Het is al langer een punt van discussie aan Nederlandse universiteiten: de samenwerking met Defensie. Voorstanders vinden het noodzakelijk in een tijd waarin de internationale veiligheid en civiele weerbaarheid steeds verder onder druk komen te staan, tegenstanders willen juist geen of zo min mogelijk inmenging en zien gevaren in het overschrijden van ethische grenzen.
Desalniettemin heeft universiteitskoepel UNL onlangs een intentieverklaring getekend om de samenwerking met Defensie verder te versterken. In die verklaring staat dat de ‘veiligheidsopgave van vandaag en morgen vraagt om nauwe samenwerking tussen Defensie en universiteiten’ om ‘wetenschappelijke expertise te integreren in de strategische en operationele uitdagingen van Defensie’.
Daarbij wordt ook het belang opgemerkt dat ‘universiteiten in Nederland autonome instellingen zijn’ met ‘academische vrijheid en wetenschappelijke integriteit als uitgangspunten’.
Samenwerkingsvormen
De intenties: ‘succesvolle samenwerkingsvormen gaan verkennen gericht op kennisopbouw en kennisontsluiting, met als doel de bescherming van de Nederlandse samenleving en haar bondgenoten’, en ‘samenwerkingsopties gezamenlijk in kaart’ brengen, inclusief de benodigde ‘(rand)voorwaarden’.
Voor de universiteitsraad kwam de intentieverklaring onverwacht, bleek vorige week. ‘Wij waren hier behoorlijk door verrast’, zei raadslid Timothy de Zeeuw (LAG) tijdens de raadsvergadering. ‘We hebben dit niet via de interne communicatie gehoord. Als Leiden hier niet aan meewerkt, wat betekent dat dan voor ons?’
Vice-collegevoorzitter Timo Kos stelde dat de verklaring ‘een verkenning is van waar de universiteiten en Defensie samen onderzoek naar kunnen doen om een bijdrage te kunnen leveren aan vraagstukken op het gebied van vrede en veiligheid’. Daarbij is afgesproken dat de randvoorwaarden voor samenwerking voor alle universiteiten hetzelfde zijn. ‘Dan hebben we het over academische vrijheid, autonomie van de universiteiten en open science.’
Ook wees hij erop dat ‘het uitgangspunt is dat iedere instelling zelf bepaalt of je überhaupt wil samenwerken’. Er is dus geen verplichting en er zijn geen juridisch bindende afspraken over. ‘Wij kiezen zelf of we het wel of niet willen en we gaan de samenwerking nu dus ook niet zomaar intensiveren. Maar áls er wordt samengewerkt, is het speelveld voor elke instelling gelijk.’
Object van studie
De samenwerking tussen universiteiten en Defensie is overigens niet nieuw. Volgens UNL doen universiteiten al langer onderzoek naar ‘technische oplossingen om het luchtruim te beschermen tegen vijandige drones’, de gevolgen van PTSS bij veteranen en juridische vraagstukken rond oorlog, zoals de bescherming van burgers en het vervolgen van oorlogsmisdaden.
Ook in Leiden is die samenwerking niet nieuw, zei Kos. ‘Van oudsher is dat zo bij de Faculty of Governance and Global Affairs waar defensie ook object van studie is. Maar ook het African Studies Centre heeft een programma met PhD’s en postdocs over bijvoorbeeld de inzet van Afrikaanse partijen in het Oekraïneconflict.’
Voor raadslid Patrick Klaassen (UB) was dat nieuwe informatie. ‘Kunnen wij een keer inzicht krijgen in wat we nu allemaal doen met Defensie, als startpunt voor verdere discussie?’
Collegevoorzitter Luc Sels antwoordde dat het college inzicht kan geven in ‘typische thema’s die aan bod komen’. Daarna vervolgde hij dat altijd moet worden getoetst ‘welk type onderzoek je toelaat en voorbij welke grens je niet moet gaan’.
Volgens hem is onderzoek naar civiele weerbaarheid beter te verdedigen dan militair onderzoek dat onder meer gaat over wapenontwikkeling. ‘Ik zeg niet dat dit onze lijn wordt, maar geef wel aan dat we met wat nuance in het debat moeten stappen. Het is voor ons een moeilijke afweging die we met een combinatie van een zekere openheid en terughoudendheid tegemoet moeten gaan.’
Ook probeerde hij de raad gerust te stellen door zijn vorige werkgever, de KU Leuven, als voorbeeld te noemen. ‘Die gaat vrij ver in samenwerking met Defensie, maar met de hand op het hart kan ik zeggen: die is altijd heel ver weg van wapenontwikkeling gebleven en was civiel van aard.’
Tot slot wees Sels op ‘samenlevingen waar het optrekken van een harde muur tegen samenwerking met Defensie’ slecht zou zijn uitgepakt. ‘Daar is elke democratische controle op Defensie verloren.’ Hij zei niet op welke landen hij doelt.