Nieuws
Rapport pleit Cliteur vrij: geen antisemitisme bij Rechten
Er is geen sprake geweest van antisemitische uitingen bij de Leidse Rechtenfaculteit. Dat concludeert de externe commissie die deze beschuldingen heeft onderzocht. ‘Ik was niet bezorgd en ben nu ook niet opgelucht’, reageert Paul Cliteur.
Vincent Bongers en Frank Provoost
donderdag 28 januari 2021
Illustratie Michiel Walrave

De commissie, die afgelopen maand gesprekken voerde met 27 (oud-)promovendi en universitaire (oud-)medewerkers komt in haar rapport tot de ‘heldere en ondubbelzinnige conclusie dat - afgezien van een mogelijk voorval uit 2008 - voor zover zij heeft kunnen vaststellen, nooit sprake is geweest van antisemitische uitlatingen binnen de afdeling’ Encyclopedie van de Rechtswetenschap.

Over het mogelijke voorval schrijft de commissie dat er vanwege de ‘lange tijd die intussen is verstreken en het ontbreken van aanknopingspunten’ nader onderzoek onmogelijk is. In 2008 zou een student een promovendus van hoogleraar Afshin Ellian hebben gewaarschuwd voor Baudet. Die zou hebben opgemerkt dat ‘de Holocaust nodig was geweest om het christendom in West-Europa te redden’. Baudet heeft dit echter bij de commissie ontkent.

Bovendien is ‘komen vast te staan dat de leiding van de afdeling, noch Prof. Cliteur noch Prof. Ellian, op de hoogte is gesteld van het mogelijk voorval of redelijkerwijs daarvan op de hoogte had kunnen zijn’. Daardoor valt hen ‘niets te verwijten’.

‘Klip en klaar’

Aanleiding voor het onderzoek was de ophef die eind vorig jaar ontstond rondom hoogleraar Encyclopedie van de Rechtswetenschap en voormalig Forum voor Democratie-senator Paul Cliteur.

Hij wilde zich niet distantiëren van antisemitische en racistische uitspraken van zijn voormalig partijleider en promovendus Thierry Baudet. Toen promovendi hierover bij hem aan de bel trokken, zou hij niets met hun klachten hebben gedaan. Volgens Cliteur deed hij destijds niets omdat het om ‘private gesprekken’ ging. ‘Zolang ik het niet zelf heb gehoord, vind ik er ook niets van’, zei hij in Mare. ‘Als ik er zelf niet bij ben, dan ga ik daar in beginsel niet tussen in zitten.’

Rector Carel Stolker noemde de verwijten echter ‘uiterst zorgelijk’ en twitterde dat Cliteur zich ‘klip en klaar’ moest distantiëren: ‘Antisemitisme en racisme, en ook het daarvan niet-afstand nemen, zijn totaal maar dan ook totaal onaanvaardbaar.’ ‘Het college van bestuur neemt de beschuldigingen serieus’, luidde vervolgens de officiële verklaring, omdat die ‘tot grote onrust (hebben) geleid in de faculteit en de bredere universiteit’ en ze ‘overduidelijk in strijd zijn met de waarden waar de Universiteit Leiden voor staat’.

‘Niet opgelucht’

De daarop benoemde externe onderzoekscommissie, onder leiding van oud-President van de Hoge Raad Geert Corstens, concludeert nu dat van zulke beschuldigingen niets is gebleken.

‘Geen enkele organisatie, dus ook de universiteit niet, kan zich permitteren dat er zo naar haar medewerkers wordt gekeken’, aldus Stolker in een persverklaring. ‘Het richt onherstelbare schade aan als je dat onuitgezocht en onbesproken laat.’ 

‘Ik was dus ook niet bezorgd en ben nu ook niet opgelucht’, aldus Cliteur in een eerste reactie tegen Mare. ‘Ik was in de gelukkige omstandigheid dat ik vanaf dag één wist dat de aantijgingen van de vier aanklagers ongegrond waren. Ik heb ook het volste vertrouwen gehad in de professionele commissie onder leiding van Prof. Corstens dat dit hun conclusies zouden zijn. Ik hoop natuurlijk wel dat de conclusies van het onderzoek zullen beklijven en niet de oorspronkelijke aanklacht. Maar dat is aan de media om daar iets aan te doen.’

Alleen antisemitisme onderzocht

De onderzoeksvragen van de Commissie Corstens beperken zich tot antisemitisme bij Rechten. Eerdere beschuldigingen van racisme (waar Stolker aanvankelijk ook over tweette), discriminatie en xenofobie worden niet onderzocht.

Daarnaast schreven de klokkenluiders, die eerder hun zorgen over Baudet bij Geenstijl uitten, in een open brief aan Mare het onderzoek niet gerechtvaardigd te vinden.

‘Wij verwijten professor Cliteur geen antisemitische sympathieën of uitingen. Wij spreken hem aan als politicus en de verantwoordelijkheid die daaruit voortvloeit, en niet in zijn hoedanigheid als hoogleraar en promotor van dhr. Baudet.’

Zie ook: Het Cliteur-onderzoek komt eraan. Wij namen een voorschot (en keken verder dan alleen antisemitisme)