Stel: je komt iedere week bij dezelfde koffiebar, omdat je weet dat ze daar goede koffie maken. Dan, op een dag, krijg je er ineens veel te bittere, vieze drab. Keer je daarna nog terug? Denk je: het was een los incident, volgende week is het vast opgelost. Of zoek je uit of er misschien een nieuwe barista werkt?
‘Door ons te baseren op onderliggende oorzaken, bestaand of door onszelf bedacht, nemen we een beslissing’, zegt psycholoog Selin Topel, die haar proefschrift schreef over factoren die keuzes bepalen. Op 10 november promoveert ze. ‘Over het algemeen zijn mensen heel goed in dat soort beslissingen.’
Hoe je die neemt verschilt afhankelijk van je leeftijd en bijvoorbeeld de mate van angst die je ervaart. Maar ook de context maakt verschil: in een sociale omgeving worden mensen bijvoorbeeld veel sneller beïnvloed door anderen.
Voor haar proefschrift onderzocht Topel hoe mensen beslissen als ze de uitkomst daarvan niet kunnen inschatten. ‘Als het gaat over een scenario waarbij sprake is van een eenmalige onverwachte uitkomst, worden we daarin steeds beter naarmate we ouder worden. We kunnen steeds beter beslissingen nemen om op zo’n verandering in te spelen.
Flexibel
‘Maar als het gaat om een situatie waarin de omgeving verandert en waarbij we dus nog niet weten wat de uitkomst gaat zijn van onze keuze – bijvoorbeeld een koffiebar die wisselt van barista – dan zien we dat adolescenten daar beter in zijn.’
Jongeren tussen de 12 en 19 hebben meer plasticiteit in hun brein. Ze zijn onderzoekend en minder vastgeroest in hun denkbeelden. Daardoor kunnen ze hun wereldbeeld sneller aanpassen, en beter omgaan met dit soort veranderingen, legt Topel uit.
Hoewel we ons als mensen goed kunnen aanpassen aan nieuwe situaties, geldt dit in veel mindere mate voor mensen met angstklachten. ‘Zij ervaren veel stress als ze in een onzekere situatie terechtkomen.’
Mensen die daar niet goed tegen kunnen, zijn te onderscheiden in twee groepen. De ene groep wil de onzekerheid verminderen. ‘Ze benaderen het probleem actiever. Ze verzamelen het liefst zo veel mogelijk informatie voor ze beslissen.’
Bij de andere groep treedt juist ‘onzekerheidsverlamming’ op: zij bevriezen en nemen helemaal geen beslissing meer. ‘Zij vermijden bepaalde scenario’s helemaal, of schuiven ze voor zich uit.’
Om dit te testen, voerde Topel een onderzoek uit waarbij deelnemers 25 grijze blokjes te zien kregen. De achterkant van de blokjes was of blauw, of oranje, en deelnemers moesten raden welke kleur in de meerderheid was.
‘Als je dertien blokjes in één kleur hebt omgedraaid, weet je met honderd procent zekerheid het antwoord. De meeste mensen stoppen echter al veel eerder met omdraaien. Ze draaien er willekeurig een paar om, en doen dan een gok. Bij mensen met angstklachten, zagen we dat ze vaak juist veel meer blokjes omdraaiden dan nodig.’
Vermijders en uitstellers die nooit knopen durven door te hakken lopen in het dagelijks leven nog meer risico kansen te missen, waarschuwt de onderzoeker. ‘Je kan bij een beslissing niet vooraf alle factoren weten, en ook niet lang genoeg wachten tot je genoeg weet, zoals bij het onderzoek met de blokjes wel kon.’
Eindeloos scrollen
Topel vergelijkt het met het doomscrollen tijdens de coronapandemie. ‘Sommigen van ons dachten: oké, ik volg wel een beetje wat er gebeurt, maar ik ga niet elk wakker uur besteden aan het lezen van al het beschikbare nieuws. Maar anderen deden dat wel. Dat leidde ertoe dat we niet goed konden functioneren, niet verder konden met ons leven. Soms konden we zelfs ons werk niet voortzetten, omdat we te veel bezig waren met het verzamelen van alle informatie, alle updates, het verspreiden ervan, enzovoort.’
Dat zag de psycholoog ook bij zichzelf gebeuren, vertelt ze. Ze begon in coronatijd aan haar promotieonderzoek. Maar terwijl ze om zich heen zag hoe collega’s allerlei stellingen en onderzoeksvragen bedachten rondom het covid-thema, zat ze zelf ‘eindeloos door doemscenario’s te scrollen’.
In sociale situaties reageren we meer op wat er direct op ons af komt, in plaats van dat we bij het nemen van een beslissing het grotere plaatje nog duidelijk in beeld hebben. Dat geldt voor iedereen, zag Topel. ‘Sociale omgevingen zijn inherent onzekerder: we weten niet wat anderen denken, wat hun emoties en motieven zijn.’
Maar bij mensen met angstklachten kan die twijfel leiden tot zwart-wit denken. ‘Zegt iemand iets aardigs, dan gaan we die persoon zien als aardig. Zegt iemand iets onvriendelijks, dan denken we gelijk dat diegene een slecht persoon is, en gaan we diegene vermijden.’
Het onderzoek hielp haar ook om hier meer inzicht in te krijgen, vertelt ze. ‘Als je iets drie keer doet, met iedere keer negatief resultaat, dan kun je waarschijnlijk concluderen dat je aanpak inderdaad niet werkt. Maar als je iets in principe goed hebt gedaan, en het pakt toch een keer verkeerd uit, pas je dan meteen je hele denkwijze aan? Dat is ook niet gezond.
‘Het gaat om het evalueren van het bewijs. Ik probeer nu bijvoorbeeld te denken: oké, dit is gebeurd, het voelt vreselijk, maar misschien is dit slechts één van de vele voorvallen, een van de vele kansen die ik nog krijg. Het hoeft niet te betekenen dat de hele wereld vergaat.’
Selin Topel. Dealing with Uncertainty: The roles of age, anxious traits, and social context in learning and decision-making. Promotie is dinsdag 10 november