Ik had mijn vrienden uitgenodigd voor een etentje, dat was achteraf gezien nogal ambitieus. Wegens mijn gebrek aan culinaire vaardigheden durven ze al jaren niet meer bij me te eten. Maar dit keer zou ik mezelf eindelijk naar een volwassen maaltijd leiden.
Allemaal dankzij wéér een nieuwe app die mijn onvermogen en achterstanden meetbaar maakt. Er waren al mijn belabberde Italiaans op Duolingo, de gênante tijd die ik op Strava noteer voor een rondje langs de singels en het balkje met de nog te behalen studiepunten op Usis. Maar alsof dat nog niet genoeg was, is er nu ook: de Albert Heijn-app.
Daar kun je niet alleen kijken wat er in de bonus is, maar ook een spelletje spelen waarbij je de prijzen van producten moet raden. Wie dat het beste doet, kan shoptegoed winnen.
In eerste instantie vroeg ik me af in welk stadium van maatschappelijke ontwrichting we hiermee beland zijn, en hoelang het duurt voordat ik in de app van mijn zorgverzekeraar kan concurreren om een vergoed tandartsbezoekje. Daarna bedacht ik me dat het shoptegoed, met het oog op mijn studentenkoopkracht, best goed zou uitkomen.
Gezien het alarmerende gezondheidsprofiel dat ze waarschijnlijk via mijn bonuskaart al hebben opgesteld (vooral kaascroissants, sauvignon blanc en soms een appel om mijn schuldgevoel af te kopen), ging het een moeilijke strijd worden.
Wat een zak sperziebonen kost? Ik heb geen idee. Als ik al groenten haal, is het de goedkopere, ingevroren variant. Maar in het spelletje laten ze natuurlijk alleen lekkere producten zien. Niemand gaat watertandend naar de supermarkt na het zien van blokjes bevroren spinazie.
Ik zag het echter als de uitgelezen kans om mijn kennis te verbreden en mijn vrienden te verrassen.
Zo kwam het dat ik minutenlang bloedserieus in de Albert Heijn-app plaatjes van aardappels en kipfilet aan het verwisselen was. Mijn waardigheid kent blijkbaar geen ondergrens, want na drie keer voelde ik blijdschap toen ik eindelijk onthouden had dat een blik soep meer kost dan een pak crackers.
Gewonnen heb ik uiteraard niet, maar met frisse moed stapte ik toch de supermarkt in. Ik zou eens goed inslaan. Een volwaardige maaltijd zou het worden.
Tot mijn schrik voelde ik bij het schap met de soepblikken een soort dopaminekick. Automatisch ging mijn hand al naar mijn telefoon. Zo snel had die marketingtruc me dus al gepakt.
Van schrik liet ik mijn plannen varen, en in blinde paniek liep ik naar de enige plek in de supermarkt waarmee ik wél raad weet.
Mijn vrienden zouden ook deze avond toch weer teleurgesteld naar huis gaan. Ze moesten het met een diepvriespizza doen.
Renske Veldman is student crisis and security management