelijke jonge personages, een spannend plot en een hoop geweld. ‘Er is een manga voor alles’, vertelt Warrack. ‘Wat je bizarre interesse ook is, er bestaat voor alles wel een subgenre.’
Relatie met beide vrouwen
En zo ontstond er dus ook een militaire variant. ‘In de jaren negentig verscheen er een manga over twee vrouwelijke straaljagerpiloten. Het verhaal is belachelijk: een mannelijke ingenieur krijgt een bloedneus en een van hen helpt hem. Hij ziet haar, ze worden verliefd, waarop de straaljagerpiloten onderling vechten om zijn affectie. Het verhaal eindigt met de ingenieur die een relatie krijgt met beide vrouwen.
‘Tegenwoordig wordt dit type personage, het “aantrekkelijke vechtende meisje”, dat mensen martelt en doodt juist geliefd omdat ze knap is. Dat draagt bij aan het idee dat mannen geboren krijgers zijn en vrouwen niet. Ik denk dat het archetype van de mannelijke soldaat weer aan populariteit wint. Echte militairen voelen zich echter vaak ongemakkelijk bij dit beeld.’
Er is volgens Warrack wel altijd ruimte geweest voor militair geweld in de Japanse cultuur. ‘In internationaal bekende manga zoals Fullmetal Alchemist of Attack on Titan komt een militaire staatsgreep voor. In beide verhalen is dit iets positiefs: de militairen zetten een corrupte burgerregering af. Maar wat opvalt, is dat het initiatief om de militaire troepen positief te tonen volledig komt vanuit de culturele sector. Hoe dit werkt, verschilt per manga. Sommige tekenaars worden ingehuurd door uitgeverijen en werken in opdracht. Schrijvers en tekenaars van manga die politiek betrokken zijn, stimuleren het narratief van het leger in hun werk. Allebei de soorten manga zorgen ervoor dat het leger van Japan een positief imago krijgt. In deze verhalen wordt benadrukt dat ze betrouwbaar zijn en noodzakelijk zijn voor de bescherming van het land.’
Propaganda
Is het dan propaganda? Warrack vindt van niet. ‘Het wordt niet door de overheid gemaakt. Er zijn weliswaar oud-leden van het leger die meewerken aan deze manga, maar als ik hen vraag waarom ze het doen, vertellen ze me dat ze het uit eigen initiatief doen omdat ze vinden dat de troepen niet goed begrepen worden doordat het publiek gedurende het grootste deel van hun geschiedenis op zijn best apathisch stond tegenover het leger en op zijn slechtst hen openlijk minachtte.’
Waar je zou verwachten dat de overheid de publicaties juist aanmoedigt, is de staat juist huiverig. Warrack: ‘Het ministerie van Defensie is bang voor de invloed van media op hun imago, door de Koude Oorlog waarin ze voor alles wat ze deden werden bekritiseerd.’
Op de laatste bladzijde staat weliswaar vaak dat de manga ‘mogelijk gemaakt wordt door samenwerking met het ministerie van Defensie’, maar het zijn dus altijd de makers die aan Defensie vragen om zo’n manga te publiceren.
‘Wat grappig is, is dat in een genre waar slanke vrouwen met grote borsten rondrennen om monsters te doden, er veel waarde wordt gehecht aan het waarheidsgetrouw tonen van wapens.’ Het inwinnen van die informatie gaat via een ongeorganiseerde weg. ‘Er bestaan alleen regels voor hoe het ministerie moet omgaan met films en theaterproducties, maar als mangamakers informatie willen moeten ze via hun eigen netwerk binnen zien te komen. Hoe beter je relatie met het leger, hoe beter je informatie.’
Max Warrack, Manga and Militarism, lezing, Herta Mohr(0.02), vrijdag 20 maart, 13:15 uur