‘Hij is geboren in Atrecht, het huidige Arras in Frankrijk. Toen hoorde het nog bij de Zuidelijke Nederlanden, dus hij wordt wel als Vlaming gezien’, vertelt Roderick Bouman, over de befaamde plantkundige Charles de l’Écluse, beter bekend onder zijn Latijnse naam Carolus Clusius.
Bouman is collectiebeheerder bij de Leidse hortus botanicus, waar dit jaar wordt gevierd dat de geestelijk vader vijf eeuwen geleden werd geboren. ‘Toen Clusius hier kwam was hij al redelijk op leeftijd en had hij al in Oostenrijk, Spanje, Portugal en Engeland gewoond. Hij had een gigantisch netwerk aan mensen met wie hij brieven en planten uitwisselde. En hij kende acht talen.’
Niet lang na de oprichting van de hortus in 1590, toen nog amper aangelegd, was Clusius bereid naar Leiden te komen. In 1594 werd Cluyt aangesteld als zijn rechterhand.
Clusius was met recht al een bekendheid in de zestiende eeuw. Bouman: ‘Hij heeft een aantal beroemde werken vertaald, die zo voor meer mensen beschikbaar werden. Daarnaast heeft hij in zijn eigen werk de lokale planten beschreven van onder andere de Oostenrijkse Alpen en Hongarije. Die worden nu gezien als een van de eerste flora’s van die gebieden. In plaats van dat hij alleen maar planten die voor hem nieuw waren beschreef, nam hij gewoon alles wat hij over planten tegenkwam mee. Hij keek naar de plant an sich.’
Clusius’ invloed op de hortus is nog steeds duidelijk zichtbaar. Wie onder het Academiegebouw de tuin inloopt, stuit meteen op de Clusiustuin, een replica van het origineel, met dezelfde indeling, maar wel iets kleiner.
Bouman: ‘Het is een typische renaissancetuin uit de zestiende eeuw. Hij is qua indeling ook erg gebaseerd op de tuin in Padua, met strakke lijnen en strakke bedjes. In de universiteitsbibliotheek ligt een lijst met planten uit 1594. Daarin staat precies de indeling van de bedden zoals je die nu ook ziet in de Clusiustuin. En met heel kleine nummertjes in de bedden is ook aangegeven welke plant waar stond.’
Uitvogelen welke plant precies waar moest staan, was nog een uitdaging. Niet alleen vanwege het kleine zestiende-eeuwse handschrift, maar ook omdat plantennamen in de tijd van Clusius nog niet gestandaardiseerd waren.
‘Daar is generaties naar gekeken. Wat hielp was dat er een herbarium met gedroogde planten was uit de zeventiende eeuw, dus dat gaf een beetje een idee van wat er aanwezig was. Als je dat vergelijkt met bekende oude namen voor planten kom je een heel eind. Maar er zijn nog steeds namen die we niet helemaal kunnen plaatsen. Sommige zijn ook heel vaag, bijvoorbeeld “vijf bolplanten”. Dat kunnen hyacinten, narcissen of nog iets anders zijn. Maar deze ene kaart is ook maar een momentopname. Er is in de loop der jaren genoeg veranderd.’
In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd heeft Clusius niet de tulp geïntroduceerd in Nederland. Bouman: ‘Er waren hier in de omgeving al tulpen. Sommige welgestelde mensen hadden ze waarschijnlijk in hun privé-tuin staan. Maar Clusius heeft er wél aan bijgedragen om ze in Nederland meer bekendheid te geven. Hij deelde ze met mensen en schreef er veel over.’
De echte tulpenmanie heeft hij zelf niet meer meegemaakt, die brak zo’n dertig jaar na zijn dood uit. In de Clusiustuin zijn nog wel een paar bedden opvallend omheind door een hekje dat ook al op zeventiende-eeuwse tekeningen te zien is. ‘Er wordt verondersteld dat daar de bijzondere tulpen stonden’, vertelt Bouman. ‘Tijdens de tulpenmanie waren sommige bollen even hoog geprijsd als een grachtenpand in Amsterdam. Maar het is wel een hekje van heuphoogte, dus ik weet niet of dat echt had geholpen.’
Bouman wijst naar de bijenkorven. ‘Dat zijn replica’s van een illustratie uit een boek dat Cluyt, die ook imker was, heeft geschreven: Van de Byen, hare wonderlicke oorsprong. Dat boek is deels geschreven als dialoog: Clusius stelt de vragen en Cluyt geeft antwoorden.’
Niet lang na het overlijden van Cluyt treedt Clusius af, een teken van de nauwe band tussen de twee. In de eeuwen die volgen is de hortus alleen maar verder uitgebreid, en zijn er verschillende tropische planten naar de botanicus vernoemd. Planten die hij zelf overigens nooit heeft gezien.
‘Ik denk dat hij gefascineerd zou zijn door wat we nu allemaal hebben’, aldus Bouwman. ‘Hij was toen al gefascineerd door nieuwe soorten, zoals de aardappel die toen net uit Amerika over was gekomen. Ik denk dat hij iedereen zou bevragen hoe je ze allemaal verzorgt. In een brief schreef hij ooit dat hij zijn werk deed uit passie voor planten. Dat hopen wij vandaag de dag mee te geven aan iedereen.’
Om de plantkundige te eren, organiseert de hortus het hele jaar activiteiten onder de noemer Tijdreizen met Clusius. Die feestelijkheden worden afgetrapt op zijn geboortedatum 19 februari. Dan organiseert de tuin verschillende lezingen over Clusius, tulpen en herbaria. Ook is er een speciale wintermarkt waar bezoekers stekjes en zaadjes kunnen ruilen en brood bakken bij het vuur.
De rest van het jaar zijn er ook nog bijzondere activiteiten. Zo zijn er een vierdaagse cursus botanisch tekenen, verschillende fototentoonstellingen, workshops microscopie, en lessen botanisch tekenen voor jong en oud.