‘Een van de grenswachten verscheurde de toestemmingsverklaring voor mijn onderzoek die ik hem gaf, verfrommelde het papier en gooide het naar me’, vertelt Maryla Klajn. Voor haar promotieonderzoek volgde ze een halfjaar Poolse grenswachten aan de grens met Duitsland. Maar erg gastvrij werd ze niet ontvangen. ‘De man zei: “Je liegt, ik geloof je niet, je bent iemand van Binnenlandse Zaken die ons probeert zwart te maken”.’
Veel van de patrouillerende agenten zagen haar als een bedreiging en verzonnen smoesjes om haar niet op sleeptouw te hoeven nemen. ‘Sommigen wilden absoluut niet met mij in de auto, of ze zeiden passief-agressief: “Dan moet je een kogelvrij vest aan”, terwijl het dertig graden was en zo’n ding heel zwaar is. Hij wilde me afschrikken, maar ik was strijdlustig en zei: “Oké, weet je wat, ik draag dat vest wel!”’
Klajn is zelf Pools en wilde achterhalen: hoe interpreteren Poolse grenswachten dreiging van buiten en hoe dragen ze het overheidsbeleid uit? En hoe hangt dat samen met de Poolse historische en maatschappelijke context?
Haar interesse in migratiebeleid ontstond tijdens de verkiezingen van 2016 in de VS, waar ze destijds woonde, en Trump president werd. ‘Hoewel Polen en Amerika heel verschillend zijn, vond er eenzelfde autoritaire verandering plaats met een heel streng migratiebeleid.’
Hoewel ze de taal spreekt, duurde het wel even voordat de verhoudingen met de Poolse douaniers ontdooiden. ‘In het begin was ik beledigd dat niemand met me wilde praten, ik dacht: mijn onderzoek is juíst om jullie perspectief te laten zien, waarom vertrouwen jullie me niet?’
Uiteindelijk lukte het haar contact te maken, en praatte ze onder meer over Metallica of kernfysica met de grensbewakers. ‘Ik hou van honden, dus vaak kreeg ik via de honden van de bewakers contact met hun baasjes. Daarnaast houd ik van schieten. Een van de agenten was scherpschutter en nam me mee naar de schietbaan waar hij mij de nieuwe wapens liet zien en dingen liet uitproberen. Doordat ik een groot deel van mijn leven in de VS heb gewoond, heb ik al veel geschoten. Maar begrijp me niet verkeerd: ik ben vóór gun control.’
Een andere effectieve strategie: samen roken. ‘Eigenlijk was ik gestopt, maar de rookpauzes bleken de meest waardevolle momenten te zijn om informatie in te winnen. Als agenten niet in de auto zaten, waar ze altijd vaag het gevoel hadden dat ze werden afgeluisterd door hun commandanten, wilden ze wel praten.’
De afluisterangst wordt gevoed door de rigide hiërarchische structuur binnen de organisatie, vermoedt ze. ‘Ze zeggen over zichzelf dat ze de “muilezels” zijn die voor het “paleis” werken. Aan de grens maken ze lange dagen en werken ze op onregelmatige tijden. De werkomstandigheden zijn slecht: ijskoud in de winter en bloedheet in de zomer. Daarnaast gaat dure, innovatievere werkuitrusting naar de andere grens met Wit-Rusland.’
‘Ik wilde me focussen op de alledaagse ervaringen van de mensen die uiteindelijk bepalen wat de grens inhoudt’, legt Klajn uit. Polen is Schengengebied, dat houdt in dat er vrij verkeer van personen is. ‘Je zou dan denken dat er geen grenscontroles meer zijn met Schengenlid Duitsland, maar dat klopt niet.’
Door migratie, transnationale criminaliteit en terrorismedreigingen worden de basisprincipes van Schengen namelijk op de proef gesteld. Het officiële afschaffen van binnengrenscontroles heeft deze grenzen in de praktijk niet laten verdwijnen, maar heeft slechts veranderd hoe en waar grensbewakers opereren. Middels een strenge grensbewaking pogen sommige Europese landen, zoals Polen, hun nationale soevereiniteit te behouden.
