Nieuws
Is het begeleiden van promovendi onderzoek of toch onderwijs?
Een nieuw werkverdelingsmodel bij faculteit Archeologie leidt tot discussie: het begeleiden van promovendi wordt namelijk gerekend tot onderzoeksuren.
Else van der Steeg
donderdag 12 februari 2026

Het doel van het nieuwe zogenoemde parametermodel was om de werkdrukverdeling in de faculteit inzichtelijk te maken. Het geeft inderdaad een betere weergave van de taken, maar legt daarmee ook oneffenheden bloot, vindt de faculteitsraad.

In het document staat namelijk dat de begeleiding van PhD-kandidaten voor honderd procent wordt ingedeeld bij onderzoekstijd. ‘We hebben als faculteitsraad met twaalf PhD-supervisors gesproken’, zei raadsvoorzitter Marie Soressi. ‘Dat zijn alle supervisors met twee of meer kandidaten, behalve degenen die geraadpleegd zijn voor het parametermodel. Tien van de twaalf gaven aan dat de begeleiding van een promovendus op zijn minst gedeeltelijk onder onderwijs moet worden gerekend. Het vereist namelijk training en draagt vaak niet direct bij aan het onderzoek van de begeleider.

‘Begeleiders schatten dat slechts een kwart tot de helft van de begeleidingstijd aansluit bij hun eigen onderzoeksagenda. Dat is niet verwonderlijk, want het idee is om een promovendus op te leiden tot een volwaardig onderzoeker, die krijgt dus ook de vrijheid om eigen onderzoek te ontwikkelen.’

Zorgelijk

Maar deze afwijking in cijfers is wel zorgelijk, want het weerhoudt supervisors ervan om PhD-plekken op te nemen in beursaanvragen. De raad wil daarom dat er in de werkverdeling net zoals bij studenten ook voor PhD-kandidaten onderwijsuren worden berekend, en ziet dat graag snel gebeuren. ‘Dit probleem direct aanpakken zendt een goed signaal naar begeleiders’, aldus Soressi.

Universitair docent Jason Laffoon, die namens de werkgroep parametermodel aangeschoof bij de vergadering, beaamt dat ‘de slinger misschien iets te ver is doorgeschoten’. 

‘De nadruk op onderzoek is waarschijnlijk bedoeld om te compenseren voor het feit dat bepaalde professoren in het verleden zeer grote groepen promovendi bijeenbrachten en zich zo in feite vrijkochten van het lesgeven. En het is ook, denk ik, een traditionele neiging binnen onze faculteit om beleid te ontwikkelen dat iedereen raakt om een klein aantal rotte appels aan te pakken.’

Volgens het hoofd bedrijfsvoering Jan Pronk speelt het dilemma universiteitsbreed en moet er eerst meer informatie worden verzameld: ‘Wie is de eerste en tweede begeleider, hoe is de werkdruk verdeeld, want we horen veel verschillende verhalen over verschillende sectoren van de faculteit.’

Het faculteitsbestuur geeft aan er mee aan de slag te gaan en de kwestie na de zomer weer in de raad te bespreken.