‘De Poolse overheid maakt van de grens de plek waar het gevecht voor de Poolse identiteit plaatsvindt’, legt Klajn uit. ‘Ik grap altijd dat zich naast het Vaticaan in Polen de meest homogeen conservatieve en katholieke bevolking bevindt. Het narratief is dat Polen zich eeuwen geleden bevond tussen twee vuren: Pruisen en het oude Rusland. Uiteraard is de vijand nog steeds Rusland, maar ook de EU die de Poolse wetgeving wil liberaliseren. De mythe heerst dat Polen de "Christus van de naties" is en moet vechten voor het christendom.’
Die zeer conservatieve overtuigingen maken het grensbeleid in Polen erg racistisch, zegt de onderzoeker. ‘Elke dag was er een briefing waarbij werd verkondigd waar ze naar moesten zoeken. Soms was dit heel specifiek, maar meestal was de aanwijzing om iedereen te stoppen die er simpelweg niet Pools uitzag en een bedreiging zou kunnen vormen.’
In de praktijk betekent dat dat de grensbewakers mensen aanhouden op basis van huidskleur, gender, leeftijd, afkomst en zelfs welke auto ze rijden. ‘Eigenlijk vormt iedereen die niet-Pools is een dreiging. De retoriek van het beleid in combinatie met de socioculturele interpretatie geeft uiteindelijk de doorslag op hoe grensbeleid wordt uitgedragen. Het zou zo veel makkelijker voor ons zijn om te zeggen dat alle dingen die aan de grens gebeuren door kwaadaardige mensen worden uitgevoerd. Dat is niet waar. Het zijn geen slechte mensen. Het zijn normale mensen die denken dat dit is wat hun werk inhoudt, en wat ze dienen te doen.’
Bovendien moeten ze gewoon de kost verdienen. ‘Op microniveau gaat het de grensbewakers ook om overleven en het behouden van hun baan. In de omgeving zijn de werkmogelijkheden gelimiteerd. Als de baas vertelt dat je zoveel mensen moet oppakken, dan doe je dat om je baan te behouden.
Klajn constateerde verder dat er onder grensbewakers een sterke hiërarchie bestaat, waar misogynie vaak de kop op steekt. ‘Ik ging mee op patrouille met drie vrouwelijke grensbewakers, en tijdens de hele rit, urenlang, reed een auto af en aan met mannelijke collega’s die kippengeluiden maakten door de megafoon. In Polen is het heel minachtend om een vrouw een kip, huisvrouw, te noemen. Daarnaast vroegen ze constant aan hun vrouwelijke collega’s waarom ze nog geen baby’s hadden, lukte hun man het niet ze zwanger te krijgen? Moesten zij anders een handje helpen? Echt vreselijk.’
Klajn kreeg zelf ook veel met seksisme te maken. ‘Als vrouw word je beschouwd als zwak en emotioneel. Ik zou de boel ophouden omdat ik zogenaamd vaak moest plassen. Dus uit een soort trots hield ik mijn plas op of probeerde ik niet te veel te drinken.’
Grensbewaking, concludeert Klajn, is een beroep waarbij afstandelijkheid en autoriteit de besluitvorming beïnvloeden, zeker in het contact met migranten. ‘Als bewaker van de Poolse grens moet je een bepaalde stoïcijnse intimidatie uitstralen, een soort haat of minachting voor de vijand. Er is een bepaald recept voor emotionele reacties binnen dit werk.’
Afstandelijk gedrag hoort volgens haar bij het ‘cultureel script’ over wat Pools-zijn inhoudt. ‘Ik was erbij toen een oudere vrouw hardhandig werd vastgezet. Ik kon zien hoe bang ze was, en dat ze niet begreep wat er gebeurde door de taalbarrière. Ik was erdoor ontdaan. Één van de jongens met wie ik al een tijdje meeliep, draaide zich om en zei tegen mij: “Wat is er mis met jou? Ga je nu huilen? Beheers jezelf!”
‘Maar ik vond de mannen juist heel emotioneel: hun primitieve emoties zoals walging en haat zijn oké om te uiten. “Vrouwelijke” emoties zoals begrip, zorgzaamheid en compassie zijn niet toegestaan.’
Maryla Klajn, Agents of Change? (Hi)stories, perspectives and everyday practices of intra-Schengen border officials, promotie was 25 maart